De blijdschap was groot bij de besturen van de musea in De Wolden. Opluchting was er ook, misschien nog wel meer bij de vele vrijwilligers die sinds jaar en dag in De Wemme in Zuidwolde en De Karstenhoeve in Ruinerwold klaarstaan. Duidelijk werd wel dat het publiek nog even de knop om moet zetten.

In Ruinerwold kregen alle vrijwilligers die de rondleidingen verzorgen vrijdagavond hun instructies. De mannen beneden bij de expositie over veterinaire gereedschappen door voorzitter Jan van Calker, de dames boven. Daar gaf beheerder Petra Hessels tekst en uitleg gaf bij de nieuwe expositie In de lappenmand . Onderdeel van de expositie is – heel toepasselijk – de pandemie: van Spaanse griep tot pokken. Dat vrijwilliger Bart Kiers daar als enige man bij aanwezig was, had zo een reden. „Die informatie ken ik al, dan leek het me handiger om even met de dames mee te lopen”, aldus de inwoner van Dwingeloo.

loading

Te lang dicht geweest

De instructie in de museumboerderij aan de Dokter Larijweg gaf meteen ook aan waarom mensen vrijwilliger zijn bij een museum: er werd heel wat met elkaar afgekletst, want de boerderij is te lang dicht geweest. „Dit is het moment waar we heel lang op hebben gewacht”, stelt Van Calker vast. „Maar wij hebben de tijd wel goed besteed: buiten is al het ijzerwerk geschilderd en we hebben heel wat zaken opgeknapt.”

loading

Petra Hessels drukt de dames op het hart om de lengte van de rondleidingen scherp in de gaten te houden. „We hebben heel veel om te laten zien, probeer een beetje af te tasten waar de gasten behoefte aan hebben.” Op de eerste verdieping vertelt Hessels over de Spaanse griep, die in de regio en vooral in Staphorst wild om zich heen greep. Het ging over Edward Jenner, die in de 18de eeuw als eerste met een vaccin kwam tegen de pokken. Het Staphorster Boertje neemt een bijzondere plaats in op de expositie. De tien dames die vanaf nu de gids zijn voor de bezoekers, praten zelf honderduit en er komen heel wat verhalen los. „Zo gaat dat met de echte rondleidingen ook”, lacht Hessels, die op de zaterdag een handjevol bezoekers telde, maar in de afgelopen week al meerdere verzoeken kreeg voor familiereünies.

Rustige start in Zuidwolde

Een dag later zit het vierkoppige bestuur van De Wemme in Zuidwolde een half uurtje na de opening van het fors verbouwde museum aan tafel met koffie en een tompouce. „Dit is toch een feestelijke dag”, reageert Arie-Leen van Schoonhoven. „Dit is een belangrijke dag voor alle musea in Nederland”, constateert voorzitter Wim Wennink. De aanwezige vrijwilligers hebben het nog rustig op deze eerste dag, de eerste bezoekers komen vooral om op het terras wat te drinken. Op zondag was het al wat drukker met twintig museumbezoekers en de nodige terrasbezoekers. „Mensen uit onder andere Meppel, Veendam en Den Haag”, zag een tevreden Van Schoonhoven.

„De vrijwilligers stonden al een tijdje te trappelen, heerlijk dat het weer kan”, merkt Van Schoonhoven op. „Maar je voelt wel dat de mensen toch nog wat huiverig zijn om naar het museum te komen, dat zagen we vorig jaar zomer ook toen we open waren.” Groepen die met een bus komen, kunnen nog niet worden verwelkomd. Groepjes wel, uiteraard binnen de geldende beperkingen. „Onze regels zijn nog steeds hetzelfde, zo krijgen bezoekers handschoenen aan in verband met het aanraken van sommige zaken in de expositie”, verwijst Van Schoonhoven naar bepaalde interactieve onderdelen.

Geboortegolf en emigratie

De expositie over 75 jaar bevrijding, die vorig jaar was ingericht, is nog steeds te bekijken. „We hebben de onderdelen emigratie en geboortegolf eraan toegevoegd”, zegt Wennink. Volgens Van Schoonhoven werden tussen 1946 en 1955 liefst 2,4 miljoen baby’s geboren in Nederland. „En er emigreerden na de oorlog heel veel mensen naar de andere kant van de wereld.” Ze hopen in Zuidwolde alsnog een hoop bezoekers te kunnen verwelkomen. „Normaal hebben we tussen de 3000 en 4000 bezoekers per jaar, dat hebben we vorig jaar natuurlijk niet gehaald en ook nu missen we al enkele maanden”, weet de voorzitter. „Maar we beginnen tenminste weer.”

Het Nostalgische Kinderwagenmuseum in Echten opent de deur weer op 16 juni. Melle en Marianne Elsinga hebben enkele kleine wijzigingen doorgevoerd in de collectie. „We hebben er wat nieuwe spullen ingezet, zo hebben we nu een Duitse kruidenierswinkel uit 1930 en een vitrine is ingericht met nostalgisch speelgoed van een man uit Appelscha”, laat Marianne Elsinga weten.

Je kunt deze onderwerpen volgen
De Wolden