Elk bolletje is één (school)bestuur. Bron: Ministerie van Onderwijs

Schoolbesturen met miljoenen op de bank verlagen hun spaartegoeden

Elk bolletje is één (school)bestuur. Bron: Ministerie van Onderwijs Foto Shutterstock

Hoewel het onderwijspersoneel klaagt over volle klassen en grote werkdruk, liggen er bij meerdere schoolbesturen in het primair onderwijs (PO) nog miljoenen op de plank.

Ook schoolbesturen in de regio hebben miljoenen op de bank staan. Stichting Op Kop, met scholen in Steenwijkerland en Zwartewaterland, wil zelf geen bedrag noemen. Maar uit berekeningen van deze krant blijkt dat Op Kop ongeveer 4,4 miljoen euro méér heeft dan de vastgestelde bovengrens van het spaargeld. Stichting Promes (Meppel/Staphorst) heeft ongeveer 1,1 miljoen euro boven de toegestane reserves.

In de politiek wordt al jaren gewezen op het spaargeld dat schoolbesturen hebben opgepot. Na veel discussie besloten de ministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven een signaleringswaarde in te voeren voor mogelijk bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen. ‘Aanleiding is dat de Inspectie van het Onderwijs in 2018 in De Financiële Staat van het Onderwijs 2017 concludeerde dat de reserves van onderwijsinstellingen geleidelijk toenemen. Er blijft structureel geld over aan het einde van het jaar, in nagenoeg alle onderwijssectoren’, schrijven de ministers op 29 juni in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Het is goed dat besturen een financiële buffer aanhouden, zoals blijkt nu het onderwijs hard wordt getroffen door de coronacrisis. Financieel gezonde besturen hebben nu de armslag om leerlingen en studenten zoveel mogelijk te blijven bedienen van goed onderwijs’, vervolgen de bewindslieden. ‘Dat neemt niet weg dat besturen niet onnodig geld moeten oppotten. Vooral in het primair- en het voortgezet onderwijs zijn er besturen en samenwerkingsverbanden met een eigen vermogen dat boven de signaleringswaarde uitstijgt.’

Publiek geld

In 2018 hadden 580 van de in totaal 963 schoolbesturen (60 procent) van het primair onderwijs in Nederland mogelijk bovenmatig veel eigen vermogen. In totaal komt dit neer op 850 miljoen euro.

De inspectie paste de signaleringswaarde voor het eerst toe op de jaarcijfers over 2019, die in de zomer van 2020 uitgebracht zijn. Belangrijk is dat de inspectie alleen kijkt naar het publieke deel van het eigen vermogen, dus het geld dat via belastingen is opgebracht. Eventueel privaat vermogen, dus geld dat het bestuur heeft binnengehaald met verkoop van gebouwen of oudpapieracties valt buiten het bestek van de inspectie.

Werkdruk bij onderwijspersoneel, maar structureel teveel geld over

De inspectie zal vanaf 2020 ieder najaar een brief sturen aan alle besturen met een eigen vermogen boven de signaleringswaarde.

Stichting Op Kop

Zowel in de regio Zuidwest-Drenthe (Meppel, Westerveld en De Wolden) als in de Kop van Overijssel (Steenwijkerland en Zwartewaterland) zijn er schoolbesturen met miljoenen op de bank.

Een van deze besturen is de Stichting Op Kop waarbinnen zeventien openbare basisscholen in Steenwijkerland en Zwartewaterland samenwerken. Circa 200 medewerkers verzorgen er het onderwijs aan zo’n 1650 leerlingen.

De Stichting Op Kop heeft een brief gehad over het ‘Normatief publiek eigen vermogen’ (NPEV), ofwel de ‘nieuwe signaleringswaarde’ zoals de politiek het noemt. Dat bevestigt Herman Wevers, de tijdelijke directeur-bestuurder. Maar een bedrag wil Wevers niet noemen. Uit berekeningen van deze krant blijkt dat Op Kop ongeveer 4,4 miljoen euro méér heeft dan de vastgestelde bovengrens van het spaargeld.

Wevers vindt de brief bemoeizuchtig. „Dat een bestuur verantwoording aflegt over de uitgave van publiek geld is prima, maar dit is bemoeienis buiten de kaders”, zegt hij. De directeur noemt de hoeveelheid spaargeld niet bovenmatig maar wel robuust. „Deze robuuste financiële structuur komt door goed bestuur in de afgelopen tien jaar”, vervolgt hij. De stichting staat, volgens Wevers voor grote uitgaven.

Medezeggenschapsraden moeten toezien op de doelmatigheid van de uitgaven

Zo is onlangs in de gemeente Zwartewaterland het huisvestingsplan vastgesteld. Naast financiering vanuit de gemeente gaat ook Op Kop investeren in het nieuwe schoolgebouw, zoals in meubilair en vloerbedekking. Daarnaast wil Wevers investeren in leermiddelen en ict, onderhoud van de zeventien gebouwen en in duurzaamheid. En hoewel de ventilatiesystemen voldoen aan het bouwbesluit wil Op Kop het comfort van deze installaties verbeteren. „Een raam open in de winter is niet fijn, dus er zijn aanvullende maatregelen nodig.”

