Energietoppers in de bres voor noordelijke waterstofplannen

Het 50 kilometer boven Schiermonnikoog gelegen windpark Gemini. Dergelijke windparken moeten de stroom leveren die nodig is voor de productie van groene waterstof. Foto: -

Zes topdeskundigen op het gebied van energie nemen het op voor de noordelijke ambities met groene waterstof.


Ze reageren daarmee op een aantal andere wetenschappers die de haalbaarheid en betaalbaarheid van de noordelijke plannen in twijfel trekken. Die twijfel wordt vooral ingegeven door het feit dat de beoogde productie van groene waterstof de Nederlandse stroomvraag met 35 procent doet toenemen. Over hun zienswijze werd onlangs geschreven door NRC/Handelsblad.

Aarzeling

Voor de noordelijke plannen moeten voor miljarden euro’s enorme windparken op de Noordzee worden gebouwd. De zes ondertekenaars lezen in het artikel een pleidooi om de waterstofplannen te temperen. Volgens de zes draaien de collega’s probleem en oplossing om.

,,Versnel de productie van groene energie met offshore wind zo veel mogelijk”, zeggen de zes ondertekenaars. Daarnaast moet Nederland beginnen met de import van groene waterstof uit zonrijke landen, waar met zonneparken groene waterstof relatief goedkoop kan worden gemaakt. De productie van blauwe waterstof (daarbij wordt waterstof uit aardgas gemaakt en de vrijkomende CO2 afgevangen en in de zeebodem opgeslagen) is volgens hen een goede tussenoplossing zo lang de productie van groene waterstof nog niet toereikend is.

‘Zonder waterstof geen Parijs’

Tot de ondertekenaars behoren de aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden hoogleraren (emeritus) Catrinus Jepma, Coby van der Linde en Jan Willem Velthuijsen en hoogleraar Ad van Wijk van de TU Delft, die in 2017 de waterstofplannen voor het Noorden lanceerde. Volgens hen zijn de klimaatdoelen zonder groene waterstof niet haalbaar ,,Zonder waterstof geen Parijs”, stellen zij.

Zij wijzen erop dat momenteel 80 procent van het energieverbruik gebeurt op basis van moleculen en 20 procent op basis van elektronen (elektriciteit). Volgens hen gaat in Nederland echter veel meer aandacht uit naar de verduurzaming van de elektriciteit en blijft de stimulans van groene moleculen achter. De deskundigen vrezen daardoor vertraging van de energietransitie. De deskundigen constateren ook dat de waterstofplannen van Nederland achter blijven bij die van het buitenland.

Vraag en aanbod

Zij wijzen er ook op dat de groene waterstof zich door de veelal bestaande gasleidingen veel goedkoper laat transporteren, dan wanneer de elektriciteit van de offshore wind door het land moet worden vervoerd. De daarvoor noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnetwerk is enorm kostbaar, stellen zij. Ook wijzen zij erop dat waterstof gemakkelijk is op te slaan. Daardoor kan worden voorkomen dat vraag en aanbod op het elektriciteitsnetwerk in onbalans komen.

De grootschalige ontwikkeling van groene waterstof biedt volgens hen enorme kansen en creëert het geen probleem.

menu