Jan Buining uit Aalden vindt het niet normaal wat we eten: Het roer moet om in de hele voedingsindustrie

Jan Buining van Tasty Basics won onlangs de Jaarprijs Goede Voeding 2020. Foto: archief Jan Anninga

Zo’n 50 procent van wat de gemiddelde Nederlander eet, heeft ‘een rondje door een fabriek’ gemaakt en is op die manier beroofd van veel voedingsstoffen. Ondernemer Jan Buining uit Aalden vindt dat anders kan en moet.

Het klinkt cru, wat ondernemer Jan Buining zegt, maar hij verbaast zich erover hoe ons eetpatroon is veranderd de afgelopen decennia. ,,Wat wij eten is niet normaal. Ons eetpatroon bestaat gemiddeld voor zo’n 50 procent uit bewerkte producten, met suiker, zetmeel en witte bloem. Dan hebben de ingrediënten een rondje door de fabriek gemaakt, waardoor bewerkte producten vooral geconcentreerde koolhydraten bevatten, terwijl essentiële voedingsstoffen zoals eiwit, mineralen en vitaminen eruit worden gehaald. Die geven we vervolgens vaak aan de dieren...”

Achterhaald, vindt Buining. Daarom wil hij het anders doen. Alles wat het bedrijf TastyBasics maakt (crackers, muesli, repen, brood en pasta) heeft als basis onbewerkte ingrediënten zoals groente, fruit, noten, zaden en peulvruchten. Die bevatten veel vezels en eiwitten. Ze geven daardoor langer een verzadigd gevoel.

Buinings kruistocht voor gezonde voeding is niet onopgemerkt gebleven. Onlangs kreeg hij de Jaarprijs Goede Voeding 2020.

‘Het begon als een project’

TastyBasics ontstond nog maar drie jaar geleden vanuit moederbedrijf FoodBasics. Dat produceert in Aalden ingrediënten voor de levensmiddelenindustrie. ,,Het begon als een project, waarbij we voor het eerst iets gingen doen voor consumenten. We zijn een echt techneutenbedrijf. Werken voor consumenten is rigoureus anders en vroeg om nieuwe competenties.”

Het clubje pioniers is inmiddels uitgegroeid tot een stevig team van zeven à acht fulltime medewerkers die de producten ontwikkelen en de marketing verzorgen. De producten liggen nu bij winkels van Albert Heijn en een deel van het assortiment is te vinden bij Jumbo en Plus.

Het is niet genoeg dat zijn bedrijf betere voedingsmiddelen maakt. Buining heeft een missie. Het roer moet om in de hele voedingsindustrie. ,,Het is allemaal heel begrijpelijk hoe die zich heeft ontwikkeld. De afgelopen decennia stonden in het teken van voeding lekker, gemakkelijk en goedkoop maken, koste wat kost. Maar dat heeft verregaande consequenties voor de betaalbaarheid van de zorg en het aantal gezonde levensjaren dat we hebben.”

Buining vervolgt: ,,Daarom zeg ik: haal de lege calorieën uit onze voeding. Van alle essentiële voedingsstoffen krijgen we dan automatisch voldoende binnen, zonder overkill aan koolhydraten. Dat geeft voeding die niet voorsorteert op overgewicht en chronische ziekten. Het zou goed zijn als we de omslag maken van het genezen van ziektes naar het voorkomen ervan. Dan zijn voedingsbedrijven concurrenten van de farmaceuten.”

‘Obesogene omgeving’

Een makkie is dat niet. ,,We leven in een obesogene omgeving: een omgeving die mensen stimuleert om te veel te eten en daarnaast te weinig te bewegen. We krijgen constante prikkels om te snacken en ongezonde keuzes te maken. Het tegengif; etiketten leren lezen, de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum bestuderen, is prima en nuttig. Maar hoeveel gemakkelijker zou het zijn als de goede keuze de makkelijke keuze is”, zegt Buining. ,,Dan is er minder discipline nodig.” Om die reden horen zijn crackers en de muesli ook niet in het dieetschap, vindt hij. ,, We willen het nieuwe normaal zijn.”

Het mooie is volgens Buining: iedereen profiteert ervan als we zo gaan eten. Niet alleen voor de bevolking, maar ook voor de boeren is het beter om een diverser aanbod te creëren. ,,De landbouw kan ook een omslag gebruiken. Nu produceren ze steeds meer en efficiënter, wat de prijs maar blijft drukken. Dat is een doodlopende weg. Terwijl boeren in ‘voeding 2.0’ andere gewassen kunnen verbouwen die meer opbrengen. Dus minder suikerbieten en mais en meer verschillende peulvruchten en groenten. Dat kan nog niet morgen, maar het zou goed zijn voor de hele sector. Het biedt nieuwe kansen, dat hoopvolle probeer ik ook over de bühne te krijgen.”

menu