EnergySense zou Groningen wereldwijd op de kaart zetten als internationaal kenniscentrum op het gebied van energie.

De stranding van een vlaggenschip: hoe het prestigieuze Groningse energie-onderzoek EnergySense stuk liep

EnergySense zou Groningen wereldwijd op de kaart zetten als internationaal kenniscentrum op het gebied van energie. Illustratie: Job van de Molen

Het prestigieuze energieonderzoek EnergySense moest Groningen internationaal op de kaart zetten. Het strandde op een conflict tussen wetenschappers.

Het onderzoek was nog niet begonnen, toen Groningen er al apetrots op was. EnergySense heette het. Het zou Groningen wereldwijd op de kaart zetten als internationaal kenniscentrum op het gebied van energie. EnergySense zou onder de hoede van de prestigieuze Energy Academy Europe (EAE) in Groningen het energiegedrag van 10.000 huishoudens volgen.

Anno 2020 lijkt er weinig meer over van EnergySense. De website wordt niet bijgehouden. Het aantal deelnemers, zo blijkt, is blijven steken op 892 huishoudens. Wie belangstelling voor deelname toont, krijgt de mededeling: ‘Aanmelden is op dit moment helaas niet mogelijk!’ Het laatste nieuwsbericht op energysense.nu dateert van 14 november 2017.

De psychologie achter ‘gas en licht’

EnergySense werd bij de aankondiging in 2013 qua omvang en ambities wel vergeleken met Lifelines, het voortdurende onderzoek naar de lichamelijke gesteldheid van bijna 170.000 mensen van de RUG. Het moest met de inzet van een hoogwaardig ICT-platform inzicht geven in de psychologie achter het gebruik van ‘gas en licht’. Zo moest duidelijk worden hoe maatschappelijk draagvlak zou kunnen worden gecreëerd voor een duurzaam energiesysteem.

Daartoe zouden van de deelnemers de zogeheten ‘slimme meters’, die gas- en elektriciteitsverbruik registreren, worden uitgelezen. De huishoudens zouden regelmatig lijsten met vragen krijgen, waarvan de antwoorden met de verbruiksgegeven - geanonimiseerd - de weg naar de rijk gevulde databank van het project hun weg zouden vinden.

Doodzonde

Na bijna drie jaar voorbereiding ging EnergySense in juni 2016 naar eigen zeggen van start. Het project zou om te beginnen vijf jaar duren. De intentie was echter dat het tot in de lengte der jaren een hoogwaardige bron van informatie zou zijn. Dat werd het niet.

Doodzonde, zegt iemand uit de energiewereld over de stopzetting. ,,Het slagen van de energietransitie is helemaal afhankelijk van het gedrag van mensen. Het is heel belangrijk te weten hoe ze daarmee omgaan.”

Wat is er gebeurd? Het antwoord op die vraag is niet eenvoudig te vinden. Veel mensen die het weten, doen er bij voorkeur het zwijgen toe. Anderen willen alleen anoniem iets zeggen, durven slechts mondjesmaat over het onderwerp te spreken of beroepen zich op een geheugen dat hen in de steek laat. Komt het door het schaamte, angst of een diep verlangen om het echec rond EnergySense naar de vergetelheid te verdrijven?

‘Living lab’

Het plan voor het ‘living lab’ komt in 2013 naar buiten. Volgens programmamanager dr. Anne Beaulieu wordt het een onderzoek dat – voor zover bekend – nooit eerder in zo’n omvang is verricht. Vanwege de betrokkenheid van veel vakgebieden en het maatschappelijk nut van EnergySense omarmt ze het project. ,,Het was haar kindje”, zegt een ingewijde.

Het onderzoek moet ook bijdragen aan het gezag van de EAE, het nieuwe onderzoeks- en onderwijsinstituut dat door onder meer de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool Groningen, GasTerra en de stichting Energy Valley in de steigers is gezet. De academie ging in 2012 van start en fuseerde begin 2018 met andere energieclubs tot de New Energy Coalition (NEC). In de correspondentie met het ministerie van Economische Zaken waarmee de grondleggers een subsidie voor het nieuwe topinstituut bepleitten, noemden ze EnergySense het flagship - het vlaggenschip van de EAE.

Oosterparkwijk

Het daadwerkelijke begin van het onderzoek laat enige tijd op zich laat wachten. In 2014 wordt gemeld dat EnergySense zijn eerste deelnemers werft in de Groningse Oosterparkwijk, omdat netbeheerder Enexis daar begint met de uitrol van zogeheten ‘slimme meters’. Daar zal geleidelijk heel Nederland van worden voorzien.

