Roelof Zwaan sorteert uien op de boerdeij in Zwinderen, die hij met zijn broer Jan in maatschap heeft.

Deze stortvloed aan regelgeving krijgen boeren over zich heen

Roelof Zwaan sorteert uien op de boerdeij in Zwinderen, die hij met zijn broer Jan in maatschap heeft. Foto: Kees van de Veen

Dagblad van het Noorden vertelt de komende weken verhalen vanaf het boerenerf in Groningen en Drenthe. Vandaag over regelgeving.

„Hoe nu verder met deze partij aardappelen?”, vraagt akkerbouwer Jan Zwaan (50) zich af wanneer hij ergens in de avonduren van donderdag 3 september de e-mail leest die hij van Célavita heeft ontvangen.

Zwaan had vooraf al niet het allerbeste gevoel over de proefrooimonsters die ter controle waren meegenomen. Hij en zijn drie jaar jongere broer Roelof hadden de piepers van hun maatschap vanzelfsprekend zelf al in hun handen gehad. De aardappelen die ze bij de leverancier in Gelderland in supermarktzakjes stoppen moeten aan dusdanig hoge kwaliteitseisen voldoen, dat Zwaan al wel een bui aan zag komen. Maar hij hoopte nog steeds dat-ie over zou drijven.

De e-mail bevestigt zijn bange vermoeden.

Geen beschadigingen, geen kringerigheid, bijna geen misvorming, maar op ‘vreterij’ scoren de hansa’s van alle drie geteste percelen te hoog. Ritnaalden, weet Zwaan. Hij baalt.

Dwars door de knol

Ritnaalden zijn de larven van een kever uit de familie kniptorren. Ze vreten zich een weg dwars door de knol die er bijna onverkoopbaar van wordt. In ieder geval ongeschikt voor in de vacuüm verpakking die de consument in de supermarktkoeling aantreft. De larven hebben zich in te grote mate tegoed gedaan aan Zwaans aardappelen.

De oorzaak zit hem – uiteindelijk - in de regelgeving, verzucht Zwaan, gezeten aan de keukentafel van de boerderij die zijn opa Jan in de jaren dertig bouwde. Waar tegenwoordig de tafel staat, was vroeger de stal. Hier zit een trotse boer. Trots op zijn werk, blij met zijn werk.

Maar eenvoudig is het niet.

Die regelgeving, dus. In dit geval bedacht door bestuurders en hun ambtenaren, in Brussel en Den Haag.

loading  

,,Kijk, we hadden hier de laatste jaren nog één goed middel tegen die ritnaald’’, zegt Zwaan. ,,Mocap. Maar dat mochten we dit jaar volgens Europese regels niet meer gebruiken. Waarom? Zeg het maar. Ik zeg: te veel op basis van emotie en te weinig op basis van degelijke wetenschappelijke onderbouwing.’’

Maar het wordt wranger. Want er is op zich nog wel goed een alternatief voor Mocap, legt Zwaan uit. Maar dat middel mogen de boeren in Nederland evenmin gebruiken. Die in Duitsland wel. ,,En als CélaVita de aardappelen uit Duitsland haalt, belanden ze wel gewoon in de Nederlandse supermarkt.’’

Aangepaste milieuregels

,,Wij boeren doen ons kunstje binnen de spelregels die gesteld worden’’, vertelt Dirk Jan Beuling over de telefoon. Hij is bestuurder bij LTO Noord, gespecialiseerd in regelgeving en akkerbouw en boer in Eerste Exloërmond. ,,Ik snap Jan [Zwaan] zijn probleem wel. Dit is inderdaad wrang. En hij is zeker niet de enige boer die hier tegenaan loopt.’’

Mocap is een van de vele gewasbeschermingsmiddelen die de laatste jaren opnieuw zijn getoetst aan scherper gestelde veiligheidseisen. In dit geval omdat het ethoprofos bevat. Een stof die schadelijk kan zijn voor mens en dier en die eerder wel werd toegestaan, maar in 2019 door de Europese wetgever (met een kortere respijtperiode dan gewoonlijk) werd verboden.

