Eelkje Oldenburger, Louis Wittendorp en Harry Pot, de directie van Milling Company Europe bij de oude Agrifirmfabriek in Emmen.

MCE geeft biomassa weer waarde in oude veevoederfabriek Agrifirm in Emmen

Eelkje Oldenburger, Louis Wittendorp en Harry Pot, de directie van Milling Company Europe bij de oude Agrifirmfabriek in Emmen. Foto: Corné Sparidaens

De oude veevoederfabriek van Agrifirm in Emmen is weer in bedrijf. Milling Company Europe maakt er uit biomassa nieuwe producten, als fabrikant en proeftuin.

Zo’n 30 jaar deed het 52 meter hoge betonnen gebouw aan de Rondweg in Emmen dienst als veevoederfabriek van de agrarische coöperatie Agrifirm. Anno 2020 huisvest het pand een aanjager van de groene economie: Milling Company Europe (MCE).

Het bedrijf dat Harry Pot uit Nieuwe Pekela en Louis Wittendorp uit Klazienaveen in 2017 oprichtten, verwerkt er biomassa – resthout en biologisch afbreekbare restproducten uit de landbouw – tot nieuwe producten, grondstoffen en halffabricaten.

Fabriek én proeftuin

MCE is niet alleen een fabriek, maar ook een proeftuin. Andere ondernemingen kunnen er nieuwe vindingen en recepturen met plantaardige resten testen. Dat kan op laboratoriumschaal, maar ook praktijkproeven met grote hoeveelheden biomassa zijn mogelijk.

,,Laat ze maar komen”, zegt Eelkje Oldenburger, die sinds kort als directeur business development met Pot en Wittendop in de leiding van MCE zit. ,,Dit is de grootste biomassaproeftuin van Europa. De ontwikkeling van een nieuw product loopt vaak stuk op de opschaling van de productie. Opschalen kan hier probleemloos.”

Malen, mengen en pelletiseren (tot een korrel persen) waren de voornaamste bewerkingen van de ingrediënten waaruit Agrifirm veevoer maakte. Al het daarvoor noodzakelijke materieel staat nog in de fabriek. Pot en Wittendorp hebben geïnvesteerd in verbeteringen van de machines en nieuwe ICT.

Nieuwe ICT

Uit onder meer cacaodoppen, uienschillen, olijfpitten, koffiedik en resten van graan en koolzaad worden er hoogwaardiger producten gemaakt. De fabriek heeft een verwerkingscapaciteit van 3000 ton per week. Door de nieuwe ICT kan de productie volcontinu vanaf een laptop 24 uur per etmaal worden aangestuurd. Naast het driehoofdige directieteam telt het bedrijf dan ook maar twee medewerkers.

MCE produceert ook al commercieel. Het ontwikkelde met het bedrijf Bioliquids in Enschede een pellet die het Oldenburger ‘krachtvoer voor vergisters’ noemt. Een hoeveelheid daarvan wordt toegevoegd aan de mix van organische resten die wordt vergist tot biogas. De pellets versnellen en verbeteren dat proces. Dat komt doordat de ingrediënten door de manier waarop ze zijn bewerkt eerder toegankelijk zijn voor de bacteriën.

Wittendorp: ,,Dat gebeurt normaal gesproken na een dag of 35 tot 40, met onze pellets al na 10 tot 15 dagen. Het resultaat is ook een gasproductie die 20 tot 30 procent hoger ligt.”

Voor het bedrijf Plant Health Cure (PHC) maakt MCE pellets met de merknaam TerraPulse, die de bodemstructuur en plantengroei verbeteren. Wittendorp: ,,Ze hadden daarvoor de juiste mix in de vorm van een zwart poeder. Je kunt je voorstellen dat dat niet handig is. Het waait zo weg. We hebben er een poosje aan gewerkt, maar zijn er in geslaagd die ingrediënten te verwerken in een korrel. Zo kun je het veel beter over het land strooien.”

Reeks nieuwe producten

MCE ontwikkelt met andere partijen een reeks nieuwe producten. Zo wordt er gewerkt aan een granulaat voor spuitgietsel dat voor de helft uit koffiedik bestaat. Een veehouder experimenteert momenteel met pellets die in de stallen houtstrooisel vervangen. Ze absorberen beter, kunnen na gebruik zo de vergister in en binden mogelijk zelf stikstof aan zich. Met het Groningse architectenbureau Archiview wordt een biocomposiet ontwikkeld dat kan worden gebruikt voor verbindingen in de bouw die nu nog van metaal worden gemaakt. Wittendorp voorziet op de langere termijn pellets waaruit door vergassing olie kan worden gemaakt.

De MCE-directeur is ook nog actief in de transportfirma van zijn familie en als gezagvoerder van een Boeing 737. Zijn samenwerking met Pot begon toen de laatste – werkzaam geweest in de voedingsindustrie – een idee had ontwikkeld om voor houtkachels pellets te maken die behalve uit afvalhout ook uit koffiedik bestaan. De bedoeling was om die in Veenoord te gaan maken, tot de oude Agrifirmfabriek beschikbaar kwam.

Out off the box

De pellet voor houtkachels is nog steeds niet uitontwikkeld. Wittendorp: ,,Toen we het pand kochten, wisten we eigenlijk nog niet wat we ermee wilden.” Maar de ideeën kwamen snel en werden al gehonoreerd met omvangrijke subsidies, onder meer 2,7 miljoen euro van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Oldenburger: ,,Dat vind ik zo mooi, dat ze het hebben gekocht terwijl ze nog niet wisten wat ze ermee wilden. Dat past bij het out off the box-denken dat we hier nodig hebben. Hier moeten passie, geloof en wetenschap samen komen om uit biomassa mooie dingen te maken voor energie, voeding, grondstoffen, textiel, de bouw en… zeg het maar.”

menu