IJs- en skeelerclub Nijeveen telt momenteel twee Nederlands kampioenen inline-skaten

De Nederlands kampioenen Michiel Frankema en Lotte Veenstra poseren gezamenlijk op de baan van IJs- en Skeelerclub Nijeveen. Foto: Frens Jansen

Bij de Nederlandse kampioenschappen inline-skaten kwamen Lotte Veenstra uit Meppel en Michiel Frankema uit Rogat onlangs in hun categorie als eerste over de finish. Beiden zijn lid van de ijs- en skeelerclub Nijeveen en behaalden op het fraaie circuit van Zandvoort hun eerste nationale titel.

Dat Lotte Veenstra bij de damesjunioren tot de favorieten behoorde wist ze wel, maar toen ze solo als eerste over de streep kwam gaf haar dat een geweldig gevoel. „Vooraf had ik er wel rekening mee gehouden. Bij twee eerdere NK’s werd ik tweede en ik hoopte natuurlijk dat het nu wél zou lukken. Ik voelde meer druk om eindelijk die titel te winnen, maar toen ik op een gegeven ogenblik los was en tussen de damessenioren reed wist ik dat het goed zat.”

Serieuzer

Hoewel ze nog maar achttien jaar is, rijdt ze al twaalf jaar op skeelers en schaatsen rond. „Op mijn zesde ben ik lid van de club in Nijeveen geworden. Omdat het goed ging werd het steeds leuker en pakte ik het serieuzer aan. Op mijn veertiende kwam ik bij de skeelerselectie Groningen en Drenthe en groeide ik verder naar nationaal niveau. Ja, met deze Nederlandse titel als resultaat. Dat kun je wel zeggen.” Dat resultaat kwam echter niet zonder slag of stoot tot stand. Lotte traint drie tot vijf keer per week anderhalf uur op de skeelers en daarnaast fietst ze ook veel.

Wat betreft wedstrijden zit het skeelerseizoen erop voor de Meppelse. Maar op de binnenbaan in Heerenveen traint ze nog een poosje door. Daarna kunnen de schaatsen uit het vet. Daar legt Lotte niet haar prioriteit, maar ze vindt het wel leuk om te doen. Wat betreft volgend jaar is het wat koffiedik kijken. „Dan ga ik naar de seniorendames en ik heb geen idee wat ik dan verwachten kan. Eerst maar eens zien hoe het eraan toegaat in het peloton. Mijn uiteindelijke doel is ooit nog eens mee te doen aan de Europese kampioenschappen. Dat lijkt me een geweldige ervaring. Dit jaar had ik bij de junioren kunnen meedoen, maar het EK ging vanwege corona jammer genoeg niet door. De concurrentie bij de dames is veel groter dan wat ik nu gewend was, maar ik zal er alles aan doen om dat EK te halen.”

Een paar centimeter

In tegenstelling tot Lotte Veenstra heeft Michiel Frankema wél veel met schaatsen. Zijn deelname aan de Elfstedentocht in 1997 ziet hij als een van twee hoogtepunten in zijn carrière. Het andere hoogtepunt laat zich makkelijk raden: „Dat is toch wel de titel die ik nu heb behaald. Het was een spannende wedstrijd, moet ik zeggen, want Hans van de Wetering uit Noordeinde was ook sterk. Maar in de eindsprint kon ik hem gelukkig net een paar centimeter voorblijven door mijn been ver uit te strekken.”

Sportief leven

Het sportieve leven van Frankema begon aan het eind van de jaren tachtig, toen hij een jaar of 12 was. Hij rook toen aan het skeeleren en dat smaakte naar meer. „Het was een sport die in die tijd vanuit Amerika kwam overwaaien. Als jongen reed ik al snel mee in toertochten en dat ging me goed af. Toen ik vijftien was, ben ik aan wedstrijden gaan meedoen. Later ben ik minder gaan sporten en ben ik zelfs een paar keer gestopt, maar ook weer opnieuw begonnen. Het jaar dat ik bij de masters zou kunnen meedoen, was zo’n moment. Het gaf me een goed gevoel weer bezig te zijn. Ik kon goed meekomen, maar dat ik in Zandvoort zou winnen had ik niet direct verwacht. Ik wist wel dat het zou kunnen, gezien de verwachte sterkte van de andere rijders. Maar dat was een inschatting. Voor de masters zijn er maar weinig landelijke wedstrijden. Regionaal zijn er meer, maar daar staan nooit alle sterke rijders aan de start. Dus je kent de kracht van de andere rijders niet goed. Het kon, maar dan moest alles wel meezitten. Geweldig dat het is gelukt.”

Voor de komende jaren heeft Michiel Frankema zich een nieuw doel gesteld: „Ik wil nog graag een keer op het podium staan bij de open Nederlandse kampioenschappen skeeleren. Die worden ieder jaar in het Friese Hallum gehouden. Daar staat de internationale top aan de start. Een plaats bij de eerste drie zou mooi zijn. De titel pakken natuurlijk het allermooiste.”

menu