Een geschiedenis in verf

Dit jaar bestaat de Nederlandse Elektrische Lakfabriek (Nelf) in Marrum een eeuw. In het rijksarchief in Leeuwarden ligt 13 meter aan jaarverslagen, handelscorrespondentie en verfrecepten.

Het ontstaan van de Nederlandse verfindustrie is nooit goed geboekstaafd, zegt Barteld de Vries van Tresoar. In dat rijksarchief in Leeuwarden ligt 13 meter aan jaarverslagen, correspondentie en geheime recepten te wachten op gedegen historisch onderzoek. De Vries begon in 2013 met het inventariseren van deze waardevolle bron, nagelaten door vijf verffabrieken uit Noord-Nederland.

Verstandige investering

P. K. Koopmans Verffabriek in Marrum, de Groninger lak- en verffabriek van Kiewiet de Jonge, Feenstra’s Verf- en Lakfabriek en Verffabriek v/h H. van der Zee Ezn. N.V. werden allemaal opgeslokt door de Nederlandse Elektrische Lakfabriek (Nelf), die zelf in 1998 vanuit Groningen naar Marrum verhuisde. Concurrenten draaiden nog op stoom, maar oprichters Aalderik Koster (40) en Fokko Sterringa (37) kozen voor elektrische aandrijving van de verfmolens.

Deze twee voormalige huisschilders hadden ervaring opgedaan bij de Groninger lakfabriek Sikkens. Nu wilden ze voor 5670 gulden zelf zo’n lakfabriek stichten. Dat nagelnieuwe bedrijf draaide koud vier dagen, toen Titia van Oort-van Mesdag op 1 april 1916 het eerste aandeel verwierf. Een verstandige investering zo bleek, want Nelf boekte in haar oprichtingsjaar meteen al winst, zodat er dividend kon worden uitgekeerd.

Het eerste briefhoofd van Nelf is ontworpen door Hendrik Werkman.

Er kwamen briefpapier, formulieren en prijscouranten, ontworpen door de toen nog onbekende kunstenaar Hendrik Werkman (1882-1945). Hij ontwierp ook een beeldmerk: een jongetje dat zichzelf in de lak van Nelf weerspiegeld zag. Tot 1932 gingen de zaken crescendo. Daarna werd de crisis in de verffabriek voelbaar.

Koster begon met het organiseren van causerieën, gezellige onderonsjes om potentiële opdrachtgevers te lijmen. In twee jaar verdriedubbelde de klantenkring en in 1939 moest er zelfs een verdieping op het hoofdgebouw worden gezet.

Eigen verf

Aanvankelijk fabriceerden ambachtslieden hun eigen verf, zoals Geert Jans Kiewiet (1801-1881) die rond 1824 in de stad Groningen werkte als huisschilder. De Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen behoorde tot zijn klantenkring en de kleine fabriek die zoon Klaas (1845-1927) aan de Friesestraat in Hoogkerk stichtte, leverde in de jaren zeventig zelfs verf voor Paleis Soestdijk. Gedwongen door dalende verkoopcijfers werd Kiewiet in 1976 overgenomen door Nelf. Daarmee verdwenen 19 van de 48 arbeidsplaatsen.

Vier jaar later onderging Feenstra’s Verf- en Lakfabriek hetzelfde lot. Mede-eigenaar Albert Feenstra (1893-1957) was de zoon van een schilder uit het Friese Westergeest. Hij oriënteerde zich breed. Nog in het jaar van zijn overlijden stak Feenstra de Atlantische Oceaan over om zich te verdiepen in de ‘Amerikaanse methoden’. Er werden concurrenten in Amersfoort en Utrecht opgekocht en in 1962 telde Feenstra’s fabriek zeventig werknemers. In 1980 waren dat er nog slechts 28, van wie er 5 met de overname door Nelf hun baan verloren.

