In Groningen en Friesland was tijdens de Tweede Wereldoorlog het communistisch verzet een fenomeen. Oud-Peizenaar Wim Ensing wilde weten hoe dat in Drenthe was en schreef er een boek over dat vandaag wordt gepresenteerd: ‘Communistisch verzet in Drenthe 1935-1945’. De conclusie: De bezetter heeft in Drenthe dat verzet in de kiem gesmoord. En toch is er veel te vertellen.

Voor de oorlog stonden zo’n vijftig Drenten te boek als mogelijk gevaarlijk communist. De Centrale Inlichtingendienst (nu de Aivd) had ze keurig op een lijstje van potentieel staatsgevaarlijke lieden. Na de Februaristaking in 1941 en de Duitse inval in de Sovjet-Unie zetten de Duitsers er achttien op transport naar Duitse kampen. Twaalf van hen kwamen niet levend terug. Twee overleden op dramatische wijze vlak nadat ze bevrijd waren.

Dagboek van Assenaar Sjerp Weima onthult ontberingen

Assenaar Sjerp Weima heeft de vreselijke kampontberingen beschreven in een document dat nu in het Drents Archief wordt bewaard. Hij overleefde vijf concentratiekampen en een geallieerde bommenregen op een schip in de Lubecker Bocht. Op de Jan Fabriciusmulo in Assen wisten na de oorlog maar weinigen hoe hun conciërge de oorlog heeft doorgemaakt, alleen maar omdat hij voor de oorlog een van de twee gemeenteraadsleden was van de fractie van de Communistische Partij Nederland (CPN) en wel eens een illegaal blaadje verspreidde.

loading  

De CPN was in Drenthe bij de verkiezingen in 1935 redelijk succesvol in Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe. De partij kreeg een afvaardiging in de raden van Peize, Assen, Roden en Emmen. In Assen was een restzetel voor Sjerp Weima naast Geert Wolter Zuidhof, groenteboer en de voorzitter van de Asser partijafdeling.

Verzetskracht

Veel verzetskracht bleef er dus niet over onder de Drentse communisten. Tussen februari en juni 1941 zijn de eersten gearresteerd, onder wie Weima. In september volgde nog Jan Stoffer Alberts uit Yde, die tot dan behoorlijk actief was met verzetsdaden en daarmee de laatste Drentse communist, die gevaarlijk kon worden voor de bezetter. Alleen Piet en Tinie Beuker uit Peizermade konden aan de bezetter ontsnappen.

loading  

De door de Duitsers verboden partij had in de oorlog zogenoemde vijfmansgroepen gevormd om het de bezetter zo lastig mogelijk te maken. Piet en Tinie Beuker uit Peizermade waren de spil van zo’n groep. Piet Beuker - colporteur van beroep - was voor de oorlog een van de vijf CPN-raadsleden in Drenthe en als zodanig nadrukkelijk een luis in de pels van de gevestigde orde. De Centrale Inlichtingendienst had hem genoteerd als ‘zeer gevaarlijk communist’. Hij onderhield als gemeenteraadslid van Peize een persoonlijke vete met burgemeester Römelingh, die hem regelmatig het woord ontnam en zelfs probeerde hem met geweld uit de raadszaal te verwijderen.

Gevluchte Duitse communisten

Vlak voor de oorlog waren ze al een adres voor het onderbrengen van gevluchte Duitse communisten. Die werden aan het werk gezet in de Emslandlager in de veengebieden net over de Duitse grens. De Drentse communisten wisten daardoor ook wat Hitler deed met lastige onderdanen. Een deel van die vluchtelingen liet zich doorsturen naar Spanje om tegen de Franco te vechten. Ook dertien Drentse vrijwilligers, meest communisten, zijn in die tijd als vrijwilliger naar Spanje afgereisd.

In de oorlog waren Piet en Tinie onder de eersten in het land die illegale lectuur verspreidden. Ze maakten helemaal zelf het blaadje ‘Alarm’. Dat riep ongetwijfeld op tot verzet, maar er is geen enkel exemplaar over gebleven om dat te checken. De kop ervan werd met een naald uitgeprikt op de keukentafel voordat het in de omgeving werd verspreid. De tafel moest worden geschuurd om hen niet te verraden. Het verscheen een keer of twaalf voor het opging in het illegale blad Noorderlicht. Piet wist uit handen van de bezetter te blijven door zich tijdens razzia’s thuis schuil te houden. Het kwam niet tot grootse verzetsdaden, maar ook op verspreiding van illegale lectuur stond al de doodstraf.

Met spuiten stapten de Duitsers de barak binnen

Veel heftiger zijn de verhalen van de communisten die wel werden opgepakt. Het meest aangrijpende is wel het relaas van Assenaar Sjerp Weima, die onder meer opschreef hoe Duitse dokters met spuiten de barak binnen stapten als het kamp weer eens te vol raakte. Links en rechts werden mensen willekeurig geïnjecteerd, waarna ze vrijwel direct dood neervielen.

loading  

 Minstens zo bizar noemt Ensing het feit dat de vrijwel opgegeven Kasper Kaspers in Buchenwald nog een operatie onderging om hem te genezen van een longontsteking. En dat lukt ook, al overlijdt Kaspers later wel in een andere kamp. Volgens Ensing kan het bizarre verhaal alleen maar worden verklaard met de behoefte van de nazi’s om andere gevangenen hoop te bieden en dus opstanden te vermijden.

Ensing: „Ik wil met het boek de verzetslieden onder de communisten in Drenthe een gezicht geven, zoals de struikelstenen dat voor de Joden doen. Het zou verkeerd zijn om dat hoofdstuk in de geschiedenis te vergeten. ”Voor mij was de vraag wie die communisten waren en ten koste waarvan pleegden ze verzet?”

Het boek wordt uitgegeven door Koninklijke Van Gorcum.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Assen