Beuling: ,,Kijk, dat is natuurlijk iets dat gebeurt, dat middelen op basis van aangepaste milieuregels worden geschrapt. We hebben het vorig jaar ook gezien met de beschermende coating voor bieten. Ook verboden. Maar het gebeurt ons boeren op dit moment wel heel veel. Het middelenpakket dat we kunnen gebruiken wordt steeds smaller en er wordt steeds meer creativiteit gevraagd om nog aan de kwaliteit te kunnen voldoen. Want die eisen blijven gelijk. En dat maakt het boeren in de praktijk steeds lastiger. Zeker wanneer in buurlanden andere regels gelden. Zoals ook de bietencoating die in België dit jaar nog wel was toegestaan. En die kniptor vindt het ook nog eens heerlijk in de ruigte die akkerbouwers op het land hebben, als de aardappelen eruit zijn. We willen immers in Nederland niet allemaal kale akkers. Ook dat is regelgeving.’’ Regelgeving die de deur wat verder open zet voor de ritnaald en de bestrijding ervan verder bemoeilijkt.

Laat het voer aan de boeren

De strijd, zogezegd, tussen boeren en de bestuurders die de regelgeving vaststellen is in het afgelopen anderhalf jaar breed uitgemeten. Met als meest besproken onderwerp de voor het milieu zo schadelijke stikstofuitstoot (ook de reden waarom op snelwegen de maximum snelheid is verlaagd naar 100 kilometer per uur) en de door minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en haar ambtenaren bedachte maatregelen om die uitstoot ook op het boerenerf terug te dringen. Door (bijvoorbeeld) regels te bedenken voor eiwitgehaltes in veevoer. De hoeveelheid eiwit heeft invloed op het gehalte ammoniak (een afbraakproduct van eiwit) in mest en is een verbinding van waterstof en stikstof. Maar, laat het voeren van vee nou aan de boeren over, waarschuwden onder meer veeartsen.

Media berichtten uitgebreid over de frustratie daarover bij de boeren, de massale demonstraties, op het Malieveld en in de regio. De blokkades op de snelwegen met trekkers. Omdat bij het opstellen van die maatregelen, niet voor het eerst, onvoldoende naar de boeren was geluisterd, vonden ze. Hun vakmanschap – Nederlandse boeren behoren tot de wereldtop – was bij het bedenken van de nieuwe maatregelen genegeerd. Schouten trok haar eiwitmaatregelen weer in en sindsdien wordt in Den Haag gebroed op nieuwe plannen.

Geef de boer de tijd om te veranderen

Maar: ,,Dit probleem van door overheden bedachte regels die in de praktijk niet werken betreft heel veel meer dan de melkveesector’’, benadrukt Beuling. ,,Kijk, ik ben er van overtuigd dat wij, boeren in Nederland, kunnen veranderen. Maar we moeten daar wel de tijd voor krijgen. En je moet ons wel op een gelijk speelveld zetten met onze buurlanden.’’

‘Dat we alleen boos zijn is te makkelijk’

In Zwinderen loopt Jan Zwaan zijn erf af, naar de kisten met door CélaVita afgekeurde piepers. Hij was erbij, op het Malieveld, vorig jaar. Heeft zich ook gemeld bij Farmers Defence Force, de groeiende club van boeren die vaak een felle, harde, scherpe manier van communiceren en actievoeren kiest.

,,We lezen en horen dan vaak dat we ‘boze boeren’ zijn’’, zegt Zwaan. ,,En ook alleen maar boze boeren. Dat is te makkelijk. Er zit wel een heel verhaal achter. Kijk, ik vind dat de zaak wel een beetje in beweging moet komen bij de bestuurders nu we zo in de problemen worden gebracht als sector.’’

Hij heeft al verteld over spuitkoppen op machines die door telkens veranderende regels een kostenpost zijn. En over het bouwen van een nieuwe schuur, wat door stroperig overleg met gemeentehuis juist weer niet opschiet.

Buiten zijn. Voedsel maken

Hij blijft even stil staan. Waarom hij nog zo van het boeren houdt, was de vraag.

,,Ik zou niet anders willen’’, zegt hij en tuurt het erf af, zijn akker over, de verte in. ,,Ik heb dit van kinds af aan gewild. Buiten zijn. Voedsel maken. Kijk, als ik er nú nog in zou moeten stappen, zou ik twijfelen, maar sinds een tijdje is onze jongste zoon Gerjan heel enthousiast. Daar ben ik wel blij om.’’

Hij loopt een van de twee grote schuren in en wijst op de tweehonderd ton aardappelen waar de ritnaald te veel van heeft gegeten. ,,Die raak ik waarschijnlijk elders nog wel kwijt. Maar wel tegen een lagere prijs dan bij CélaVita. Al was de aardappelprijs dit jaar sowieso heel laag. Schrale troost, ja.’’

menu