Precies 365.488.811.714,74 euro. Zo veel schuld had de Nederlandse overheid eind januari uitstaan. Maar aan wie we die slordige 365 miljard euro precies moeten terugbetalen, dat weet eigenlijk niemand. En dat is slecht nieuws als ons land in een nieuwe schuldencrisis verzeild zou raken.

Door de coronacrisis is de Nederlandse staatsschuld razendsnel aan het stijgen. Onze schuld wordt uitgegeven door het Agentschap van de Generale Thesaurie, dat onderdeel is van het ministerie van Financiën.

Beleggers verkopen obligaties door

Bij de uitgifte wordt nog wel bijgehouden wie de schuld opkoopt. Het agentschap streeft namelijk naar een goede verdeling tussen investeerders met een langeretermijnvisie, zoals de pensioenfondsen, en de beleggers die een obligatie sneller doorverkopen, zoals hedgefondsen.

Maar daarna wordt het echter lastig te volgen. Want wie zo’n obligatie eenmaal heeft, kan die weer doorverkopen. Zo slaan centrale banken voor miljarden obligaties in als onderdeel van de steunprogramma’s tegen de coronacrisis. Maar ook onder beleggers zijn de Nederlandse obligaties in trek. Zij schatten de kans heel groot in dat ons land ook over 30 jaar nog netjes zijn schulden aflost.

Dat maakt de obligaties bijvoorbeeld gewild bij Nederlandse pensioenfondsen. Die zoeken namelijk naar langlopende en relatief veilige beleggingen, zodat er over twintig of dertig jaar ook nog pensioengeld uit te keren valt. Volgens cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB), toezichthouder op de pensioenfondsen, hadden zij in het derde kwartaal van vorig jaar €60 miljard van de Nederlandse staatsschuld in kas. Dat is zo’n 17% van het totaal.

En verder?

Maar waar de rest is? „Dat proces wordt niet heel erg gedetailleerd bijgehouden”, constateert econoom Elwin de Groot van Rabobank. Een aantal instellingen registreert wel een deel van de markt. Zo heeft de Bank of International Settlements (BIS) data over hoeveel banken aan overheidsschuld hebben. Het IMF en denktank Bruegel houden bij of de staatsschuld bij banken, pensioenfondsen of andere financiële instellingen zit. Maar welk bedrag er op de balans van, pak ’m beet, Goldman Sachs of van ING staat, dat weten we niet.

Het belangrijkste onderscheid is of een belegger uit het binnen- of buitenland komt, zegt een woordvoerder van de Bank of International Settlements (BIS), de centrale bank voor de nationale centrale banken.

Zo lang er vertrouwen is in de markt, kopen buitenlandse beleggers obligaties. Maar dat slaat om zodra er stress op de financiële markten is. En buitenlandse beleggers verkopen sneller hun schuld dan binnenlandse beleggers. Daarmee schiet de rente omhoog.

Eurocrisis

Dat was wat er tijdens de eurocrisis misging. Beleggers verloren het vertrouwen in de regeringen van Griekenland, Italië, Spanje en Portugal. Ze verkochten hun obligaties, de rente steeg tot onhoudbare hoogte en er waren dure garanties van andere landen nodig om te zorgen dat die landen hun schulden konden blijven betalen.

Dat ziet ook adjunct-directeur Maria Demertzis van denktank Bruegel. Volgens haar hebben binnenlandse beleggers een extra reden om minder snel te verkopen. „Niet alleen verliezen zij een deel van de waarde van hun belegging. Maar er is ook een tweede-ronde-effect.” Dat is wanneer de economie in zwaar weer terecht komt en een land nog meer schulden moet maken, zodat de rente nóg verder oploopt. „Buitenlandse beleggers hebben daar geen last van.”

'Doom loop'

Dat betekent overigens ook weer niet dat een overheid niet meer in de problemen komt als alle schuld in handen is van binnenlandse banken en beleggers. Als voorbeeld noemt Elwin de Groot Italië, waar bijna 65% van de extreem hoge staatsschuld in binnenlandse handen is.

De Groot waarschuwt voor wat onheilspellend de doom loop wordt genoemd. Waneer de overheid in de problemen komt en de rente op staatsobligaties stijgt, zitten banken met onderpand dat veel minder waard wordt. Dreigt een bank om te vallen, dan moet er een koper gevonden worden voor de staatsobligaties die op de balans staan. Als die koper er niet is, loopt de rente op het staatspapier op en stijgen de leenkosten voor de regering. Die heeft er dus meer aan als een bank niet omvalt.

Als extra moeilijkheid hebben veel Italianen Italiaanse staatsobligaties gekocht als pensioenvoorziening. Nog meer binnenlandse beleggers dus. Mocht het nodig zijn, dan zou het afstrepen van schuld betekenen dat zij nog maar een heel klein appeltje voor de dorst overhouden.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Coronavirus