De Zwolse gynaecoloog Jan Wildschut heeft in de jaren tachtig en negentig zeker zeventien donorkinderen verwekt met zijn eigen sperma.  Frans Paalman / Fertiliteitscentrum Isala

Zwolse gynaecoloog verwekte minstens zeventien donorkinderen met eigen sperma

De Zwolse gynaecoloog Jan Wildschut heeft in de jaren tachtig en negentig zeker zeventien donorkinderen verwekt met zijn eigen sperma. Frans Paalman / Fertiliteitscentrum Isala Fotomontage: Frans Paalman / Fertiliteitscentrum Isala

De Zwolse gynaecoloog Jan Wildschut heeft in de jaren 80 en 90 zeker zeventien donorkinderen verwekt met zijn eigen sperma. De affaire kwam per toeval aan het licht door de naspeuringen van een van de nakomelingen van Wildschut. Dna-onderzoek heeft de familie en de donorkinderen bij elkaar gebracht.

Wildschut heeft in de periode tussen 1981 en eind 1993 zijn eigen sperma gedoneerd en gebruikt voor inseminaties zonder dat de wensouders hiervan op de hoogte waren. Zij gingen ervan uit dat het zaad afkomstig was van anonieme donoren. Dit gebeurde in de fertiliteitskliniek van het voormalige Sophia-ziekenhuis, een van de voorlopers van het huidige Isala-ziekenhuis in Zwolle.

Een van de wensouders zegt nu, anoniem, absoluut niet door te hebben gehad dat de gynaecoloog zijn eigen sperma doneerde. ,,Dr. Wildschut maakte op ons een vriendelijke, betrokken en integere indruk, zowel in het voortraject als tijdens de behandeling. We hebben nooit enig vermoeden gehad dat hij zelf de donor zou kunnen zijn geweest.’’

Bestuur Isala 'compleet overdonderd'

Het bestuur van het Isala was ‘compleet overdonderd’ toen het met Wildschuts handelen werd geconfronteerd. Het ziekenhuis sluit niet uit dat de arts nog meer kinderen verwekte. Het bestuur neemt nadrukkelijk afstand van de werkwijze van Wildschut. Isala-bestuurder Ina Kuper noemt het moreel niet juist dat de gynaecoloog zowel behandelaar als donor was: ,,Daarmee schend je de vertrouwensband met de patiënt. Hij mocht best donor zijn, maar dan niet in zijn eigen ziekenhuis.’’ Isala brengt vandaag samen met de familie van de in 2009 overleden arts een verklaring naar buiten.

Pionier

Jan Wildschut gold als een van de pioniers in het KID, de Kunstmatige Inseminatie met Donorsperma. Hij kreeg in 1969 een aanstelling bij wat nu het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) heet. Vanaf 1971 legde hij zich toe op kunstmatige inseminatie met vers donorzaad. Stellen die ongewenst kinderloos zijn, konden zich bij hem melden. Het liep meteen al storm, vertelde hij in een interview uit die tijd. Jaarlijks waren er honderd aanvragen.

Wildschut kon maximaal dertig ouderparen behandelen. Want er was een probleem: het enorme tekort aan donoren. Wildschut moest die ‘met een lantaarntje zoeken’. ,,Ik heb wel eens voorzichtig enkele medische studenten gepolst. Maar dat valt erg tegen’’, zei hij in een interview met het Leidsch Dagblad. ,,Er zit een enkele idealist tussen, maar de meesten staan er wat huiverig tegenover.’’

Wildschut stapte in 1981 over naar het toenmalige Sophia-ziekenhuis in Zwolle. Daar maakte hij deel uit van de maatschap voor vrouwenartsen. Binnen zijn vakgebied was hij de enige specialist die KID-behandelingen uitvoerde. Het doneren van sperma gebeurde toen op anonieme basis. Hij werkte met vers sperma en deed zijn werk in een eigen praktijkruimte, waar hij slechts ondersteuning had van een secretaresse. Hij stond bekend als een solist.

Het is niet duidelijk wat de motieven van Wildschut waren. Hij gold als een bevlogen arts.

loading  

Dna-databank

Het gebruik van zijn eigen zaad is aan het licht gekomen door een toevallige dna-match bij een commerciële databank. Daar werd een donorkind gematcht met het dna van een nicht van Wildschut. Met hulp van de databank van het Fiom (gespecialiseerd in ongewenste zwangerschap en afstammingsvraagstukken) zijn daarna nog zestien donorkinderen aan Wildschut gekoppeld. Zij zijn vervolgens samen opgetrokken en staan in goed contact met de nabestaanden van de gynaecoloog.

 

De donorkinderen en de wettige kinderen van Wildschut hebben eind 2019 contact gezocht met het Isala-ziekenhuis. Samen komen ze met een statement naar buiten en hopen zo bij te dragen aan meer openheid over ‘donorconceptie’. Ook om de kans op relaties tussen halfbroers en –zussen te voorkomen, vinden zij het belangrijk dat donorkinderen weten wie hun biologische vader is.

De familie wil er verder niets over zeggen, behalve dat ze voor de dna-match geen flauw benul hadden dat dit had gespeeld. ,,Wij hadden geen enkel vermoeden hiervan, de ontdekking was een totale verrassing voor ons.’’

Donorprofiel

Ziekenhuis Isala heeft meegewerkt aan het opstellen van een donorprofiel van Wildschut, waardoor het voor een donorkind makkelijker is om de biologische vader te achterhalen. Donorkinderen die willen weten of de overleden gynaecoloog hun biologische vader is, kunnen zich gratis inschrijven bij het Fiom of contact opnemen met Isala.

,,We voelen ons verantwoordelijk en dat bepaalt hoe we hier nu mee omgaan”, zegt Isala-bestuurder Ina Kuper. ,,Tot nu toe hebben de kinderen geen reden gezien ons aansprakelijk te stellen. De wensouders zijn heel erg blij met hun kind en dat zijn ze nog steeds. Maar het voelt ook dubbel voor ze. Zij realiseren zich dat hoe de KID gebeurde moreel niet juist was.’’

De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd zou geen aanleiding hebben gezien om onderzoek naar de zaak te doen, omdat het te lang geleden heeft plaatsgevonden.

menu