Huurders financieel kwetsbaar bij inkomensdaling

Foto: ANP

Huurders van sociale huurhuizen en in de vrije sector krijgen het snel moeilijk als hun inkomen daalt. Het risico dat ze hun woonlasten niet meer kunnen betalen neemt toe dankzij de coronacrisis. De Autoriteit Financiële Markten wijst in een onderzoek naar de slechts kleine buffers die huurders over het algemeen hebben.

Het risico dat huurders van een corporatiewoning op een gegeven moment niet meer hun woonlasten kunnen betalen is gestegen door achterblijvende inkomensgroei. Dat blijkt uit de meest recente cijfers (2018) van de Lokale Monitor Wonen van gemeenten, woningcorporaties en de Woonbond.

Er zijn steeds meer huurders met een inkomen dat niet toereikend is om noodzakelijke uitgaven te betalen als woonlasten, voedsel, verzekeringen en kleding. In 2017 was dat landelijk gezien het geval bij 12 procent van de huurders. In 2018 steeg dit percentage naar 16,4 procent met uitschieters naar 22 procent van de huurders in Oost-Groningen.

De coronacrisis stelt de financiële weerbaarheid van Nederlandse huishoudens verder op de proef, zo waarschuwt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in een recente publicatie. De helft van de Nederlandse huishoudens houdt volgens de Nibud-normen te weinig buffers aan. Een doorsnee huishouden heeft maar 2000 euro om een inkomensterugval op te vangen, zonder in te leveren op een spaarpotje voor tegenvallers zoals een kapotte wasmachine.

Grote verschillen

Eind 2018 sloten de Woonbond en Aedes (vereniging van woningcorporaties) een Sociaal Huurakkoord, waarin werd afgesproken dat de huren niet harder zouden stijgen dan de inflatie. De jaren ervoor werd de rekening van de crisis wel doorberekend aan huurders. In de vrije sector (boven de 737 euro per maand kale huur) zijn de huurprijzen nog harder gestegen.

Er zijn grote verschillen tussen gezinnen wat betreft de hoeveelheid geld die zij achter de hand hebben om een inkomensdaling op te vangen. Ruim 20 procent van de huishoudens heeft minder dan 2500 euro opzij gezet, terwijl 2 tot 4 procent meer dan 250.000 euro tot zijn beschikking heeft.

Huurders zijn op de korte termijn doorgaans minder financieel wendbaar dan huiseigenaren. Ongeveer de helft van de huurders is meer dan 20 procent van zijn bruto-inkomen kwijt aan woonlasten. Onder kopers is dat slechts bij een op de tien huishoudens zo. De verhouding tussen huizenbezitters en huurders is in Nederland ongeveer zes tot vier. De meeste huurders wonen in een sociale huurwoning.

Huurbevriezing

De AFM constateert ook verschillen tussen mensen die dankzij corona direct hun inkomen zagen dalen en een groep die juist extra heeft kunnen sparen omdat niet-noodzakelijke uitgaven werden uitgesteld.

Om huurders niet onevenredig hard te treffen, stelden linkse partijen in de Tweede Kamer een huurbevriezing voor, maar dat plan haalde geen meerderheid en minister van Wonen Kajsa Ollongren hield haar poot stijf toen de Eerste Kamer nog eens aandrong. Ze beloofde echter vóór Prinsjesdag te kijken naar extra maatregelen voor huurders die in financiële problemen komen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie