Motorcamping The Big Oaks in Ruinerwold draaide een goed jaar.

Roland Buursma runt een motorcamping in Ruinerwold. 'Een auto zegt me helemaal niets'

Motorcamping The Big Oaks in Ruinerwold draaide een goed jaar. Foto: Artizzl Media / Peter Nefkens

Een multiculturele noorderling, zo omschrijft Roland Buursma zichzelf. De eigenaar van motorcamping The Big Oaks aan de Weidenweg in Ruinerwold moet er zelf om glimlachen. Hij is blij uiteindelijk neergestreken te zijn in Ruinerwold, waar hij ondanks de coronaperikelen een mooi seizoen draaide.

Geboren in Amsterdam, vader een Fries, moeder een Groningse, en vervolgens het hele noorden wel zo’n beetje gezien. „Ik heb tien jaar in Amsterdam gewerkt voordat ik de camping begon. In 2017 zijn we hier komen wonen, vorig jaar beleefden we ons eerste seizoen”, kijkt Buursma terug. Het was vooral een jaar van aftasten: hoe alles zou gaan lopen, hoeveel gasten er zouden komen, dat soort dingen. „Ik werd eerst wel een beetje zenuwachtig van tien mensen. Ik kook voor ze, maak het ontbijt; je wil het graag goed doen.” Die nervositeit was niet nodig, want de vakantievierende motorliefhebbers wisten The Big Oaks goed te vinden.

De liefde voor de motor werd Roland met de paplepel ingegoten. „Mijn moeder komt uit Tolbert en daar had je altijd die wegraces. Ja, mijn ouders waren zeker motorminded. Een auto zegt me helemaal niets. Die pick-up hier staat er omdat die bij de hele entourage past. Daar kun je makkelijk dertig kratten bier mee vervoeren”, lacht hij. Het kwartje voor de motor viel overigens in Friesland en het was vooral liefde voor de Harley Davidson. „Maar ook de Moto Guzzi, dat is dan weer de Italiaanse Harley.”

Eikenbomen

Buiten is het grijs en ligt de grond bezaaid met eikels. Niet zo vreemd met al die stevige eikenbomen op het terrein, waarnaar de camping genoemd werd. Afgelopen zomer was het hier een komen en gaan van motoren. Mensen met een tentje, maar ook die liever in de bed and breakfast verblijven. „Alle lagen van de bevolking, van advocaten, chirurgen, ambtenaren, AOW’ers tot bouwvakkers; alles komt hier. Het leuke is dat, wanneer ze samen onder luifel zitten, er geen verschil is. Dat is het mooie van de motorfamilie.”

De vooroordelen dat deze groep mensen zuipt als een ketter en een hoop herrie maakt, herkent Roland zeker niet. „Wij zijn sowieso geen schreeuwerige camping. Onder de luifel hebben we bewust geen muziek, we hebben nog nooit een klacht gehad. Mensen willen graag met elkaar communiceren. Als ze gezellig kunnen keuvelen, is de dag al geslaagd. En ik ben zelf geen bijzitter, maar laveer er een beetje tussendoor. Ik mag ook graag een rondje om het veld lopen om te zien wat voor motorfietsen er staan.”

Motorbeurs

Corona raakte ook de camping van Roland. „In februari was ik nog op de motorbeurs in Assen, we hadden de camping tot en met juni volgeboekt. Toen kwam corona, vanaf 15 juni gingen we weer open. We hebben twee en een halve maand achter elkaar gedraaid.” Dat betekent veel werk, maar ook een hoop gezelligheid. Gasten maken dagtochten vanuit Ruinerwold, maken gebruik van de nieuwe wandelroute van Berghuizen, wandelen naar het dorp of lenen een fiets om naar Meppel te gaan.

loading

„Dan zijn ze ’s avonds weer terug. We hadden er een paar die overdag gingen vissen bij De Woldstek. Ze hadden vijftien vissen gevangen en die gingen hier ’s avonds op de barbecue. Op zondagmorgen is het ook altijd gezellig, dan moeten ze zelf hun ei bakken. Ik zet sowieso altijd alles klaar, maar ze moeten zich verder zelf redden.” Met een glimlach vertelt Roland dat de mensen er achter komen hoe waanzinnig mooi het in deze regio is.

Vergrijzing bij motorrijders? Welnee

Opvallend was dit jaar dat er veel jonge mensen kwamen aanwaaien. „Er wordt wel eens gezegd dat de groep motorrijders vergrijst, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. We treffen hier zelfs gezinnen met jonge kinderen. De vrouw op de zijspan met de kinderen in de bak. Je merkt in coronatijd ook dat de motor enorm veel vrijheid geeft, je kunt echt veel doen”, bezweert Buursma. Hij geeft wel aan dat het virus er wel voor heeft gezorgd dat ook de Buursma’s af en toe met samengeknepen billen hebben gezeten. „Die anderhalve meter afstand geldt hier natuurlijk ook gewoon. We hebben negen keer controle gehad, geen probleem. Als het nodig was, sprak ik de mensen gewoon even aan.”

Buursma spreekt van één grote familie. „De saamhorigheid is groot. Als er iets kapot is, maakt iemand het wel weer. Iedereen helpt elkaar en er wordt volop informatie uitgewisseld. Wil je rust? Ook prima, maar ze laten je niet alleen aan een tafeltje zitten als dat niet hoeft.”

menu