Maar dan is het een poos stil. Een van de oorzaken: het blijkt niet eenvoudig de ICT zo in te richten dat de privacy van de deelnemers is gewaarborgd.

In april 2016 lijkt het project klaar voor de start. ,,We zijn los”, zegt programmamanager Beaulieu. Studenten gaan de deur langs om deelnemers te werven, tot in Tilburg aan toe. Het onderzoek wordt niet ondergebracht bij de EAE, maar bij de Faculty of Science and Engineering. ,,Om puur administratieve redenen en vanwege het feit dat de EAE zelf geen onderzoeksactiviteiten uitvoert”, meldt de RUG nu.

Super duurzame gevouw

De glans van Energysense blijft afstralen op de EAE. Het team dat het project draagt - ergens tussen de vijf en tien personen - krijgt een plek in het markante, fonkelnieuwe en super duurzame gebouw van de academie op de Zernike Campus.

Het programmateam lijkt voortvarend en gemotiveerd aan de slag te gaan. De provincie Groningen is ‘doorgeefluik’ van een subsidie van 135.000 euro voor de opstart van het project, geld dat in het kader van een Green Deal van het ministerie van Economische Zaken komt. In maart 2017 krijgt een groep van zo’n 70 deelnemers een enthousiast onthaal van het EnergySense-team, compleet met rondleiding door het EAE-gebouw.

Een maand eerder is het deelproject EnergySense Proeftuin gelanceerd. Dat stelt het mkb in staat nieuwe innovatieve product in de praktijk van alledag van huishoudens uit te proberen. Het SNN meldt dat daarvoor uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) 365.006 euro beschikbaar komt.

Slepende strijd

Het geld ligt ruim drie jaar later nog op de plank. Het Proeftuin-project is nooit van de grond gekomen. Net als nagenoeg elk project dat het team van Beaulieu ter hand neemt. Energysense is namelijk inzet van een heftig debat, om niet te zeggen van een slepende strijd die uiteindelijk tot de teloorgang van het onderzoek leidt.

Het project wordt begeleid door een raad van topwetenschappers van diverse pluimage, de Advisory Board, onder voorzitterschap van hoogleraar Omgevingspsychologie Linda Steg (Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, GMW). Zij geniet veel gezag door haar onderzoek naar de factoren die milieuvriendelijke gedrag stimuleren. Zij kreeg recent de NWO Stevinpremie, een prijs voor een wetenschappelijke prestatie met een groot maatschappelijk nut.

Steg is het oneens met de onderzoeksmethodiek van EnergySense. Daardoor krijgt het team van Beaulieu voor (bijna) geen enkel onderzoek het noodzakelijke fiat van de Advisory Board.

‘Onbegrijpelijk hoe hoog de ruzie opliep’

,,Het was, zeker voor niet-wetenschappers, niet eenvoudig die discussie te volgen”, zegt een ingewijde. ,,Daardoor was ook niet duidelijk wie gelijk had. Wat ik ervan heb begrepen, vond Steg dat de groep huishoudens niet voldoende representatief was. Wie zich opgaf als deelnemer, zou al meer dan gemiddeld betrokken zijn bij het onderwerp energie. Daardoor zouden de uitkomsten van het onderzoek niet representatief zijn voor de samenleving. Het was onbegrijpelijk hoe hoog de ruzie opliep.”

Beaulieu staat welhaast machteloos. Haar verhouding met Steg is slecht. Wat zich wreekt is de verweesde positie van EnergySense, zegt iemand anders die het drama van nabij heeft meegemaakt. De Faculty of Science and Engineering (FSE, voorheen de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen) lijkt als penvoerder niet bij machte of niet bereid voldoende weerwerk te bieden aan Steg. ,,Die faculteit toonde weinig betrokkenheid”, aldus de zegsman.

Directeuren komen en gaan

Ook de EAE laat zijn tanden niet zien. De academie ziet directeuren komen en gaan. Het is met Energy Valley en het Energy Delta Institute verwikkeld in een moeizaam fusieproces dat uiteindelijk leidt tot hun samengaan in de New Energy Coalition. Het beoogde topinstituut heeft - kortom - niet de slagkracht en aandacht om de stranding van zijn gewezen flagship te voorkomen.

