In memoriam Nico Verrips (90): Klokken Meppeler Toren luiden ter nagedachtenis aan voormalige cantor-organist

Nico Verrips. Foto: archief Wilbert Bijzitter

De klokken van de Meppeler Toren luiden vrijdag ter nagedachtenis aan Nico Verrips. Het carillon verspreidt deze en de komende week op het hele en op het halve uur composities van hem. De voormalige cantor-organist van de Grote- of Mariakerk overleed zaterdagochtend thuis op 90-jarige leeftijd.

Nico Verrips, geboren in Vinkeveen op 20 mei 1929, was de zoon van een turfsteker. Hij kreeg zijn eerste lessen samen met zijn broer achter het harmonium. Al gauw bleek dat Nico de meeste talenten had. Hij wilde verder studeren en behaalde tussen 1949 en 1954 diverse getuigschriften en testimonia op het gebied van de kerkmuziek, uitgegeven door de Nederlandse Organistenvereniging en de Protestantse Kerkmuziekschool Utrecht. Hij studeerde vervolgens orgel en schoolmuziek aan het Amsterdamse Conservatorium en behaalde in 1960 tevens cum laude het einddiploma schoolmuziek aan het Utrechts Conservatorium.

Hij was tussen 1949 en 1953 organist van achtereenvolgens de Hervormde Gemeenten in Vleuten-De Meern en Mijdrecht.

Oprichter Hervormde Cantorij

Nico Verrips kreeg in Meppel grote bekendheid als oprichter van de Hervormde Cantorij en als cantor-organist van de Grote Kerk (1953-1998). Hij componeerde een groot aantal orgel- en koorwerken voor de liturgie. Een aantal daarvan met tekst van onder anderen Wim Pendrecht, Willem Barnard en Huub Oosterhuis, werden opgenomen in het Liedboek van de Protestantse Kerk. Daaronder Licht om te leven de duisternis voorbij , O Heer, blijf toch niet vragen en De vogels van de bomen . Als componist was Verrips autodidact. Hij componeerde ook kinderliedjes met name voor zijn dochters.

Verrips doceerde van 1959 tot 1964 muziek in het voortgezet onderwijs en was van 1964 tot 1989 werkzaam aan de Opleidingsschool Kleuterleidster in Meppel, aanvankelijk als docent muziek, later ook als directeur. Nico Verrips was ook docent van de Commissie voor de Kerkmuziek van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Vooruitstrevend

Hij stond bekend als een bescheiden, maar vooruitstrevend mens. Zijn gezin omschrijft hem als een ruimhartige en warmvoelende partner, vader en grootvader. Eng denken was hem op alle muzikale fronten vreemd. Hij hield van alle stijlen muziek. Ook in de eredienst schuwde hij nieuwigheden niet. Opwekkingsliederen met gebruik van een combo vond hij prima, mits het maar „muzikaal verantwoord” was. Daarin was hij recht in de leer. „Als het alleen om esthetische bevrediging gaat, moet je naar het Concertgebouw gaan. Het mag wel esthetisch zijn, maar het moet ook een functie hebben.”

Verrips studeerde na zijn langjarige periode als cantor-organist nog dagelijks „voor de lol en om bij te blijven” tot hij door fysieke malheur en een mislukte operatie niet meer kon spelen.

Filosofisch

Verrips was actief voor de Stichting Noordelijke Componisten, waarvan zijn oud-collega aan de pabo, Wim Stoppelenburg, voorzitter was. Een orgelwerk van Stoppelenburg, getiteld Fantasia, ging in de Grote Kerk met Nico Verrips achter het orgel in première. Vrienden en oud-collega’s omschrijven Verrips als een filosofisch ingestelde man die meningen van anderen altijd respecteerde.

Ter gelegenheid van zijn 40-jarig jubileum als cantor-organist vond een concert plaats in de Grote- of Mariakerk. Tijdens dit concert werd een bijzondere versie uitgevoerd van Psalm 122, gebaseerd op een bewerkte tekst van drs. B. Metselaar en gecomponeerd door de jubilaris zelf: Hoe sprong mijn hart hoog op in mij, toen men mij zeide: „Gord u aan om naar des Heren huis te gaan! Kom ga met ons en doe als wij!”

menu