Willem Foorthuis.

De gebiedscoöperatie als aanjager van innovaties in het mkb in Drenthe en Groningen

Willem Foorthuis. Foto: Mediateam Delfzijl

Lector Willem Foorthuis constateert dat het noordelijk mkb onvoldoende innoveert doordat subsidies en beschikbare kennis niet op de juiste plek terechtkomen. Oorzaak: ondernemers, overheden en kennisinstellingen zitten in ‘bubbels’ die elkaar niet vinden. Zijn oplossing: de gebiedscoöperatie.

Een nieuw platform met de voorlopige naam Regiocoöperatie wil in de provincie Groningen en de kop van Drenthe gebiedscoöperaties gaan ondersteunen. Daarmee ontstaat volgens Willem Foorthuis een nieuw systeem om innovaties bij het mkb in het Noorden aan te jagen.

Dat is hard nodig, meent de lector Duurzaam Coöperatief Ondernemen aan de Hanzehogeschool Groningen. De kruiwagens met euro’s die bedoeld zijn om noordelijke ondernemers met subsidie, leningen en kennis te helpen bij het toekomstbestendig maken van hun bedrijf, komen volgens hem nu niet op de juist plek terecht. Bovendien, stelt Foorthuis, worden kennis en onderzoeksmogelijkheden van het onderwijs onvoldoende benut

Dat is verontrustend, meent hij. ,,De SER schreef onlangs in een rapport dat de innovatiecapaciteit van het klein-mkb (tot 50 werknemers – red.) nul is. Dat is verontrustend, want die categorie is heel belangrijk voor de noordelijke economie.”

Ondersteund door studenten en wetenschappers

Steeds meer delen in de provincie willen naar het voorbeeld van het Westerkwartier een gebiedscoöperatie, waarin burgers, gemeenten, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, ngo’s, ondernemers gezamenlijk het gebied willen versterken. Daarbij worden ze ondersteund door studenten en wetenschappers die in een zogeheten innovatiewerkplaats in het gebied door onderzoek en dialoog oplossingen ontwikkelen voor hun vraagstukken.

Naast onder meer leefomgeving, natuur en milieu is de ontwikkeling van een regionale economie een van de speerpunten. De inzet is daarbij dat de grondstoffen die het gebied voortbrengt ook worden verwerkt tot producten. Dat gaat in het Westerkwartier bijvoorbeeld gebeuren in de zogeheten Food Factory die in Leek wordt gebouwd. Daar worden straks door boeren uit de omgeving geleverde gewassen en vlees maaltijden gemaakt voor ziekenhuizen en verpleeghuizen.

Beloond met een prijs

Foorthuis geldt als het brein van het fenomeen gebiedscoöperatie dat in het Westerkwartier zeven jaar in ontwikkeling is. Het project werd al beloond met een prijs van de Internationale Associatie van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (EURADA) en de Langmanprijs voor organisaties met bijzondere verdiensten voor het Noorden. De gebiedscoöperatie is er echter nog lang niet. ,,Op een schaal van 0 tot 10, staan we op 3”, zegt Foorthuis. ,,Maar andere regio’s staan op min 3.”

In met name de provincie Groningen zijn inmiddels meer initiatieven voor gebiedscoöperaties: Eemsdelta, het Hogeland, Zuidoost-Groningen en Midden-Groningen. De gebieden die onder het Nationaal Programma Groningen (NPG) vallen kunnen vanwege de bijzondere financieringsmogelijkheden die er zijn om te beginnen rekenen op de aandacht van Foorthuis en het nieuwe platform.

Dat platform moet de coöperaties faciliteren en zorgen dat ze elkaar door samenwerking versterken. Foorthuis: ,, Het kan bijvoorbeeld het personeel in dienst nemen in dienst nemen en zorgen voor scholing en de uitwisseling van medewerkers. Maar ook complexe subsidieverzoeken schrijven.”

‘Het is geen speeltje’

Hij is blij dat naast gemeenten, Hanzehogeschool, RUG, roc’s ook ‘krachtige partijen’ als de Rabobank en verzekeraar Univé het platform steunen en daarmee ook het economisch belang van de coöperatie onderkennen. Foorthuis: ,,Het is ook geen speeltje. Het is een methode voor systeeminnovatie, met grote interesse vanuit Brussel.”

En dat nieuwe systeem is volgens hem noodzakelijk als alternatief voor de falende manier waarop nu wordt getracht het met subsidie, financieringsmogelijkheden en kennis de innovatiekracht van het MKB te versterken.