,,Het was heel frustrerend voor Anne Beaulieu en haar team. Die mensen zijn in die strijd verpulverd”, zegt iemand die hoofdschuddend vanaf enige afstand zag hoe het debâcle zich voltrok.

Ondanks herhaald verzoek wil Steg niet ingaan op haar rol. De hoogleraar zegt al jaren niet meer bij het Energysense betrokken te zijn en dat het geen zin heeft om er met haar over te praten. Ook Beaulieu zwijgt. ,,Energysense is heel vervelend afgelopen. Dat heb ik geparkeerd. Ik zeg er liever niets meer over”, zo laat zij weten.

Ze is het gedoe beu

De programmamanager besluit ergens eind 2017, begin 2018 het bijltje erbij neer te leggen. Ze is het gedoe beu, maar vindt het tegenover de deelnemers aan het onderzoek ook niet te verantwoorden dat er niets wordt gedaan met de gegevens die zij ter beschikking hebben gesteld.

De huishoudens krijgen eind januari 2018 een e-mail met een cryptische tekst:

,,Vorige week heeft het faculteitsbestuur van de Faculty of Science and Engineering van de Rijksuniversiteit Groningen het team van EnergySense laten weten dat Energysense een andere koers gaat varen en bij een andere faculteit zal worden ondergebracht. (…) Wat dit voor jou als EnergySense-deelnemer betekent is nog niet bekend. Zodra we meer weten over de veranderingen en wanneer deze ingaan laten we je dit weten.(…)’’

Deelnemers in het ongewisse

De deelnemers blijven echter in het ongewisse. Ze hebben nooit meer iets van EnergySense vernomen. De RUG antwoordt nu op vragen dat die andere faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) van hoogleraar Steg was. Die kreeg de beschikking over het ICT-platform. Aanpassing ervan voor algemener gebruik bleek echter te duur, aldus de RUG.

De RUG bevestigt dat een verschil van inzicht over de onderzoekmethode tussen het programmateam en de Advisory Board EnergySense parten heeft gespeeld. De universiteit noemt ook een tweede oorzaak voor de problemen. Het bleek lastig om structureel geld voor het project binnen te slepen. . Dat is denkbaar omdat het programmateam van EnergySense er niet in slaagde het fiat te voor nieuwe projecten te krijgen.

De RUG is van mening dat het onderzoek niet is mislukt. Ze heeft in het EnergySense-project een concreet databestand met slimme meter-data en survey-data van deelnemers opgebouwd alsmede een complete ICT-infrastructuur ingericht, zo meldt de universiteit. De opgedane ervaring met privacyaspecten bij onderzoek is voor de universiteit ‘waardevol’ geweest.

Volgens de universiteit is EnergySense nooit helemaal stil gelegd. Ook loopt er momenteel nog een onderzoek voor het Planbureau voor de Leefomgeving, aldus de RUG, dat binnenkort wordt afgerond. Nieuwe projecten zijn evenwel sinds 2017 niet meer in gang gezet.

Nieuw leven

In het gebouw van de EAE gaan in de loop van 2019 verhalen dat de Hanzehogeschool Groningen het onderzoek mogelijk nieuw leven inblaast. De RUG heeft de hbo-instelling het project als het ware aangeboden. Op 17 december van dat jaar krijgt Henk Pijlman, voorzitter van het college van bestuur van de hbo-instelling, bericht van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland over de 365.006 euro Efro-subsidies voor Proeftuin Energysense. Dat deelproject is inmiddels overgedragen.

De vraag is wat het gestrande project EnergySense heeft gekost? Het antwoord: ,,De RUG kan u geen overzicht verschaffen van de geïnvesteerde bedragen in dit project. Er zijn ook derde partijen en subsidie-instanties bij betrokken.”

Vlot trekken

De bedoeling is dat de Hanzehogeschool Groningen EnergySense in een gewijzigde opzet gaat vlot trekken. Het krijgt de beschikking op het door de RUG ontwikkelde databestand evenals de ICT-infrastructuur. Het uitlezen van gegevens uit de ‘slimme meters’ is al die tijd doorgegaan, zo bevestigt de RUG. De ICT is streng getest op zijn privacygevoeligheid en de omgang met de data is conform de afspraken met de deelnemers, aldus de universiteit. Bij de overgang naar de Hanzehogeschool zal de deelnemers gevraagd worden of ze mee willen blijven doen. Ook van hen hangt af of EnergySense alsnog het gehoopte succes wordt.

menu