Joint Runner I: het schip dat maar niet wil varen

De 130 meter lange Joint Runner I zou afgebouwd worden in de haven van Harlingen. Nu ligt het schip er al meer dan een jaar te wachten op een betere toekomst.

De Joint Runner I begon ooit als Caranx I. Bij de kiellegging op 4 oktober 2013 legde opdrachtgever Kees Koolhof van de Groninger rederij Canada Feeder Lines (CFL) een muntstuk. Dat gebruik stamt uit een ver verleden. Zelfs in wrakken uit de Romeinse oudheid troffen scheepsarcheologen muntjes onder de mast aan, volgens sommigen bedoeld om het geluk voor het schip en zijn opvarenden af te dwingen.

Zes maanden nadat Koolhof het muntje offerde, ging scheepswerf Peters in Kampen failliet. De half afgebouwde romp van de Caranx I bleef als herinnering aan dat drama op de werf aan de IJssel achter. Curator Paul Manning zat er mee in zijn maag. Zo lang dat groen-witte gevaarte met bouwnummer 1601 daar bleef liggen, kon hij het werfcomplex niet verkopen.

De jurist dreigde zelfs met de snijbrander, maar na anderhalf jaar onderhandelen koos hij eieren voor zijn geld. Na betaling van 750.000 euro gaf Manning toestemming om de Caranx af te laten bouwen, een klus die werd gegund aan scheepswerf Barkmeijer in Stroobos. De Friezen waren als gevolg van het Kamper bankroet met 400 ton aan scheepssecties voor de Caranx blijven zitten. Zo konden ze iets van hun verlies goedmaken.

Danko Koncar

Dat gold ook voor andere partijen, zoals het Groninger Centraal Staal (CIG) en luiken- en dekkenproducent Coops & Nieborg in Hoogezand. Het boegdeel was gebouwd door de mannen van scheepswerf Bijlsma in Warten. Al met al stond de Caranx I voor 34 miljoen euro in de boeken. Voor de berooide crediteuren werd een consortium opgericht.

De afbouw zou worden gefinancierd door Danko Koncar, een schatrijke Kroaat die in zijn vaderland te boek staat als ‘de koning van chroom’. Vanuit Londen bestiert hij een imperium van chroom-, zink- en platinamijnen in landen als Zuid-Afrika, Burundi, Turkije en Zimbabwe. Zijn investeringsmaatschappij Kermas Limited zit ook in scheepvaartmaatschappijen en energiebedrijven.

Tot 2009 ging Koncar relatief anoniem door het leven. In dat jaar maakte hij naam met zijn reddingsplan voor vier noodlijdende scheepswerven in Kroatië. Uiteindelijk wist hij alleen de werf Brodo Trogir te bemachtigen. Het dagblad Večernji List noemt hem de rijkste man van Kroatië: hij bezit diverse eilanden voor de Kroatische kust, evenals enorme landerijen in Istrië.

Koncar is niet altijd zo rijk geweest. In de jaren zeventig bewoonde hij met zijn vrouw en kinderen een eenvoudig driekamerappartement in Zagreb. Joegoslavië was nog communistisch en iedereen was in dienst van de staat. In die periode belandde Koncar achter de tralies vanwege een economisch delict.

15,5 miljard dollar

Als handelsingenieur bij een staatsbedrijf zou hij illegaal hout hebben geëxporteerd naar Italië. Kort na het overlijden van Tito kwam Koncar vrij. In de wilde jaren dat Oost-Europa het communisme van zich afschudde, vergaarde de zakenman zijn eerste miljoenen met een chroommijn in het Oeral-gebergte. Zijn vermogen wordt inmiddels geschat op 15,5 miljard dollar.

Reder Koolhof wist de miljardair te interesseren voor zijn vastgelopen scheepsbouwproject in Kampen. Koncar zag brood in het Caranx-type, dat bestemd is voor de offshore markt. Het stuurhuis op de boeg van het 130 meter lange zeeschip laat een enorm achterdek over, waardoor er gemakkelijk geladen en gelost kan worden. Ideaal voor werkzaamheden op volle zee.

In de nazomer van 2015 tekenden de Kroaat en de reder een contract voor de bouw en exploitatie van in totaal drie schepen, met een optie voor nog eens drie. Koncar wilde die schepen laten bouwen op zijn werf in Brodo Trogir. Om de vervelende geur van het faillissement achter zich te laten, doopten de opdrachtgevers hun project om in Joint Runner.

Zo kwamen de scheepsbouwers van Barkmeijer in Kampen terecht. Om half vijf ’s ochtends stapten ze in Stroobos in hun busjes en reden naar de werf aan de IJssel. Dat duurde tot het voorjaar van 2016. In april ging de half afgebouwde scheepsromp te water. De groenwitte reus vertrok echter niet naar Kroatië. Op 8 mei vorig jaar kwam het casco achter vier slepers van Wagenborg de haven van Harlingen binnendrijven.

‘Zo’n Koncar heb je niet aan een touwtje’

De nieuwkomer kreeg een plekje aan de Korte Lijnbaan. Daar werkten de bouwers verder, tot aan februari van dit jaar. ,,We hebben er een compleet schip van gemaakt’’, vertelt financieel directeur Jos de Groot van Barkmeijer. ,,En nu ligt het daar maar. Wij wachten nog altijd op betaling. Niemand wordt hier beter van.’’ Ook bij reder CFL zijn ze gefrustreerd, bekent financieel topman Mark Nieuwland.

Het tij bleef tegenzitten. De aanhoudend lage olieprijs drukte de scheepvaart in een diepe crisis en bracht de offshore-industrie aan het wankelen. Een van de consortium-leden, staalleverancier CIG, ging zelf failliet. ,,Dat heeft natuurlijk niet geholpen’’, zegt Nieuwland. Bovendien ging halverwege de bouw de geldkraan dicht.

Koncar heeft wel het eerste deel van de Joint Runner I betaald, maar draalt met het resterende bedrag. Daarom zitten er nog altijd geen motoren in het schip. Ook de luiken en een deel van de schroeven ontbreken, evenals de scheepskranen. ,,Dat is heel jammer’’, benadrukt het directielid van de rederij. ,,Want zelfs in deze lastige tijd zouden we volop werk hebben voor dit type schip.’’

De Joint Runner moet pijpenleggers bevoorraden. ,,Als zo’n pijpenlegger buitengaats stil blijft liggen, dan kost dat heel veel geld. De Joint Runner kan gewoon langszij komen liggen om te laden en te lossen. Zo bespaar je enorm op de tarieven.’’

Nieuwland weet dat Barkmeijer-directeur Hans Veraart zich nog altijd volop voor de Joint Runner inzet. ,,We proberen met man en macht dit los te trekken en na de zomer zal dat ook wel gebeuren. Zo’n Koncar heb je natuurlijk niet aan een touwtje. Die man is met zoveel dingen tegelijk bezig, als je met hem praat, dan ben je hem na een minuut al weer kwijt.’’

menu