De gebiedscooperatie lijkt begonnen aan een opmars. Het zal het midden- en kleinbedrijf sterker maken, is de breed gedragen opvatting. Het Westerkwartier is het voorbeeld.

Hij pleit al jaren voor het fenomeen gebiedscoöperatie om de economie, de welvaart en het welzijn van regio’s naar een hoger plan te brengen. Willem Foorthuis, lector Duurzaam Coöperatief Ondernemen aan de Hanzehogeschool Groningen, ziet zo’n samenwerkingsverband ook als het middel bij uitstek om het midden- en kleinbedrijf in de regio te innoveren en versterken.

Veel bijval en prijzen

Het experiment met de Gebiedscoöperatie Westerkwartier, die na een aanloopperiode in 2015 formeel werd opgericht, heeft hem veel bijval opgeleverd en diverse prijzen. De samenwerking tussen ondernemers, onderwijs, inwoners, gemeente en maatschappelijke organisaties blijkt veel goeds te brengen.

Het resulteerde deze maand in de oprichting van het coöperatieve Regionaal Innovatie Framework (RIF), dat (nieuwe) coöperaties in de provincie Groningen gaat ontlasten van administratieve, financiële en personele rompslomp, maar ook de wisselwerking tussen de gebiedscoöperaties gaat versterken. Inmiddels heeft Zuidoost-Groningen het voorbeeld van het Westerkwartier gevolgd. In meer regio’s is een gebiedscoöperatie in de maak.

Naar de haarvaten van het mkb

Dat de gebiedscoöperatie ook wordt omarmd als methode om de innovatiekracht van het midden- en kleinbedrijf (mkb) te versterken, heeft veel te maken met de onvrede over de manier waarop dat nu gebeurt. Overheidssubsidies om de samenwerking tussen ondernemers en het onderwijs te stimuleren, komen vaak niet goed terecht, betoogt Foorthuis al lang. Het mkb vist vaak achter het net.

Recent onderzoek leert dat veel ondernemers die graag financieel gesteund gebruik willen maken van de kennis bij het mbo, hbo of universiteit, inderdaad niet weten waar ze moeten aankloppen. De veelheid aan loketten en bureaucratie is een blokkade. Het principe van de gebiedscoöperatie is dat ondernemers niet naar de campus hoeven, maar dat de campus hen opzoekt. Als het aan Foorthuis ligt, bewegen duizenden studenten uit mbo, hbo en universiteit zich naar de haarvaten van het mkb.

Motieven en verwachtingen

De lijst van deelnemers aan het RIF getuigt van de brede steun die de lector inmiddels heeft voor zijn gedachtengoed. Onder meer VNO-NCW MKB Noord, verzekeraar Univé Noord-Nederland, de Groningse Rabobanken, de grote onderwijsinstellingen en vijf Groningse gemeenten hebben getekend voor steun aan het initiatief. Ze verlenen die niet met geld, maar met menskracht en werkplekken in hun gebouwen. Wat zijn hun motieven en verwachtingen?

Ton Schroor, directeur van VNO-NCW MKB-Noord, herkent het beeld van de grote afstand tussen ondernemers enerzijds en de kennisinstellingen en subsidiegevers anderzijds. ,,Het geld komt vaak niet bij de gemiddelde mkb’er. Ze kennen de weg naar de onderwijsinstellingen niet en zijn zich niet bewust van hun kansen. Het geld blijft vaak hangen bij het onderwijs, intermediairs en de usual suspects , de bedrijven die al een connectie hebben met het onderwijs.”

‘Projecten voor ditjes en datjes’

,,Innovatie is voor veel mkb’ers een probleem”, zegt Carlo Ezinga, directievoorzitter van de Rabobank Noordenveld Groningen West. ,,Ze zien echt wel dat ze stappen moeten zetten, maar vaak slokt het bedrijf te veel tijd van hen op. Het is ook ingewikkeld de weg te vinden in al die projecten en subsidies voor ditjes en datjes.”

Een cruciale rol in de gebiedscoöperatie is weggelegd voor de zogeheten Innovatiewerkplaats (IWP). Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen er dicht bij huis hun vraagstukken voorleggen aan studenten van het mbo, hbo en de universiteit. Dat kan over van alles gaan; milieu, landbouw, leefomgeving… Ondernemers kunnen er hulp krijgen voor innovaties, maar ook voor bijvoorbeeld een verbeterde bedrijfsvoering en de mogelijkheden van digitalisering en Internet of Things . Het RIF streeft naar zeker acht IWP’s in de provincie Groningen.

‘Waar lig je ‘s nachts wakker van?’