Kortlopende schulden

De gemiddelde liquiditeitsratio die aangeeft in hoeverre een organisatie kan voldoen aan haar kortlopende verplichtingen, ligt ook hier in de regio al jaren te hoog. Dat is waarschijnlijk het gevolg van de invoering in 2006 van de zogeheten lumpsumfinanciering. Wat heet: structureel hoger dan de in 2009 voorgestelde bovengrens van de Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (commissie Don).

De overschotten zijn ook structureel hoger dan die van de belangrijkste belastingbetaler, een (gemiddeld) Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Terwijl die bedrijven het per definitie met een hogere onzekerheid van inkomsten hebben te stellen.

Menig schoolbestuur weet dus nog steeds niet voldoende doelmatig om te gaan met belastinggeld. Opmerkelijk als je bijvoorbeeld het lerarentekort en de stakingen in ogenschouw neemt. Politiek Den Haag neigt er dan ook steeds meer naar om het surplus aan spaartegoeden van schoolbesturen zo snel mogelijk naar de klas te laten vloeien. De kans bestaat zelfs dat onderwijsminister Arie Slob het geld anders laat terugvorderen door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten behoeve van het publieke belang. Dit dreigt hij volgend jaar al mogelijk te maken bij samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs die te veel reserves op de plank houden. „Het moet maar een keer afgelopen zijn”, zei hij half oktober tijdens het debat over de onderwijsbegroting.

Negatief begroten

Volgens de minister moeten schoolbesturen scherper begroten, en als het nodig is negatief. „Wij zullen ze daarbij helpen, door de bekostiging te vereenvoudigen en de communicatie erover te verbeteren. Daardoor worden de inkomsten voorspelbaarder, wat de noodzaak om reserves aan te houden verkleint”, geven Slob en Van Engelshoven aan. De bewindslieden roepen de raden van toezicht en de medezeggenschapsraden op om te controleren op het doelmatig afbouwen van reserves.

Wevers waakt er zelf ook al voor om het spaargeld te ‘verjubelen’, de begroting voor 2021 wordt dan ook sober en doelmatig. Hij stelt dat Op Kop in 2020 negatief heeft begroot en dat ook voor 2021 zal doen. De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van Op Kop kan eind dit jaar een mening geven over de doelmatigheid van de uitgave van het spaargeld.

Stichting Promes

Een ander schoolbestuur dat al negatief begroot zoals minister Slob adviseert, is Stichting Promes in Meppel. Volgens Wim van Selling, de voorzitter van het College van Bestuur van Promes, is de stichting al jaren het eigen vermogen aan het afbouwen. In de begroting van 2020 is zelfs een verlies van 500.000 euro opgenomen. Toch heeft Promes volgens berekeningen van deze krant nog ongeveer 1,1 miljoen euro boven de toegestane reserves.

Van Selling is niet blij met de invoering van de signaleringswaarde. „Dat is een momentopname van het heden. Maar je moet naar het langetermijnperspectief kijken”, zegt hij. „Spaartegoeden worden door de politiek gepresenteerd als ‘fout bezig zijn’, terwijl schoolbesturen voor grote toekomstige uitgaven kunnen staan zoals nieuwbouw of groot onderhoud. Om het ‘ventilatieverhaal’ in de coronatijd goed uit te voeren is er alleen al 8000 tot 10.000 euro per lokaal nodig. Nou, reken maar uit.”

De voorzitter gaat begin december om tafel met de GMR, waarin ouders en personeel zijn vertegenwoordigd. Daarin zal ook de brief over de bovenmatige reserves ter sprake komen.

Samenwerkingsverband

Ook 133 van de 152 samenwerkingsverbanden voor Passend Onderwijs (88 procent) had in 2018 een eigen vermogen dat mogelijk bovenmatig is. Het zou gaan om in totaal 179 miljoen euro. Het samenwerkingsverband SWV PO 2203, met de drie afdelingen Hoogeveen, Meppel en Steenwijk valt daar niet onder.

Leon ’t Hart, directeur van PO 2203, zegt dat het tijd wordt dat er een lijst komt van samenwerkingsverbanden die te veel geld hebben. „Slechts een enkel bestuur heeft een vermogen van 20, 15 of 10 miljoen euro. Een paar ‘grote jongens’ zet de rest ook in een kwaad daglicht”, aldus ’t Hart.

„Bovendien”, zo vervolgt hij „ligt het meetpunt op 1 januari. Dat is net twee maanden ná de nabetaling van de leerling bekostiging. Dit vertekent de financiële positie enorm.”

Zo ontving het samenwerkingsverband in september een nabetaling van ongeveer 22 euro per leerling. Bij een aantal van 15.000 leerlingen is dat 330.000 euro die niet is begroot. Opgeteld bij het verplichte weerstandsvermogen zou PO 2203 op 1 januari zomaar 730.000 euro in kas kunnen hebben en lijkt het alsof er te veel reserves zijn.

Maatregelen

Toch gaat samenwerkingsverband SWV PO 2203 wel maatregelen nemen. De minister stelt voor om het weerstandsvermogen om tegenvallers op te vangen te verlagen met als ondergrens 250.000 euro. Momenteel staat daarvoor 400.000 euro bij PO 2203 op de bank. „Het voornemen is om dat te verlagen naar het minimum, tenminste als ons administratiekantoor daarmee akkoord gaat”, besluit ’t Hart.

menu