Overheden, kennis- c.q. onderwijsinstellingen en bedrijfsleven - de zogeheten triple helix - moeten er in ons land voor zorgen dat het mkb met kennis, subsidie en leningen wordt gesteund bij het innoveren. De lector: ,,Het systeem werkt niet. Terwijl name het ‘kleine’ mkb (tot 50 werknemers – red.) dringend ondersteuning nodig heeft. Dat heeft te maken met zo veel ontwikkelingen: digitalisering, de circulaire economie, de biobased economy, regionale ketens, de energietransitie… Iedereen die zich daarover zorgen maakt, begint een ‘loket’, komt met een subsidiepotje en bedenkt daarbij een regeling. Alleen in Noord-Nederland hebben we daardoor al meer dan 200 van die ‘loketten’, die vaak ook nog tijdelijk zijn.”

Het resultaat volgens Foorthuis: het beschikbare geld wordt versnipperd besteed, de ondersteuning duurt te kort, komt vaak niet op de juiste plek terecht en veel kennis waar het mkb zijn voordeel mee kan doen blijft onbenut.

‘Mooie voorbeelden vertekenen het beeld’

Foorthuis: ,,Als ik zeg dat het mkb niet wordt bereikt, wordt dat altijd weggewuifd. Dan word ik altijd gewezen op allerlei succesvolle innovatieve mkb-bedrijven. Die staan ook altijd bij jullie in de krant. Die mooie voorbeelden vertekenen het beeld. Het grootste deel van het mkb wordt niet gehoord of gezien. We doen ons stinkende best, maar we werken niet goed samen.”

De lector sprak onlangs tijdens een online symposium van het bedrijf Innovatiespotter en studenten bedrijfskunde van de Hanzehogeschool Groningen. Ze presenteerden een onderzoek dat Foorthuis’ veronderstelling onderschrijft. Daaruit blijkt dat 70 procent van de 1200 ondervraagde ondernemers die steun zoeken niet het juiste loket weten te vinden. Van de respondenten uit de publieke sector geeft 90 procent aan hun doelgroep niet te bereiken.

Conclusie uit het onderzoek: overheden, kennisinstellingen en ondernemers zitten gevangen in hun eigen ‘bubbel’. De kennisinstellingen zijn mede schuldig, zegt Foorthuis, inclusief zijn eigen werkgever de Hanzehogeschool. ,,Het onderwijs is daar heel diplomagericht. Al die innovatieloketten (de proeftuinen voor onder meer energie, bouw, ICT – red.) op de Zernike Campus, daar komen weinig mkb-ondernemers naartoe. Uit de enquête blijkt ook dat ze deze proeftuinen niet kennen.”

De lector constateert dat de Hanzehogeschool aan verbetering werkt. Foorthuis schreef daartoe kort geleden met collega’s een boek over met de titel Engaged, naar een krachtige regio .

‘Met eerlijk verdelen bereik je niets’

Ook de overheden treffen blaam, meent Foorthuis. ,,Als een gedeputeerde 100 miljoen euro subsidie te verdelen krijgt, zegt die: Dat gaan we eerlijk verdelen, voor iedereen een beetje. Daar bereik je niets mee. De ondernemers moeten zich beter organiseren. Ze hebben niet echt een innovatieagenda. Onderwijs, ondernemers en overheden - ze moeten allemaal anders gaan doen: zich beter organiseren en vooral samenwerken.”

Tijdens het online symposium presenteerde hij de gebiedscoöperatie als oplossing. Foorthuis: ,,We zien in het Westerkwartier dat het werkt. Daar hadden we in een jaar tijd 400 bijeenkomsten. Talloze vragen zijn met de hulp van meer dan 1000 studenten en hun begeleiders beantwoord, zonder dat daarvoor een nota werd overlegd.”

,,We hebben hier in de stad Groningen 100.000 studenten uit het mbo, hbo en wo rondlopen die ondernemers kunnen helpen. En daarom heen nog eens zo’n 20.000 tot 30.000 docenten en onderzoekers, die bovendien allerlei verbindingen hebben met buitenlandse onderwijsinstellingen. Ze hebben bij wijze van spreken zo een onderzoeker in Tampere in Finland aan de telefoon die aan een project in - laten we zeggen - Siddeburen of Eemshaven mee zou kunnen werken. De gebiedscoöperatie is ook een verrijking van het onderwijs en onderzoek. De studenten en onderzoekers krijgen op die manier een heel mooie praktijk- en onderzoeksomgeving. ”

Het Noorden heeft genoeg in huis om met inzet van de kennisinstellingen een sterkere economie te ontwikkelen, meent Foorthuis. ,,We beschikken over allerlei grondstoffen - zand, zout, zetmeel, allerlei gewassen - die we ergens anders tot eindproduct laten verwerken. Die verdiensten laten we liggen. We hebben innovatie nodig om die verwerking terug te krijgen. Maar door een systeemfout komen we daar niet aan toe.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
menu