Joost van Keulen zit in de kelder, tussen de fashion items van zijn vrouw.

Dit zijn de thuiswerkers van Groningen en Drenthe: in de klerenkast, aan de keukentafel, naast de tafeltennistafel en tussen de kikkers

Joost van Keulen zit in de kelder, tussen de fashion items van zijn vrouw. Foto: Reyer Boxem

Onverwachts heerlijk of juist een totale verschrikking. Al ruim twee maanden werken we thuis, tussen de kinderen, het wasgoed en de afwas door. Houden we het nog een beetje vol?

In dit verhaal vier portretten portretten van noordelingen die thuis werken.

  • 1. Joost van Keulen uit Groningen zit in de kelder tussen de kleren van zijn vrouw.

  • 2. Sandra de Jong uit Groningen ontdekt nuances, keerzijdes en babykikkers.

  • 3. Ron Koelma uit Leek mist zijn collega's bij DNK (maar de hond is dolblij).

  • 4. Heleen Barkema-Hoogerman uit Zuidlaren wordt steeds beter in tafeltennis.

loading

Joost van Keulen zit in de kelder, tussen de fashion items van zijn vrouw

In de kelder, daar zit Joost van Keulen. Je weet wel, die vroegere VVD-wethouder van de stad Groningen. Drie treden naar beneden, en dan rechtsaf, de slaapkamer in. Of, beter gezegd: de immense kledingkast van zijn vrouw in. Elma heet ze, en ze is een influencer met een verdienstelijk aantal volgers op Instagram en YouTube , en een evenredig aantal kledingstukken.

Mensen vertellen weleens over hun slaapkamer met inloopkast, bromt hij. „Nou, wij hebben een inloopkast met een bed erin.” Het is zijn handelsmerk, dat gemopper-met-een-knipoog. Maar dáár dus, in die kelder tussen de fashion items van zijn vrouw, daar timmerde hij in maart een bureautje in elkaar.

Dat het even duidelijk is: hij vindt het verschrikkelijk, dat thuiswerken.

En dat het ook even duidelijk is: zijn kinderen – Siem van 8 en Max van 5 – zijn rustig en lief. Zijn vrouw is bovendien nog blij met hem, ook na twee maanden op elkaars lip. Hij checkt het voor de zekerheid: „Dat kan ik zeggen, toch?” Ja, dat kan hij zeggen. Het Noorderplantsoen ligt om de hoek. Hij kent niemand met corona. Hij heeft het goed voor elkaar, kortom.

Dat maakt het nog veel erger.

Hij snakt naar wat hij tot voor kort voor lief nam: een doodgewone dag. Een vergadering bij CGI, het IT-bedrijf waar hij werkt. Ouwehoeren bij het koffiezetapparaat. Luisteren naar de slechte verhalen van die gast bij finance. Een hapje eten in de stad, gevolgd door een netwerkbijeenkomst en dan fijn naar de kroeg. Gewoon, zo’n dag.

De blije eikel uithangen, dat doet hij het liefst. Door vergaderingen heenbanjeren met zijn kenmerkende geklier. De lul die altijd overal doorheen praat, jep, dat is hij. Maar ja, tijdens alwéér zo’n akelige conference call is dat voor niemand leuk.

Een dag thuiswerken, prima. Videobellen in joggingbroek met overhemd, koffie op het balkon, wandelen door het plantsoen, best leuk. Maar dit? Wekenlang elke dag thuis? Oef. Hij wil naar De Bres, de buurtkroeg waar hij op vrijdagen met collega’s zat. Hij wil voetballen met zijn kameraden bij VVK. Zelfs zijn meest vervelende collega’s mist hij.

Bij CGI wordt inmiddels nagedacht over een voorzichtige hervatting van het werk op kantoor. Godzijdank. Nog even, dan is hij weer gewoon die lul die overal doorheen banjert.

loading

Sandra de Jong ontdekt nuances, keerzijdes en babykikkers

Puzzelen, uitpluizen, beschouwen. Sandra de Jong uit Groningen is tekstschrijver en merkstrateeg, maar in haar schuilt zeker ook een filosoof. Nadenken over alles, over nuances en keerzijdes en ogenschijnlijke tegenstrijdigheden. Ze kan er niets aan doen, het gaat vanzelf.