Rudolf Doornkamp van Univé Noord-Nederland woonde gesprekken bij voor onderzoek naar de behoefte aan hulp in het mkb. ,,Een van de vragen is dan: ‘Waar lig je ‘s nachts wakker van?’ De eigenaar van een leasemaatschappij in Groningen vertelde dat hij nog 500 dieselbestelbusje had rondrijden. Die zouden bij terugkeer door overheidsmaatregelen veel minder opbrengen dan hij had gecalculeerd. Dat is een probleem waar je studenten met goed onderzoek een oplossing voor kunt laten bedenken.”

Het onderwijs is blij met zulke mogelijkheden om studenten in de praktijk onderzoek te laten verrichten en te leren, zegt Wim van de Pol, topman van de mbo-instelling Noorderpoort. ,,Het onderwijs moet naar buiten. Dat vinden ze bij de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit ook. Studenten die in de praktijk bij bedrijven en instellingen leren, halen de beste resultaten.”

Noorderpoort is er klaar voor

Noorderpoort is klaar voor de samenwerking binnen gebiedscoöperaties, zegt hij. ,,Wij zitten op veel plekken in de regio: Stadskanaal, Winschoten, Delfzijl, Appingedam… En we hebben al de klassieke relatie met de ondernemers door de stages van onze studenten. Die relatie kunnen we uitbreiden.”

,,Hopelijk gaan er ook minder toppertjes uit het onderwijs naar de Randstad toe”, zegt Ezinga. Als de innovatiekracht toeneemt, denkt hij, wint het Noorden ook aan uitdagingen voor de talentvolle afgestudeerden. ,,Er is hier genoeg interessant werk te doen, maar dan moeten we het wel goed organiseren.”

Food Factory

Het gaat niet alleen om hulp aan individuele bedrijven, maar ook om brede samenwerkingsverbanden om de economische structuur te verduurzamen en versterken. Zo komt door toedoen van de Gebiedscoöperatie Westerkwartier in Leek een Food Factory, waar gewassen en vlees van lokale boeren en tuinders worden verwerkt tot maaltijden voor ziekenhuizen en zorginstellingen.

Veehouders, vleesverwerkers en natuurbeheerders richtten de Natuurvleescoöperatie op. Die laat stierkalveren weidend op grond van Staatsbosbeheer tot wasdom komen, om ze vervolgens te slachten en het vlees te verkopen. Een project dat in brede zin het thema voedsel onder de loep neemt (het Voedselakkoord), leidde tot Westerkwartierse Voedselbox waarmee leveranciers uit de regio gezamenlijk hun streekproducten aan de man brengen.

Olifantsgras

In samenwerking met studenten verkennen landbouwers de mogelijkheden van de verbouwen en verwerking van ‘olifantsgras’, dat veel toepassingsmogelijkheden heeft als onder meer brandstof en grondstof voor bouwelementen. Het loonbedrijf Stuut in Zevenhuizen brengt studenten van Terra MBO de laatste ontwikkelingen op het gebied precisielandbouw bij, zodat ze na hun afstuderen klaar zijn om te werken met de nieuwste technieken. Ook initieerde de coöperatie een Kredietunie, een coöperatie voor kredietverlening door en voor ondernemers.

Elly Pastoor, wethouder van de gemeente Westerkwartier en daarvoor van het heringedeelde Grootegast, praat met enthousiasme over de verworvenheden van de gebiedscoöperatie. Ze vertelt dat een gemeente relatief weinig mogelijkheden heeft om het lokale mkb te versterken. ,,Natuurlijk heb je contact met ondernemers- en handelsverenigingen. Maar je bent toch een buitenstaander. De gebiedscoöperatie brengt partijen samen die belang hebben bij een sterke economie cross-sectoraal bij elkaar. En als er dan een initiatief volgt, kun je dat als gemeente faciliteren.”

Stedelijke mogelijkheden

De gebiedscoöperatie is volgens haar te meer van belang nu uit de voormalige gemeenten Leek, Grootegast, Zuidhorn, Marum en een deel van Leek de gemeente Westerkwartier is ontstaan. ,,We zijn een plattelandsgemeente, maar met stedelijke mogelijkheden. De gemeente ligt langs de A7 en het Van Starkenborghkanaal, centraal tussen Friesland, Drenthe en de stad Groningen. Hoe ga je die omstandigheden goed benutten? Ik denk dat de gebiedscoöperatie daar een groot aandeel in kan hebben.”

Schroor meent dat het fenomeen gebiedscoöperatie zich in het Westerkwartier heeft bewezen. ,,Het is een prachtig voorbeeld van hoe ondernemers, onderwijs en samenleving tot mooie dingen kunnen komen en van elkaar kunnen leren. Wij zijn als belangenorganisatie voor het collectief niet geëquipeerd om alle mkb’ers met een probleem aan een oplossing te helpen. De gebiedscoöperatie is daarvoor wel een goed vehikel. Dat is belangrijk want bij veel van de ondernemers ligt goud op de plank. Het is wel belangrijk dat het RIF een kleine wendbare organisatie blijft die zorgt dat het geld op de juist plek terecht komt, namelijk de bedrijven.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie