FOTO ARCHIEF DVHN

Energie tekent het landschap

FOTO ARCHIEF DVHN

Hun opmars in het landschap is onvermijdelijk: windmolens, zonnepanelen, biovergisters, akkers met gewassen voor de productie van energie.

Ze bepalen het nieuwe energielandschap. Dat is een betrekkelijk nieuwe benaming voor een oud fenomeen. De wijze waarop energie wordt gewonnen en opgewekt, is altijd terug te vinden in het landschap. Zo zijn de rechte kanalen in de Veenkoloniën de sporen van de veenwinning en getuigen boortorens en ja-knikkers van de productie van gas en olie.

Ofschoon de ontwikkeling van duurzame energie in ons land zich nog maar in een pril stadium bevindt, is het al een bron van heisa. Het verzet tegen de windmolenparken in de Groningse en Drentse Veenkoloniën is fel. ,,Begrijpelijk’’, zegt Christian Zuidema, docent/onderzoeker aan de faculteit ruimtelijke wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Door de manier waarop die windmolens de mensen worden opgedrongen, snap ik de irritaties. Wat dan soms ook speelt is de gedachte: wij moeten hier stroom opwekken voor het Westen. Daar zit echter nog wel een belangrijke nuance in. Dat park bij Meeden heeft amper genoeg vermogen om een gemeente als Veendam van voldoende stroom te voorzien. Het besef over de dimensies waarover het gaat bij duurzame energie is nog heel gebrekkig. We zullen eigenlijk in elke gemeente iets moeten doen.’’

De impasse van (groene) energie in het landschap

De noordelijke milieu- en natuurfederaties houden donderdag in Groningen een symposium over het nieuwe energielandschap. Ze willen zo het debat over ,,de inpassing van energie in het landschap’’ stimuleren.

Die zal in een groen energiesysteem veel intensiever zijn dan tot nu toe. Duurzame energie wordt veelal kleinschalig en waar mogelijk dichtbij de verbruikers opgewekt. Vele honderden, over een grote oppervlakte verspreid geplaatste windturbines zijn nodig om de ene kolen- of gasgestookte centrale te vervangen.

Zuidema is een van de inleiders tijdens de bijeenkomst. ,,Er zijn mensen die wat minder in het energiedebat zitten, die zeggen: ‘Wat moet ik met die windmolens?’ De realiteit is dat olie en gas binnen enkele decennia op raken. Als we kijken naar de doelen die zijn gesteld tijdens de klimaattop in Parijs, dan lopen we met groene energie al twintig jaar achterop. Eigenlijk staan we voor een afweging: we behouden onze manier van leven of we zien uiteindelijk onze hele beschaving kapot gaan. Dan vind ik de landschappelijke consequenties al snel acceptabel. Maar we moeten wel zoeken naar een manier ze draaglijk of zelfs positief te laten zijn.’’

Gebrek aan tastbare baten

Het verzet tegen de windmolens op land is volgens hem vooral te verklaren door de manier waarop de omwonenden onvoldoende zijn gekend in de plannen. ,,Die zien die grote windmolens met hun slagschaduw en zoevende geluid in hun omgeving verrijzen zonder dat ze er invloed op hebben gehad. Ze hebben er ook geen tastbare voordelen van. Die tegenstanders hebben dus een punt.’’

Maar de energietransitie kan hen ook voordelen brengen: lagere energiekosten, werkgelegenheid en verdienmodellen voor hele dorpen waar nu de leefbaarheid op het spel staat. ,,Dat aspect komt te weinig naar voren. Als mensen zelf iets tastbaars aan de windmolens overhouden, zullen er minder tegenstanders zijn. Dus hoe we dat kunnen doen is een belangrijke vraag.’’

Zuidema vermoedt dat duurzame energie draagvlak kan krijgen als voorlopers de kans krijgen het goede voorbeeld te geven. ,,Ik zie dat burgerbewegingen en bedrijven in beweging komen. Dat zijn voorlopers die goed tussen de oren hebben wat er moet gebeuren en zelf initiatief nemen. Hoewel ze nu vaak nog klein zijn, zit in hun manier van werken een kans om ook grote projecten te verbinden met de lokale omgeving en de gemeenschap.”

menu