De dertig energieregio’s in Nederland tonen in hun concept-Regionale Energie Strategieën (RES) grote bereidheid en ambitie om bij te dragen aan de doelen van het Klimaatakkoord. Het doel om in 2030 35 TeraWattuur (TWh) hernieuwbare elektriciteit op te wekken wordt in de plannen ruimschoots overtroffen. De optelsom van de regionale plannen levert een totaal op van 52,5 TWh.

Drenthe draagt 3,45 TeraWattuur bij met grootschalige zonne- en windenergie op land. Van deze 3,45 TWh is al meer dan de helft gerealiseerd, vergund of bevindt zich in de vergunningsfase. Meppel zegt een totaal van 0,17 TWh te kunnen leveren, waarvan 0,102 via windenergie en 0,68 via zonenergie. Voor het opwekken van 1 TWh elektriciteit zijn 100 grote windturbines nodig of is 1000 hectare aan zonnepanelen nodig.

Op 4, 5 en 6 februari vond online de Drentse Energie Driedaagse plaats in een spectaculaire virtuele omgeving . Waar een enkele deelnemer aan de driedaagse nog volop wilde inzetten op energiebesparing waren anderen realistischer. Ondanks inzet op isolatie en zuinigere auto’s en apparaten is de energiebehoefte alleen maar toegenomen. Een groei van de bevolking, een grotere welvaart met daaraan gekoppeld meer vliegvakanties en nieuwe apparaten, zoals computers en smartphones zorgen voor extra energieconsumptie.

Ondanks dat is „besparing altijd zinvol”, aldus Henk Doeven, wethouder van de gemeente Westerveld. „Zelf krijg ik zonnepanelen en wil ik van het gas af. Daardoor neemt mijn elektriciteitsgebruik natuurlijk wel toe.”

Water uit Hoogeveense Vaart

De deelnemers zien kansen om energie te halen uit onaangeroerde bronnen. Zo kan water uit de Hoogeveense Vaart gebruikt worden voor het duurzaam verwarmen en koelen van gebouwen. Omdat de vaart door meerdere gemeenten loopt zal er intensief overleg gevoerd moeten worden. En daar ontbreekt het aan bij de gemeente Aa en Hunze en de Groninger buurgemeenten, zegt wethouder Co Lambert van de gemeente Aa en Hunze. „De provinciegrens lijkt wel een Berlijnse muur”.

Jaap van der Haar, wethouder in Meppel herkent dat probleem niet. Hij heeft regelmatig overleg met de Overijsselse gemeenten Steenwijkerland, Staphorst en Zwolle. Er is elk kwartaal overleg om „verrommeling” tegen te gaan.

‘Niet blij’ met zonneparken tegen Meppeler grens

Ondanks het goede overleg is van der Haar „niet blij” en het „totaal oneens” met de plannen van Steenwijkerland om zonneparken tegen de gemeentegrens van Meppel aan te leggen. „Maar ik snap de argumenten wel. Steenwijkerland gebruikt daarvoor landbouwgronden die minder geschikt zijn voor veeteelt omdat ze te nat zijn.”

Meppel wil juist géén grondgebonden zonneparken en zet in op zonnepanelen op (bedrijfs-)daken en windmolens. Toch komt er een park van twee hectare groot in Nieuwveense landen. „Dat is een aanvulling op de panelen op de woonhuizen, anders is de ambitie van de wijk niet waar te maken”, licht Van der Haar toe.

Christof, een inwoner van Meppel, verbaast zich er over dat de privédaken niet vol liggen. „Iedereen legt zonnepanelen voor de eigen behoefte, waardoor er dakruimte onbenut blijft.” Jaap van der Haar herkent dat, maar momenteel kan de gemeente nog geen voorwaarden stellen, zegt hij. Bovendien is zijn overtuiging dat „dwang nooit positief werkt maar motiveren wel.”

En daarbij helpt de huidige wetgeving niet echt. De ingewikkelde postcoderoosregeling en de voorgestelde afbouw van de saldering van aan het net terug geleverde energie zorgt voor lastige regels. Volgens wethouder Co Lambert zou versoepeling van de regelgeving helpen omdat de investering anders niet wordt terugverdiend.

Deelnemer Bernd Derksen komt met de suggestie om daken beschikbaar te stellen en zo het landschap te helpen. Van der Haar is erg gecharmeerd van deze gedachte om „dakruimte te doneren”. Immers, niet iedereen beschikt over een geschikt dak. Een dergelijke samenwerking zonder allerlei constructies in de vorm van coöperaties kan de energietransitie versnellen. Die transitie vraagt om visie, inzet, betrokkenheid van inwoners en vooral om veel lef.


Planbureau analyseert plannen in Monitor

De regio’s hebben de nationale opgave vanuit het Klimaatakkoord vertaald naar dertig verschillende regionale ambities met een eigen context en karakter. De hoogte van het bod biedt de ruimte om in het besluitvormingsproces tot breed gedragen en weloverwogen keuzes te komen.’ Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de Monitor concept-RES, Een analyse van de concept-Regionale Energie Strategieën die begin deze maand verscheen .

Het totale bod aan hernieuwbare elektriciteit uit wind en grootschalig zonne-energie systemen op land bestaat voor ongeveer de helft uit productie door bestaande installaties (aandeel ‘huidig’) en uit projecten die mogelijk op korte termijn worden gerealiseerd (aandeel ‘pijplijn’). De andere helft van het bod bestaat uit productie op basis van plannen die nog grotendeels concreet moeten worden gemaakt (aandeel ‘ambitie’).

De realisatie van de regionale plannen is echter met de nodige onzekerheid omgeven. Nadere verkenning levert een inschatting voor hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 op met een bandbreedte van 31,2 tot 45,7 TWh. Of het doel van 35 TWh wordt gehaald, is nog geen gegeven.


Investeringen in het elektriciteitsnetwerk

Het PBL komt na analyse van gegevens van Netbeheer Nederland tot de inschatting dat, om het doel van 35 TWh te kunnen behalen, forse extra investeringen in het elektriciteitsnetwerk nodig zijn. In de Monitor vraagt het PBL verder aandacht voor een aantal zaken zoals ruimte en draagvlak. ‘Regio’s hebben zeker aandacht voor participatie, maar in veel gevallen is participatie van bijvoorbeeld burgers pas in een later stadium voorzien.’

De regio’s treffen inmiddels voorbereidingen om medio 2021 een evenwichtige en breed gedragen RES 1.0 te kunnen vaststellen. Daarvoor doet het PBL enkele aanbevelingen. Een van de aanbevelingen is om draagvlak te krijgen voor de uitvoering van plannen. ‘Het is van belang dat mogelijke locaties niet alleen technisch tot stand komen, maar het resultaat zijn van een politiek-maatschappelijke afweging. Laat burgers daar op het juiste moment, en zo concreet mogelijk, over meepraten’, schrijft het PBL. Een andere aanbeveling is om een integrale kijk te ontwikkelen, immers ‘netwerken voor elektriciteit, gas en warmte worden in de energietransitie nog vooral los van elkaar bekeken’.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meppel
Energietransitie
Duurzame energie