Aan de slag in de kerk? Misschien later. Dominee Hilde Boekeloo uit Assen is voorlopig op haar plek in het ziekenhuis. Als geestelijk verzorger staat ze patiënten bij die worstelen met zingeving en levensvragen. Dat is in coronatijd harder nodig dan ooit.

Ze is dominee. Maar zo stelt Hilde Boekeloo (29) uit Assen zich nooit voor aan de patiënten. Haar functie bij het Martini Ziekenhuis in Groningen is ‘geestelijk verzorger’, in de ruimste zin van het woord. Aan het bed praat ze met iedereen. Met gelovigen, van alle gezindten, en niet-gelovigen. Alle zieke mensen die worstelen met de situatie waarin ze zitten. Die zich afvragen: hoe kom ik hier doorheen? Gá ik het overleven? Zal ik die ruzie bijleggen? Tegenover mijn familie uitspreken wat ik jarenlang heb verzwegen?

Boekeloo doet het werk sinds 2016. Dit jaar was wel heel bijzonder omdat in maart het coronavirus plots om zich heen greep en de ziekenhuizen werden overspoeld met Covid-19 patiënten. Ook in het Noorden moesten de ziekenhuizen alle zeilen bij zetten, vooral toen er patiënten uit de rest van het land werden opgevangen.

Bezoek was in die tijd nog uit den boze. Terwijl het psychosociale team waar Boekeloo deel van uitmaakt normaliter alleen mensen op indicatie helpt, stond het nu bij elk coronabed. Of dat nou op de intensive care was of op de longafdeling. Ook waren de geestelijk verzorgers te vinden op het ‘vieze’ gedeelte van de spoedeisende hulp, maar nu voor het personeel. In dit ‘vieze’ deel komen de patiënten binnen die coronaklachten hebben.

Boekeloo vindt het een naar woord. Vies. ,,Ik weet niet of je de mensen hier recht mee doet. Maar zo heet het nu eenmaal.’’

Ontheemde gevoel van patiënten

Wat haar vooral trof in die eerste golf was het ontheemde gevoel van de patiënten. ,,Een opname is zo ontregelend. Je bent niet thuis, ligt niet in je eigen bed, hebt niet je familie om je heen. Je ligt in andermans handen. En je weet niet hoe het afloopt. Dat zet je hele leven op zijn kop. Voor deze mensen kwam daar ook nog bij dat ze ver van huis waren én geen bezoek mochten hebben. Eenzaamheid speelde een grote rol.’’

Over dat soort dingen, en de gevoelens daarbij, gaan de gesprekken. En over de betekenis die dingen nog hebben in het leven van de mensen. Zingeving. Dat is waar geestelijke verzorging om draait. ,,Wat is belangrijk voor je? Wat geeft je leven waarde? Wat geeft je moed? Wat helpt je?’’

Daar kan het geloof bij horen, maar het hoeft niet. Boekeloo zegt niet uit zichzelf dat zij protestants is, en zelfs dominee. ,,Komt het geloof niet ter sprake, dan is het niet relevant. Ik ga zeker niet proberen zieltjes te winnen. Ik ben geen evangelist.’’ Komt het geloof wél aan de orde, dan kan het volgens haar zeker helpen. Zoals die keer dat een ernstig zieke patiënt uit Brabant vertelde dat hij altijd troost put uit een christelijk lied. Welk lied dat was kon hij door ademtekort amper duidelijk maken. ,,Maar toen hij de eerste zin zei, kon ik het al aanvullen. Op zo’n moment gebeurt er iets in het contact. Iets heiligs.’’

Heilig. Dat vindt ze een mooi woord. ,,Het is een kernwoord in mijn geloof.’’

Warmte van een gemeenschap

Dat geloof kreeg ze van jongs af aan mee. Boekeloo groeide op in Erica, in een protestants gezin dat elke zondag naar de kerk ging. ,,Ik heb die waarden van huis uit meegekregen. Ik ken de warmte van zo’n gemeenschap heel goed.’’ Maar ze was ook altijd nieuwsgierig naar de wereld daarbuiten. De andere mensen, de andere geloven. ,,Als puber heb ik wel mijn eigen pad gevolgd. Ik ben mezelf vragen gaan stellen. Zou dit wel zo zijn?, dacht ik dan.’’