Klaas Gerbens Koopmans (1851-1909) was een schipperszoon uit Holwerd, die via zijn schoonfamilie in het schildersvak verzeild raakte. In 1884 begon hij als ‘verwer’ in Ferwerd. Bij zijn overlijden liet hij een verfwinkel, een nieuwbouwhuis, zeven ladders, negen trappen, een verfmolen en voor 200 gulden aan verf en oliën na. Wilco Julius van Welderen baron Rengers was een goede klant, evenals het schatrijke Sint Anthonygasthuis in Leeuwarden.

Opvolger

Pieter Klaas Koopmans (1885-1967) volgde zijn vader op. ,,In de stille tijd van het jaar maalde hij loodwit in olie en zinkwit in olie, de geschatte behoefte voor het komende jaar’’, zo noteerde diens zoon in een notitieboekje. ,,Verder kocht hij dan drooge verfstoffen als geel oker, bruin oker, chromaat groen ... enz. Met krijt en lijnolie kneedde hij eigenhandig stopverf.’’ In 1927 kon Pieter Klaas Koopmans zich een automobiel veroorloven.

In de oorlogsjaren werd het sappelen, al leverden die uiteindelijk ook weer heel veel werk op. Voor Nelf begon de wederopbouw gelijk na de bevrijding; de Canadezen bestelden een enorme hoeveelheid stopverf voor het repareren van al die gesneuvelde ramen.

In 1946 waren er 207 verffabrieken, die in dat jaar voor 53 miljoen gulden produceerden. Daarvan ging 8 miljoen in de export. In 1959 waren er nog maar 143 fabrieken, die 5900 mensen in dienst hadden. Daarvan waren er 2800 fabrieksarbeider, de rest werkte op kantoor, in het verflaboratorium of in de verkoop. De omzet bedroeg 229 miljoen gulden, waarvan 39 miljoen in de export.

De Nelf-meesterlakken gingen bijvoorbeeld naar België. Ook de Nederlandse bouw, binnenvaartschippers en de vissersvloot behoorden tot de klantenkring. Koopmans richtte zich meer op de schildersbedrijven. In 1975 werkten er 30 mensen, toen de vierde generatie er aan het roer kwam.

Perkoleum

Piet Koopmans (1944-1997) had chemie gestudeerd in Delft. Hij ontwikkelde Perkoleum, een duurzame verf op basis van lijnolie en alkydhars. ,,Als je klein bent, moet je niet doen of je groot bent’’, sprak Koopmans in 1994. ,,Daar zijn de meeste kleinere fabrieken aan kapotgegaan.’’ De directeur-eigenaar zorgde ervoor dat de Koopmans-fabriek vanuit Ferwert naar Marrum verhuisde. Nog in hetzelfde jaar overleed Koopmans onverwachts.

Perkoleumproductie bij Koopmans in Ferwerd in de jaren zeventig.

Een jaar later werd het bedrijf overgenomen door Nelf, die zijn vestiging in de stad Groningen vervolgens sloot. Van de hele ploeg Groningers werken er tegenwoordig nog slechts twee in Marrum, vertelt de huidige directeur-eigenaar, Paul Dokter. De verfindustrie zag in de afgelopen crisis zo’n 1200 banen verdampen. Terwijl grote jongens als Sikkens en Sigma massaal werknemers ontsloegen, nam Nelf juist meer mensen aan. ,,We zijn dieper de markt in gegaan’’, legt Dokter uit. ,,Met zestien salesmensen verkoop je meer dan met drie.’’

De omzet stijgt met sprongen. Oost-Europa is een groeimarkt geworden. Nelf heeft vestigingen in Roemenië en Polen, maar ook in Nederland steeg de verkoop. De fabriek telt 95 vaste krachten, op dit moment aangevuld met 10 inhuurkrachten. ,,We komen met onze omzet ruim boven de 15 miljoen euro uit’’, zegt Dokter. Dit jaar investeert de onderneming 1,5 miljoen euro in een nieuw, brandveilig magazijn. Dat biedt dan weer mogelijkheden voor het uitbreiden van de productie.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.