Schapenhouder Bert Zinger uit Hijken met zijn schapen.

De noodkreet van een Drentse schapenboer: Bescherm ons tegen de wolven!

Schapenhouder Bert Zinger uit Hijken met zijn schapen. Foto: Marcel Jurian de Jong

Mocht de wolf zich ‘officieel’ in Noord-Nederland vestigen, dan zijn schapenhouders verplicht maatregelen te nemen om het dier te weren. Slechts dan worden ze gecompenseerd voor de schade die hij aanricht. Bert Zinger uit Hijken vindt de preventiemaatregelen niet realistisch.

De schuur van de 27-jarige schapenboer Bert Zinger uit Hijken is deze maand één groot schapenhotel. De machines hebben plaatsgemaakt voor tientallen kleine hokjes. Het zijn de tijdelijke onderkomens van aanstaande en pas bevallen moeders. Hun kroost danst, maakt de eerste wankele stapjes of staat verlegen in een hoekje. Het is volop lammertijd. Maar dit jaar zijn Zingers zorgen groter dan anders.

Over het roze vel loopt een groot litteken

De jonge schapenboer loopt naar een van de hokken. Daarin staat een op het oog gezond wit moederschaap. Haar nakomelingen, twee lammetjes van een dag oud, staan verlegen in de hoek. „De wolf greep dit schaap bij haar vagina. Je kunt het nog wel zien”, wijst hij aan. En inderdaad, over het roze vel loopt een groot litteken van de aanval.

Eind januari hield de Duitse mannetjeswolf GW1261m (zie kader) huis bij een van zijn schapenkoppels in Amen. Van de vijftig drachtige schapen beet de wolf één dood. Drie vluchtten in paniek de sloot in. Hun vachten zogen zich meteen vol water. Ook dood. Negen drachtige schapen hadden beetwonden, op de raarste plekken. Zinger betwijfelt of die dieren gezonde lammetjes gaan werpen.

Drie keer hard afkloppen met de vuist

„Tot nog toe valt het mee”, zegt Zinger in de keuken van zijn ouderlijk huis. „Maar ik heb nog ongeveer honderd schapen die nog moeten lammeren.” Hij klopt drie keer hard met zijn vuist op de houten tafel. Bij een collegaschapenhouder, bij wie de wolf ook ‘op bezoek kwam’, gaat het minder goed. „Twee schapen hebben gelammerd en er waren vier lammetjes dood. Hij heeft er weinig aardigheid meer aan.”

Het blijft niet bij die ene collega. Sinds de wolf geregeld toeslaat in het Noorden – tussen november en eind januari zijn daar 95 schapen doodgebeten – hoort hij het vaker. „Een klant van mij houdt schapen als hobby. Hij heeft er dertig, samen met zijn zoon. Die zegt: de wolf moet er één keer bij komen, dan is het voor ons klaar.”

loading

Zinger voelt zich vaak onbegrepen

Zinger volgt het nieuws over de wolf in de media en leest reacties op de berichten op sociale media. Vaak voelt hij zich onbegrepen. „Ik denk weleens dat mensen denken dat ik 365 dagen per jaar in de schapenschuur rondloop”, zegt Zinger. „Nu ben ik veel bij huis, omdat het lammertijd is. Maar de rest van het jaar lopen mijn schapen op land van akker- en melkveehouders.”

Met zijn kop in de krant? Zinger stond niet meteen te springen. Maar toch heeft hij sterk het gevoel dat het moet. Vanwege dat onbegrip. En omdat hij zich grote zorgen maakt over de voortzetting van zijn bedrijf, als het straks zijn verantwoordelijkheid is om de wolf weg te houden bij zijn schapen. „Hoe ik mijn schapen kan beschermen tegen de wolf?” Zinger schudt zijn hoofd. „Ik weet het echt niet.”

Land omheinen met vijf spandraden

Een van de voorgestelde preventieve maatregelen is het omheinen van het land met vijf spandraden. „Niet te doen”, zegt Zinger. Dat kost veel te veel tijd. Een andere optie dan. „De beste bescherming is om de kudde ’s nachts binnenbrengen. Voor hobbyhouders kan dat nog, maar ik heb bij huis 2,5 hectare en honderden schapen.”

In de Achterhoek liep onlangs een proef met kuddewaakhonden. De resultaten waren niet erg bemoedigend. En het is volgens de schapenboer niet werkbaar. „Op het hoogtepunt staan mijn schapen op tien percelen. Per koppel heb je twee honden nodig. Moet ik dan twintig honden kopen, terwijl ik in het laagseizoen misschien acht nodig heb?”

Er zijn meer twijfels. „Stel, je regelt de afrastering en je schaft honden aan. Wat dan als de wolf toch binnenkomt? De afstanden tussen de spandraden zijn vastgesteld, daar mag je 5 centimeter van afwijken. Zodra je iets net niet helemaal volgens de regels hebt gedaan krijg je geen vergoeding. Vrienden van mij zijn lelietelers, zij hebben last van reeën. Zij zijn gestopt met het verhalen van hun schade bij het Faunafonds. Ze vinden altijd wel wat om niet uit te keren, zeggen zij.”

loading

De schapen weiden in drie gemeentes, een ronde beslaat twee uur

Zinger slaat opnieuw met zijn vuist op tafel. Zijn donkere ogen lijken haast vuur te spuwen. „Er moet nú iets gebeuren.” Waarom? Dat wil hij graag laten zien. Hij gaat voor naar zijn terreinwagen, terwijl vriendin Mattina Moes, die twee weken vrij heeft van haar werk om haar vriend te helpen bij het lammeren, over de hoogdrachtige schapen waakt.

