Drenthe staat een fors aantal faillissementen te wachten wanneer de staat stopt met de steunpakketten om de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen.

„Nu zijn er weinig faillissementen, maar dat komt doordat bedrijven kunstmatig op de been worden gehouden”, verklaarde Statenlid Henk Pragt (D66) woensdag tijdens een vergadering van de Statencommissie voor economische zaken. Samen met zijn CDA-collega Ceciel Mentink agendeerde hij een rapport van onderzoeksbureau CMO Stamm over een nieuwe groep schuldenaren, kleine ondernemers die door de coronacrisis in moeilijkheden komen.

Programma voor ondernemers

Veel fracties en ook VVD-gedeputeerde Henk Brink delen de zorgen van beide Statenleden. De vraag is wat de provincie kan doen deze ondernemers te ondersteunen. Zij steekt jaarlijks circa 850.000 euro in het programma Ik ben Drents ondernemer (IBDO), maar Statenlid Harry Omlo (JA21) wees er op dat IBDO zich vooral richt op groei en uitbreiding van bedrijven. Terwijl er nu juist behoefte is aan hulp bij ernstige tegenwind. „Ondernemers hebben nu hulp nodig om hun bedrijf te beëindigen, zonder dat ze met een enorme restschuld blijven zitten”, verklaarde PVV’er Nico Uppelschoten.

Volgens Brink is IBDO ook het aangewezen programma om bedrijven in moeilijkheden te helpen. Hij zal er wel bij de organisatie op aandringen om ondernemers beter te informeren over de vraag hoe ze die informatie kunnen vinden. Daarbij is de samenwerking met de gemeenten ook zeer belangrijk.

Ondernemers zijn trots

Uit het rapport van CMO Stamm komt naar voren dat ondernemers bij die gemeenten de weg maar moeilijk weten te vinden. Ze moeten daar terecht als ze schuldhulpverlening nodig hebben, maar hun trots weerhoudt hen dikwijls bij een sociale dienst hulp te zoeken. Daarom adviseren de onderzoekers om de hulp meer via bedrijfsadviseurs te laten lopen.

Velen vrezen dat de problemen voor bedrijven pas goed beginnen als de versoepelingen zijn doorgevoerd en de regering stopt met de steunpakketten. Bedrijven die er voor de coronacrisis slecht voor stonden zullen dan alsnog failliet gaan. Belastingen zijn uitgesteld, maar die moeten de ondernemers straks alsnog betalen. Ook kunnen bijvoorbeeld horecazaken het moeilijk krijgen om weer goed op gang te komen. Medewerkers zijn door de langdurige sluiting vertrokken. Dat kan er straks toe leiden dat het heel lastig is voldoende koks en kelners te vinden.

Brink waarschuwt dat de rol van de provincie beperkt is. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor schuldhulpverlening. De provincie kan geen omvangrijke steunpakketten optuigen. „Wel kunnen we een rol spelen bij de informatievoorziening. Achter de schermen gebeurt er via IBDO al heel veel”, verklaarde Brink.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe