Straaljager F-35 kan niet tegen onweer, piloten vliegen er met een grote boog omheen

De F-35 op Vliegbasis Leeuwarden. Foto: Vincent Jannink

De nieuwe straaljager F-35 kan niet tegen onweer. Piloten moeten met een grote boog om onweercellen vliegen. Geparkeerde vliegtuigen moeten standaard in een shelter staan.

Het staat in een lijvige voortgangsrapportage over de verwerving van de F-35 die het ministerie van Defensie heeft vrijgegeven.

De fout kwam in april dit jaar aan het licht. Bij vier Joint Strike Fighters bleken leidingen van de brandstoftank te zijn aangetast. Dat is linke soep; het vergroot de kans op een explosie van brandstofdampen aan boord tijdens een blikseminslag.

Verbod op vliegen in de buurt van onweer

Techneuten ontdekten dat ook de leidingen van enkele nieuwe Nederlandse F-35’s zijn beschadigd. Daarop is direct een verbod afgekondigd voor vliegen in de buurt van onweer. De kans op een blikseminslag moet sindsdien ,,tot een minimum worden beperkt’’.

Piloten moeten met een grote bocht om bekende onweercellen heen vliegen. De rapportage spreekt van een straal van 25 nautische mijl, dat is ruim 46 kilometer. Vliegtuigen die op de grond staan moeten bij onweer binnen 10 nautische mijl (18,5 kilometer) worden beschermd door een shelter of een bliksemafleider. ,,Nederland heeft dit advies overgenomen’’, aldus de rapportage.

De oorzaak van het probleem is onderwerp van nader onderzoek. Het ligt in handen van het Joint Program Office dat de bouw van de vliegtuigen in de Verenigde Staten coördineert.

De nieuwe straaljager kampte eerder met kinderziektes. Zo trilden de bouten van het ophangsysteem van het boordkanon los. Verder bladdert bij 15 procent van de jachtvliegtuigen de coating van het doorzichtige dakje af. Dat komt door het gebruik van een nieuw soort afdichtingskit. Inmiddels wordt de oude kit weer gebruikt.

Nederland heeft 46 F-35’s besteld. Het eerste vliegtuig landde eind 2019 op Vliegbasis Leeuwarden. In Leeuwarden staan er nu vier.

Beperkte vertraging

De wereldwijde coronacrisis zorgt maar voor een beperkte vertraging bij de uitlevering, zo blijkt. Defensie verwelkomt dit jaar nog drie vliegtuigen, in 2021 acht, in 2022 tien, in 2023 zeven en in 2024 de resterende zes.

Voor de totale aanschaf ligt ruim 6 miljard euro klaar. Het positieve nieuws: de stuksprijs daalt. Defensie hoopt aan het einde van de streep 179,0 miljoen euro over te houden op het investeringsbudget.

In 2013 kostte een enkele Joint Strike Fighter 86,1 miljoen dollar. Dat is gedaald naar 70,8 miljoen dollar dit jaar.

menu