De run op voordeelwinkels, het gevecht om de restpartijen en hoe moet het nu verder met Op=Op?

Nederlanders zijn dol op discounters, die achter de schermen vechten om grote restpartijen. Foto: Archief DVHN

Action, Big Bazar, Prijsmepper, Nettorama, Xenos, Op=Op. De enorme groei van voordeelwinkels in Nederland leidt tot een gevecht om de restpartijen. Markeert de val van de Drenthe voordeeldrogist Op=Op Voordeelshop een omslag in de discountsector?

Op het hoofdkantoor van Op=Op in Peize moet de champagne geknald hebben. In juli 2017 neemt de Drentse voordeeldrogist 31 winkels over van Blokker. Het is een belangrijke stap op weg naar landelijke dekking.

Van exploiseve groei naar faillissement

De overname onderstreept de enorme groei van de verkoper van A-merken verzorgings- en huishoudelijke producten. De eerste winkel opent in 1997 in Klazienaveen. Door de overname van de Blokker-winkels nadert Op=Op twintig jaar later het aantal van 160 winkels, inclusief een tiental franchisevestigingen. De ambitie is doorgroeien naar 300.

Dat lukt niet. Ruim twee jaar na de overname van de Blokker-winkels valt het doek. Een financieel instabiele situatie gecombineerd met een snelle groei en uitdagende marktomstandigheden, luidt de officiële verklaring voor het faillissement vorige week.

De handel in restpartijen is levendig en de concurrentie navenant

Een snelle gedachte is dat Op=Op door de snelle groei problemen kreeg met het bevoorraden van de winkels. De handel in restpartijen is levendig en de concurrentie navenant. Google het woord restpartij en het aanbod vliegt je om de oren. Niet-verkochte goederen die veel geld kosten als ze in de opslag blijven liggen of producten die overblijven na een faillissement zijn aantrekkelijk voor discounters. Ze kunnen de goederen in hun winkel tegen een lage prijs aanbieden en toch marge maken dankzij de lage inkoopprijs.

Partijhandel Kooistra.com BV uit Leeuwarden is een belangrijke speler in het opkopen van faillissementen en overvoorraden. Tjitse Lawerman van Kooistra gelooft niet dat de bevoorrading Op=Op Voordeelshop direct parten heeft gespeeld. ,,Al weet ik het niet. Ik kan natuurlijk niet in de keuken van Op=Op kijken. Ik weet wel dat al een tijd lang leveringen naar Op=Op niet meer verzekerd konden worden. Dat zegt wel genoeg.’’

Wat volgens Lawerman wel een rol kan hebben gespeeld is dat Op=Op door de groei anders heeft moeten inkopen. Hoe groter de keten, hoe meer de inkoop verandert. ,,Zolang je kleiner bent dan 100 winkels kun je kleinere partijtjes kopen van een paar duizend stuks. Kom je boven de honderd winkels, dan kan dat niet meer. Dan moet je in een keer grote partijen kopen. Daar zal Op=Op ook mee te maken hebben gehad. Het maakt alleen de winkel wel minder aantrekkelijk doordat er minder met het assortiment kan worden gewisseld.’’

Kopers staan bij curator op de stoep

Hoogleraar marketing Peter Verhoef van de Rijksuniversiteit Groningen denkt ook dat er andere redenen zijn voor het faillissement. Hij wijst op de groei en het aantal winkels en personeel dat er voor nodig was om die groei te realiseren. ,,Daarin moet je vooraf investeren. Aan het concept ligt het in elk geval niet. Dat is prima.’’

Dat laatste blijkt ook uit het feit dat er direct na het faillissement van Op=Op kopers bij de curator op de stoep stonden. ,,Op=Op heeft een klassiek concept’’, meent Verhoef. ,,Waar je ziet dat andere goedkope winkels steeds meer proberen te bieden, is Op=Op een ramsjwinkel. Winkels als Lidl en Aldi waren dat, maar proberen nu meer service te bieden. Dat resulteert er bijvoorbeeld in dat Lidl is uitgeroepen tot beste supermarkt in groente en fruit.’’

Meer dan 700 discountwinkels

Het concept van rechttoe rechtaan slaat aan in Nederland. In de economische crisis groeide de belangstelling van de consument. Waar het aantal winkels in die periode alleen maar afnam, groeide het aantal discounters. En winkels als Prijsmepper, Aldi, Action, Big Bazar en ook Op=Op bleven na de crisis doorgroeien. Marktonderzoeker Locatus becijfert dat er in 2012 in Nederland 400 discountwinkels zijn. Zes jaar later zijn er meer dan 700.

De consument op zijn beurt heeft de prijsvechter in het hart gesloten, zegt Verhoef. ,,Mensen vinden het leuk door een Action te struinen en daar voor weinig iets op de kop te tikken.’’

Investeerder neemt Op=Op Voordeelshop over

Cijfers ondersteunen het verhaal van Verhoef. Nederland koopt graag bij de prijsvechter. Drie van de vier huishoudens kopen er wel eens spullen. Zeven jaar geleden deed 40 procent van de huishoudens boodschappen bij de Action of Op=Op.

Vorige week maakte curator Jeroen Reiziger bekend dat er een investeerder is die Op=Op overneemt. Per winkel wordt deze weken bekeken hoe het verder gaat, zei Reiziger toen. De winkels die na de afslankingsoperatie overblijven, zullen gezien de koopcijfers niet om klanten verlegen zitten.

En waar de producten van de prijsvechter goeddeels afkomstig zijn uit restpartijen (een deel wordt ook geïmporteerd uit Azië en Oost-Europa), zal het ook de handel in restpartijen goed blijven gaan.

Misschien niet zoals tijdens de recessie toen fabrikanten hun voorraden voor spotprijzen verkochten, maar dat hoeft van Tjitse Lawerman ook niet. ,,Kooistra.com is al 35 jaar actief op deze markt. Ook na de crisis zijn we goed blijven draaien. Zolang er beweging is in de markt, blijft de handel in restpartijen.’’

 

De directie van Op=Op Voordeelshop reageerde niet op een verzoek om informatie

menu