De gemeente Meppel wil de komende jaren extra aandacht besteden aan de wijk Oosterboer. Om van de bewoners te horen waar de gemeente aandacht aan moet besteden, organiseerde de gemeente dinsdagavond meerdere online brainstormsessies.

Inwoners van de wijk gingen digitaal met gemeente, medebewoners en organisaties in gesprek over verschillende thema’s, zoals voorzieningen in 2050, een bereikbaar en toegankelijke wijk, een aantrekkelijke en gezonde wijk, en buurtgericht werken.

Veroudering speelt wijk parten

Uit een rondgang langs de verschillende sessies komt een beeld van de Oosterboer naar voren als een verouderde wijk. De eerste ontwerpen van de wijk dateren uit de jaren zeventig. En dat levert problemen op. Zo is de wijk niet berekend op de grote hoeveelheid auto’s. Er is gebrek aan parkeerplaatsen, zeker nu veel huishoudens twee of zelfs drie wagens voor de deur hebben.

Komt de deeleconomie echt van de grond?

Hoe los je dat parkeerprobleem op? Door buiten de wijk te parkeren of door groen („poepveldjes”, zeggen sommigen) op te offeren voor parkeerplaatsen? Of leven we in 2050 in een echte deeleconomie waarin niemand een eigen auto heeft maar gebruik maakt van een deelauto?

Ook aan het openbaar groen is te zien dat de wijk verouderd is. De grote bomen drukken de stoeptegens naar boven. En die leveren problemen op voor de gebruikers van een rollator. Daarnaast nemen de volle boomkruinen veel licht weg. Niet alleen van de daken met zonnepanelen maar ook op de bodem is schaduw, waardoor er geen andere beplanting wil groeien. De biodiversiteit holt daardoor achteruit.

Visie op wonen, werken en leven verandert

Daarnaast was volgens een van de deelnemers de visie op de wijk in de jaren zeventig heel anders. Sport en spel was voor de jeugd anders bedacht. De jongeren moesten naar de randen van de wijk om in het Ringpark te spelen of naar het speelterrein in de buurt van De Baander. Maar de kinderen van nu spelen daar niet. Als ze buiten zijn bouwen ze hutten in de bosjes. Aan de kinderen en zeker aan de iets oudere jeugd is niet gevraagd waar ze nú behoefte aan heeft. Bij gebrek aan beter hangen ze in de avond wat rond op een schoolplein of ze trekken naar zwemplas Engelgaarde.

Misschien moeten er aparte speelplekken komen voor kinderen en voor honden. Want samen van een grasveld gebruikmaken, dat gaat niet. Het Groene Hart, de naam van een grasveld in de Verzetsbuurt, wordt niet voor niets smalend het bruine hart genoemd.

Eenzaamheid en isolement zijn onzichtbare problemen

Maar naast deze praktische en zichtbare problemen zijn er ook nog andere zaken die spelen. Voor steeds meer eenpersoonshuishoudens en zelfstandig wonende ouderen dreigt eenzaamheid en isolement. Er zijn wel veel initiatieven en accommodaties, zoals de Boerhoorn, de wijkvereniging en het Wijkpunt maar die vissen allemaal in dezelfde vijver. Een goed overzicht van de verschillende voorzieningen en activiteiten ontbreekt.

De gemeente moet keuzes maken: óf de ouderen verzorgen óf het groen onderhouden. Er is maar beperkt budget. Een oplossing ligt in het inschakelen van de inwoners zelf. Maar vaak blijkt het legioen vrijwilligers te bestaan uit wijkbewoners van 55+.

Zelfwerkzaamheid moet worden beloond

Er wordt inspiratie geput uit het verleden. Toen de huismoeders nog hun eigen stoepje schrobden en ook een stukje straat meenamen. Misschien moet er meer zelfwerkzaamheid van de inwoners komen. Maar dan wel zo dat mensen er iets voor terug krijgen: een korting op de afvalstoffenheffing of een gezamenlijk speeltoestel voor de jeugd.

Op woensdagavond 3 maart volgt de buurtsessie voor het Groene Hart en op donderdag 4 maart zijn er opnieuw online brainstormsessies waarin dezelfde thema’s als dinsdag aan bod komen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meppel