De ronde die we gaan maken beslaat zo’n twee uur. Om de dag gaat Zinger alle weilanden langs om te controleren of het goed gaat met zijn dieren. Zijn schapen weiden in drie gemeentes: Midden-Drenthe, Aa en Hunze en Westerveld. „Ik ben net een zwerver”, grinnikt hij.

„Een gedeelte van de percelen heb ik vast in gebruik”, legt hij uit. „Maar er zijn er ook tussen die wisselen.” De afgelopen jaren nam Zinger het bedrijf stapje voor stapje over van zijn vader. Ook het aantal schapen breidde uit. En dus heeft hij meer land nodig. „Ik ga steeds verder van huis. Dat moet ook wel, in mijn directe omgeving zijn nog vijf schapenhouders”, vertelt hij.

Handel gebeurt vaak met gesloten portemonnee

Al rijdend over de landweggetjes rondom Hijken, Hoogersmilde en Oranje legt Zinger uit hoe zijn bedrijf werkt. „Het bestaat eigenlijk uit drie onderdelen”, vertelt hij. Zinger fokt schapen, verhandelt ze en weidt de grond van akker- en melkveehouders.

Dat laatste gebeurt vaak met gesloten portemonnee. Voor beide kanten is het immers win-win. Zingers schapen krijgen goed eten, het land van de melkveehouder of akkerbouwer is daarna ‘zo glad als een biljartlaken’. „Ze zeggen weleens dat schapen gouden voetjes hebben”, zegt Zinger trots.

Tussen het praten door wijst hij al rijdend naar de verschillende weilanden. Daar weiden schapen van een collega, met die boer doet hij al jaren zaken. Bij zijn eigen koppels stopt hij, steeds maar kort. Vaak volstaat één blik om te bepalen of het goed gaat met zijn schapen.

Waar hij op let? „Of ze niet op hun rug liggen, of ze kauwen en of ze een beetje bij elkaar in de buurt staan”, legt hij uit. Zieke schapen zonderen zich af, schapen die op hun rug liggen komen niet meer omhoog. „Voor de leek is een schaap een schaap. Voor mij zit tussen een schaap en een schaap soms wel een schaap verschil”, zegt hij grappend.

‘Je kon zien dat het schaap aan het vechten was geweest’

We rijden verder. Zinger vertelt over hoe hij ontdekte dat de wolf had toegeslagen. „Het was vrijdagochtend, ik bracht het vee weg. Het was zo’n dag dat ik achter de feiten aan liep.” Pas laat op de middag, veel later dan gepland, kwam hij in Amen. Daar liep een koppel van zo’n vijftig drachtige schapen.

„Ik zag vijf schapen in de hoek staan. Ze herkauwden niet, deden helemaal niks. Dit is niet in orde, dacht ik. Dit is raar. Dus ik keek verder. Halverwege het land zag ik iets liggen dat ik niet kon thuisbrengen.” Het blijkt een dood schaap. „Het dier lag in een rare houding, het was door de achterpoten gezakt. Je kon zien dat ’ie aan het vechten was geweest.”

Later vond hij in de greppel nog drie dode schapen. De veearts die erbij kwam telde bij negen andere schapen verwondingen. „Ik heb veel geluk gehad. Procentueel gezien valt de schade mee”, zegt hij nuchter. „Ik heb de schapen daar weggehaald, ze staan nu ergens anders. Maar zekerheid geeft dat natuurlijk niet. Ja, daar lig je wakker van”, zegt de boer. De felle ogen doven wat.

‘De overheid moet zorgen voor een werkbare situatie’

Inmiddels hebben we een weiland of vijf geïnspecteerd. „Weet je: het is simpel zat. Ik heb liever dat de wolf vandaag dan morgen vertrekt. Ik denk dat heel Nederland wel snapt dat ik geen voorstander ben van de wolf.” Dan, lachend. „Ik weet ook wel dat ik dat niet ga winnen. Dus moet de overheid zorgen voor een werkbare situatie. En dat is nu niet het geval.”

We rijden bij Amen als Zinger ineens hard op de rem trapt. Op deze plek greep de wolf de schapen. Zinger gebruikt hier drie aaneengesloten percelen land. Hoe groot het oppervlak is? Zinger weet het niet.

„Maar kijk: het land loopt tot aan die bosrand”, wijst hij in de verte. „Moet je je voorstellen dat ik overal draden moet spannen. Hoe lang ik daarmee bezig zou zijn.” En de preventieve netten, die de provincie tijdelijk uitleent? „Daarvoor geldt hetzelfde. Aan het opzetten daarvan ben ik zo veel tijd kwijt.”

Terug naar de auto. „Ze willen dat je maatregelen neemt. Akkoord. Maar deze kunnen gewoon niet.” Wat dan wel? „Ik kan je het antwoord niet geven. Misschien uren vergoeden. Ik wil wel plezier in mijn werk houden. Als dit de standaard wordt, houd je het niet vol. Ik wil en ik ga verder in de schapen. Maar hoe? Het is echt vijf voor twaalf.”

menu