Haar eerste ontdekking in coronatijd: ze zou met niemand anders liever opgesloten zitten dan met Frank en Jonas, haar man en haar zoontje van zes-en-een-half. Dankbaar is ze. Ze geniet van de vele uren die ze met hen doorbrengt. Maar, en daar heb je al zo’n nuance: het is intensief. Soms is ze somber. Vlak. Bezorgd.

Het is een van die dingen waar ze uren over kan denken: hoe alles ineens anders is en wat dat betekent. Ze ontdekt tot haar verbazing dat ze best om vijf uur op kan staan. Ze schrijft een essay over verantwoordelijkheid en schuld, en ja, daar komt ze overdag niet meer aan toe.

De dagen verlopen chaotisch. Het is niet niks, lesgeven aan een jongen van zes-en-een-half. Na een week wisten zij en haar man: er moet een rooster komen, anders wordt het ruzie. Sindsdien is ze ‘s ochtends lerares en kruipt ze ‘s middags in haar werkkamer achter de computer.

Die omschakeling is lastig. Ze mist de concentratie die in de lucht hangt in de Biotoop in Haren, waar ze vroeger-toen-alles-nog-gewoon-was met een paar mensen werkte. Heerlijk stil was het daar. Nee, dan thuis. Zit ze er eindelijk lekker in, verschijnt Jonas aan haar bureau. In zijn handen een kikker. Haar uitleg dat hij haar niet moet storen, stuit op onbegrip. „Maar mam, het is een bábykikker!”

Ach, dat kinderlijke enthousiasme. Jonas vindt het heerlijk. „Corona is de mooiste tijd van mijn leven”, roept hij. Zelf ziet ze ook de andere kant: dat ze hem aldoor moet afremmen. Pas op, niet aanraken. Nee, niet te dicht bij de buurvrouw komen.

Gelukkig hebben ze een fijn huis in Drielanden, de ecologische woonwijk aan de rand van de stad. De natuur is vlakbij. Ze trekken er vaak samen op uit. Spitten in de groentetuin. Struinen door de weilanden, op zoek naar kikkers en vogels. Een tijdloos samenzijn.

Ja, het is een rare tijd. Mooi en verdrietig en ingewikkeld en eenvoudig. Alles tegelijk. Maar ach, meestal is het leven goed, daar bij de moestuin en de kikkers. Er valt nog veel meer te ontdekken.

loading

Ron Koelma mist zijn collega's bij DNK (maar het zijn gouden tijden voor de hond)

Een vroegere horecaman is hij, deze Ron Koelma uit Leek. Tegenwoordig is het zijn taak ervoor te zorgen dat het veilig is bij DNK. Je weet wel, dat enorme cultuurpaleis met theater, bibliotheek en bioscoop in Assen. Met mensen ouwehoeren en praktische knelpunten op de werkvloer fiksen, dat is wat hij goed kan.

Kortom: hij is iemand die nou net níet geschikt is om hele dagen thuis te werken. Voor de hond zijn het daarentegen gouden tijden, vertelt hij. Milo heet-ie, een kruising tussen een golden retriever en een Friese stabij. Groot, zwart en speels. Het beestje is dolblij met alle extra wandelingen, want ja, veel wandelen doen ze.

Soms werkt hij een dag in Assen, maar vaker zit hij thuis aan de eettafel in Leek. Twee voordelen levert dat op. Als eerste, hij wist het eigenlijk al – na een huwelijk van 25 jaar – maar deze gekke tijd bevestigt het nog eens: hij heeft het getroffen met Karen, zijn vrouw. En voordeel twee: beleidsplannen schrijven lukt véél beter als je rustig thuis zit en je telefoon niet aldoor rinkelt.