Ze had vriendinnen die niet-gelovig waren of agnost. Hoe kun je ooit de waarheid over het christendom of andere religies kennen? Ze vond het interessant om het daarover te hebben.

Ze twijfelde over het bestaan van God. De twijfels komen soms nog wel eens terug. ,,Is dat raar? Ik denk dat niemand het zeker weet. Wat is de waarheid? Iemand zei eens tegen mij dat ieder mens een gelovig deel in zich heeft en een niet-gelovig deel. Dat denk ik ook. Gaandeweg je leven neemt het geloof sowieso verschillende vormen aan. Je blijft nadenken, door de dingen die je meemaakt en de situaties die je tegenkomt. Het is nooit af. Want wie is God in deze coronatijd? Dat is weer iets nieuws.’’

loading

Geestelijk verzorger

In de ziekenhuiswereld belandde ze na haar studie tot predikant-geestelijk verzorger aan de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen. Geestelijk verzorger worden leek haar mooier nog dan dominee. Ze had gezien hoe veel steun haar opa in het ziekenhuis had gehad aan de geestelijk verzorger in het ziekenhuis, tot en met zijn sterfbed aan toe.

,,Het is zo’n mooi vak. En het is niet alleen maar ellende en dood. Er gebeuren ook positieve dingen. Broers die na jaren van ruzie toch naast elkaar aan het bed van hun vader zitten, bijvoorbeeld. Of mensen die ondanks het enorme leed dat ze moeten verstouwen, toch de moed vinden om door te kunnen gaan. Dat vind ik bewonderenswaardig. Het zet mij soms ook aan het denken. Ik ben bijvoorbeeld patiënten tegengekomen die zeggen: ,Als ik hier doorheen kom, ga ik het anders doen. Ik heb altijd heel hard gewerkt, maar dat ga ik niet meer doen.’’’

Luisteren is misschien wel het belangrijkste in haar werk. En doorvragen.

Even valt ze stil. Dan: ,,Onlangs heb ik zelf iets heel verdrietigs meegemaakt. Ik heb een miskraam gehad. Toen heb ik van de andere kant ondervonden hoe het is als iemand doorvraagt. De verloskundige belde mij na een week op om te vragen hoe het met mij ging en ik antwoordde: ‘Wel redelijk, naar omstandigheden.’ Toen zei zij: ,Wat betekent dat?’ Ze wilde weten wat ik daarmee bedoelde. Ik kon er niet overheen praten. Het was confronterend. Het is precies wat ik ook doe als geestelijk verzorger. Maar het hielp mij ook dat ik gehoord werd. Dat het verdriet en de pijn van het afscheid er mogen zijn.’’

Het personeel loopt risico

Gehoord worden bleek ook belangrijk voor het zorgpersoneel. ,,Een deel zat er echt mee om naar het werk te gaan. Je weet dat je door je werk een risico vormt voor je kinderen thuis of je kwetsbare ouders. Op de corona-afdeling draag je wel beschermende kleding, maar toch. Bovendien gebeurde het op de spoedeisende hulp ook wel dat patiënten zeiden dat ze geen coronaklachten hadden, terwijl dat wel zo was. Dan ging zo’n patiënt dus naar het ‘schone deel’, waar personeel onbeschermd werkt, en belden ze later op om te zeggen dat ze toch klachten hadden gehad. Het personeel loopt daardoor echt risico.’’

De tweede golf waar Nederland nu in zit, verloopt minder heftig dan de eerste. Voor de zieken is het grote verschil dat bezoek nu wél is toegestaan, zij het maar één tegelijk. Verder zijn de patiënten, die nu veel meer uit de eigen regio komen, jonger, belanden ze minder vaak op de ic en mogen ze sneller weer naar huis. Het geeft Boekeloo en ‘haar’ team weer tijd voor de andere patiënten.

Ze houdt van de afwisseling. De dynamiek. En de afstemming die het vereist. ,,Soms heb ik eerst een gesprek met een vrachtwagenchauffeur en daarna, in de kamer ernaast, één met een dame die zich laat voorstaan op haar adellijke titel.’’

