Afvalverbrander EEW in Delfzijl vecht voor een nieuwe vergunning, de oude is vernietigd door de bestuursrechter.

EEW Energy from Waste in Delfzijl maakt warmte en elektriciteit uit afval, 365 dagen per jaar

Afvalverbrander EEW in Delfzijl vecht voor een nieuwe vergunning, de oude is vernietigd door de bestuursrechter. Foto: Corné Sparidaens

Energie- en afvalbedrijf EEW Energy from Waste in Delfzijl maakt 365 dagen per jaar warmte en elektriciteit uit restafval. Afnemers zijn bedrijven op het Chemiepark Delfzijl.

Een kolossale grijper neemt een flinke hap uit een net gestorte berg afval in de geheel gesloten bunker van het afvalverbrandingsbedrijf op industrieterrein Oosterhorn bij Delfzijl. Behendig manoeuvreert de machinist, die in een comfortabele stoel achter een glazen scherm zit, de grijper richting trechter. Eenmaal daar aangekomen, openen de tanden van het gevaarte zich en stort de lading restafval in de oven.

,,De machinist mixt het afval eerst voor hij het in de trechter gooit. Je wilt een zo evenwichtig mogelijke samenstelling van de brandstof. Dus niet alleen een hap met plastic of gft’’, zegt Gert Jan Bennink van EEW.

Controlekamer

,,We draaien hier volcontinu, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. Onze afnemers hebben immers ook altijd energie nodig’’, zegt Bennink in de controlekamer van het bedrijf. ,,De energieproductie van de Nederlandse afvalverwerkers is aanzienlijk. We produceren net zo veel energie als alle zonnepanelen in Nederland bij elkaar.’’

loading

Zo te zien aan de lange rij vrachtwagens, die op het terrein klaar staat om hun lading in de bunker te lossen, is er ook voldoende aanbod van afval. De brandstof voor de verbrandingsovens komt niet alleen uit Nederland, maar ook uit de Duitse grensstreek. Daarnaast komt er afval uit Ierland, Italië en Groot-Brittannië. Het gaat zowel om huishoudelijk afval, als afval van bedrijven.

Nauwkeurig

In de controlekamer wordt het verbrandingsproces nauwkeurig in de gaten gehouden. Op 23 schermen wordt allerlei informatie weergegeven, zoals de temperatuur en de samenstelling van het afval. Ook de uitstoot van rookgassen wordt gemonitord. ,,De temperatuur is belangrijk en mag niet lager worden dan 850 graden. Bij die temperatuur verbranden bepaalde stoffen niet goed genoeg. Om dat te voorkomen kunnen we door middel van oliebranders de temperatuur verhogen. Dat komt gelukkig niet vaak voor. Omgekeerd mag de temperatuur ook niet te veel oplopen.’’

Het bedrijf, waar zeventig mensen werken, heeft inmiddels drie verbrandingslijnen in werking. Daar komt er nog één bij voor rioolzuiveringsslib. De vergunningsprocedure daarvoor loopt nu.

Aanvechten

Onlangs stond EEW voor de Raad van State om een beslissing van de bestuursrechter aan te vechten, samen met de provincie Groningen. De rechter haalde een streep door de natuurvergunning van het bedrijf, dat voor de uitbreiding van de installatie met een derde oven een nieuwe vergunning heeft gekregen. Milieuorganisaties hebben daar beroep tegen aan getekend. Volgens EEW is de uitstoot van stikstof door allerlei maatregelen minimaal, waardoor de oude vergunning volstaat.

Volgende week zal blijken of de Raad van State die redenering volgt. Als dat niet zo is, vervalt de vergunning van EEW en moet het bedrijf mogelijk op slot tot er nieuw natuuronderzoek is gedaan.

Wat dan? Bennink wil daar niet op vooruit lopen. ,,We wachten de uitspraak van komende dinsdag af. Tot die tijd kunnen we er niets over zeggen.’’

loading

Voordeel

EEW verbrandt in Delfzijl jaarlijks zo’n 525.000 ton afval. Daarmee kan zo’n 230.000 megawatt elektriciteit worden opgewekt, het verbruik van 80.000 huishoudens, en 741.000 megawatt aan stoom. De meeste energie gaat naar bedrijven op het Chemiepark Delfzijl. Ze hoeven dan zelf geen aardgas te verstoken, maar kunnen gebruik maken van de duurzaam opgewekte energie van EEW.

De installatie werd tien jaar geleden in gebruik genomen door de Duitse eigenaar, die ruim 230 miljoen euro investeerde in het complex. EEW is met zestien soortgelijke installaties in Duitsland daar de grootste afvalverbrander. Ook heeft de onderneming een fabriek in Luxemburg. Het moederbedrijf werd in 1873 opgericht als Braunschweigische Kohlen-Bergwerke en hield zich vooral bezig met de mijnbouw. Later kwam daar de productie van elektriciteit bij. Sinds 1990 is het concern actief in de verbranding van afval voor de opwekking van energie.


menu