Koopkrachtplus gaat voorbij aan rijke AOW'er en alleenstaande ouder met minimumloon

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees. Foto: ANP

Ondanks de coronacrisis gaan bijna alle inkomensgroepen en huishoudtypes er komend jaar op vooruit. Dat geldt alleen niet voor AOW’ers met een hoog aanvullend pensioen en alleenstaande ouders die het minimumloon verdienen.

Uit de koopkrachttabellen van het ministerie van Sociale Zaken staat bijna achter elke categorie Nederlanders een plusje. En dat is vooral te danken aan overheidsingrijpen. Over de hele linie stijgen de lonen (plus 1,2 procent) komend jaar namelijk minder hard dan de inflatie (1,5 procent), waardoor de koopkracht grosso modo daalt.

Door fiscale maatregelen wordt die schade echter voor veel mensen ongedaan gemaakt, mits hun omstandigheden niet veranderen natuurlijk. Want wie zijn baan verliest – komend jaar stijgt het aantal werklozen met ruim 100.000 naar 545.000 – ervaart een inkomensterugval die in geen enkel koopkrachtplaatje is terug te vinden.

Pensioenkortingen

Vooral mensen met een middeninkomen en werkenden profiteren van de verlaging van het onderste tarief in de inkomstenbelasting en de verhoging van algemene heffingskorting en de arbeidskorting (zie kader voor de details). Toch springen er twee groepen negatief uit.

Allereerst zijn dat de rijke ouderen. Waar gepensioneerden met alleen AOW of een klein aanvullend pensioen er nog op vooruit gaan, staat achter de groep ouderen die bovenop hun AOW nog 30.000 euro aan extra pensioen ontvangen een koopkracht min van 0,3 procent. Die daling wordt vooral veroorzaakt doordat de AOW in 2021 weliswaar wél stijgt, maar veel aanvullende pensioenen waarschijnlijk niet. Gemiddeld wordt rekening gehouden met een pensioenkorting van 0,4 procent. Wie veel aanvullend pensioen krijgt, lijdt daar relatief zwaarder onder dan mensen voor wie vooral de AOW het grootste inkomensbestanddeel vormt. loading

Nu moet deze voorspelling wel met een korreltje zout worden genomen. De geraamde pensioenkorting is gebaseerd op de aanname dat veel pensioenfondsen volgens de pensioenregels te weinig geld in kas hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor de grootste pensioenfondsen van Nederland: ABP (ambtenaren en onderwijzers) en PFZW (zorgpersoneel). Voor die twee fondsen gaat Sociale Zaken nu uit van een korting van 0,9 procent, terwijl voor de marktsector rekening wordt gehouden met een min van nog geen 0,2 procent.

De vraag is echter of pensioenen daadwerkelijk zullen worden gekort. Het afgelopen jaar streek minister Wouter Koolmees met de hand over zijn hart, om het zwaarbevochten pensioenakkoord niet in gevaar te brengen. De kans bestaat dat hij wederom coulant is: ook rijkere AOW’ers kunnen er dan toch nog op vooruit gaan.

Geen sikkepit

Dan die andere groep die moet vrezen voor koopkrachtverlies: de alleenstaande vader of moeder die niet meer dan het minimumloon verdient. Denk hierbij aan uitzendkrachten of schoonmakers met één of twee kinderen. Waar hun collega’s zonder kinderen nog profiteren van een lager belastingtarief en hogere heffingskorting is dat voor hen niet het geval. Dit komt doordat alleenstaande ouders al zoveel fiscaal voordeel hebben dat zij niet of nauwelijks belasting betalen. Extra fiscaal voordeel levert hun in dat geval geen sikkepit op.

Het kabinet had ervoor kunnen kiezen om deze groep tegemoet komen via andere maatregelen, door bijvoorbeeld een extra verhoging van de toeslag voor alleenstaande ouders binnen het kindgebonden budget. Hier is echter niet voor gekozen.

menu