Bron van licht

Niet altijd is ze het eens met de denkbeelden van de ander. Maar ze waakt ervoor in discussie te gaan. ,,Laatst was er een mevrouw die overtuigd is van de wederkomst. Ze zei: ‘Ik wacht er al jaren op dat Jezus terugkomt en ik denk dat het spoedig zover is.’ Sommige mensen zien deze coronatijd als teken van God, dat het einde der tijden nadert. Hoe ik daar zelf naar kijk, is op zo’n moment niet relevant. Wij praten erover, over hoe het voor háár is en hoe het háár helpt. Over de hoop en het gemis die hier beide in doorklinken. Ik ga er altijd vanuit dat ik iemand niet begrijp. Anders ga je dingen invullen en wordt de ander een beetje uit het licht gehaald.’’

Licht. Nog zo’n mooi woord. Zeker in deze tijd, nu het bijna kerst is. ,,De bron van dat licht is voor mij toch wel God.’’

Komende week is de kerstviering in het ziekenhuis. Online deze keer, in verband met corona. Ook de jaarlijkse gedenkdag verliep vorige maand via digitale weg. ,,Ieder jaar gedenken wij de mensen die tijdens hun opname, of kort daarna, zijn overleden. Om te laten zien dat ook wij, het ziekenhuispersoneel, deze mensen niet vergeten. Normaal gesproken komt de familie naar de stilteruimte in het ziekenhuis. Ze zeggen ook dat het hen helpt om terug te komen op deze beladen plek. Dit jaar kon dat dus niet, maar we vonden dat we de dag ook niet konden overslaan.’’

Zo is het constant een kwestie van afwegen: Wat kan er en wat is veilig genoeg? ,,Sommige dingen zijn duidelijk, zoals het feit dat je beschermende kleding moet dragen bij coronapatiënten. Vanuit het oogpunt van medemenselijkheid is dat pak niet fijn. Zeker bij patiënten die in de war zijn, helpt het niet als je als smurf aankomt. Maar het móet vanwege de veiligheid. Sommige situaties zijn minder duidelijk. We kijken dan echt of iets kan en hoe het dan kan.’’

De ballon. Een goed voorbeeld. Een mevrouw die met corona in het ziekenhuis lag, had van haar kleinkinderen een vrolijk gekleurde ballon gekregen. Na haar overlijden wilde de familie graag dat hij op de kist zou worden gelegd, omdat ze hem zo mooi had gevonden en er zo vaak naar had gekeken. Maar hoe krijg je zo’n ballon van de corona-afdeling af? ,,Uiteindelijk is het gelukt door de ballon te ontsmetten, helemaal te verpakken en vervolgens nog 48 uur in quarantaine te doen.’’

Je bent een passant in iemands leven

Mensen helpen is wel de voornaamste drijfveer van Boekeloo. Of ze dat ooit als dominee in de kerk zal doen? Ze is immers ook predikant. Ze durft het niet te zeggen. ,,Meestal antwoord ik: ‘Over tien jaar misschien.’ Maar dat zei ik vijf jaar geleden ook. Het wordt nooit korter. Tijdens mijn opleiding voor geestelijk verzorger zeiden studiegenoten al: ‘Waarom ga je niet de kerk in? Daar heb je niet alleen maar ellende. Daar trouwen mensen en worden mensen gedoopt.’ Maar zoals ik al zei: ook in het ziekenhuis gebeuren mooie dingen. En ik hou van het in de samenleving zijn. Van de diversiteit en de verrassing in de ontmoetingen. In een kerkelijke gemeenschap heb je dat denk ik minder. Dan ben je meer met gelijken. En het vlugge heeft ook wat. Je bent een passant in iemands leven. Je loopt even samen op.’’

Maandag wordt Boekeloo gefilmd in de stilteruimte van het ziekenhuis, als voorganger in de kerstviering. Op kerstavond volgt de uitzending voor patiënten en misschien ook personeel. Ze houdt de dienst zo laagdrempelig mogelijk, zodat iedereen het kan volgen. ,,Maar kerst is en blijft natuurlijk een christelijke feestdag. Als je me vraagt: Wanneer ben je het meest dominee? Nou, bij de kerstviering!’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Assen