Toch wegen de nadelen zwaar. Met stip bovenaan: die gigantische donkere wolk die boven de culturele sector hangt. Hij somt op: theaters, bioscopen, podia, toeleveringsbedrijven, techneuten, zzp’ers. Alles staat stil. Financiële hulp is er te weinig en bovendien lang niet voor iedereen. Als er niks gebeurt, voorspelt hij somber, zullen zelfs grote theaters omvallen.

Een ander nadeel: hij mist zijn collega’s. Het geklier. Het bij elkaar naar binnen lopen. Maar, creatief als zijn collega’s zijn, hebben ze een virtueel alternatief bedacht: de koffiemok-estafette. Beurtelings maken ze filmpjes waarin ze tijdens het drinken van een kop koffie vertellen hoe het met ze gaat. Net echt.

En als derde nadeel, hij wil aan de slag. Hij heeft grootse plannen om DNK duurzamer te maken. Bovendien is het gebouw pas getest op toegankelijkheid voor mensen met een handicap. Dat leverde hem een lijst met klussen op. De pinautomaten aanpassen, bijvoorbeeld. Die zitten vast aan de bar en daar kunnen mensen in een rolstoel niet bij. Hij heeft dus werk te doen. Maar ja, alles verloopt traag.

Gelukkig is de bibliotheek net weer open. De bioscoop volgt binnenkort. En hopelijk, met al die creatieve collega’s, komt het met het theater straks ook weer goed.

loading

Heleen Barkema-Hoogerman luistert stiekem op de trap naar de presentatie van haar zoon

Thuiswerken deed Heleen Barkema-Hoogerman al. Maar wie denkt dat er voor deze studiekeuzecoach uit Zuidlaren nauwelijks iets is veranderd, heeft het mis. Grandioos mis, zelfs.

De jongeren die ze begeleidt, komen niet meer langs. Haar 17-jarige zoon komt het huis daarentegen juist bijna niet meer uit. Dat geldt trouwens ook voor zijn twee jaar oudere broer, die zijn studentenkamer in Leiden heeft verlaten en weer thuis slaapt. Oh, en manlief bezet haar kantoor. Kortom: alles staat op z’n kop.

Gelukkig is ze een optimist. Als vanzelfsprekend ziet ze voordelen, automatisch zoekt ze naar de dingen waar ze nog wél controle over heeft. Die tactiek helpt je verder, leert ze ook de jongeren die ze – nu dan even digitaal – begeleidt bij het kiezen van een studie of een carrière.

En dus vermaken de gezinsleden zich met online escape rooms en pubquizzen en met de tafeltennistafel midden in de kamer. Gekocht voor de tuin natuurlijk, maar ja, het waait steeds zo. Bovendien is het leuk, die steeds fanatieker wordende tafeltenniscompetitie in de werk- en studiepauzes.

Het gezinsleven verloopt gemoedelijk. Best bijzonder, voor twee tieners en twee thuiswerkende volwassenen en slechts één glasvezelkabel. Maar: ze zagen van dichtbij hoe het coronavirus toesloeg. Een kennis lag weken in coma en kwam er maar net bovenop. Dus nee, in huize Barkema-Hoogerman geen discussies over alwéér niet op stap en alwéér geen sport.

Het kan heel anders, en dat weet ze. Ze hoort geregeld schrijnende verhalen van de jongeren die ze coacht. Jongeren die het moeilijk hebben thuis. Jongeren die verzuipen in alle informatie die ze online vinden en van schrik bevroren raken en niets meer doen. Jongeren die geen idee hebben hoe het met hun toekomst moet.

Nee, dan hebben ze het maar goed, daar in dat prachtige Zuidlaren, vlakbij de weilanden en de bossen. Haar oudste zoon gaf vorige week een presentatie voor zijn opleiding, in het Engels. Vervuld van trots stond ze stiekem op de trap naar hem te luisteren. En dan koken ze ook nog, die twee jongens. Vooruit, schoonmaken doen ze niet, maar ja, je moet niet overal moeilijk over doen. Het loopt lekker. Mooi zo door.

menu