Nederland kan een grote speler worden op de internationale waterstofmarkt (maar dan moet er wel geïnvesteerd worden)

Groene waterstof moet helpen de chemie te verduurzamen. Foto: Archief DvhN/Jan Zeeman

Groene waterstof wordt als brandstof, grondstof en energiedrager een cruciale schakel in een duurzame Nederlandse economie. Dat schrijft de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) in een advies voor regering en Tweede Kamer.

Ons land heeft bovendien een gunstige uitgangspositie om op termijn een vooraanstaande rol te veroveren op de internationale waterstofmarkt die economisch voordeel oplevert.

Het rapport van de RLI is voor Noord-Nederland van belang omdat het landsdeel een grote rol opeist in een toekomstige groene waterstofeconomie.

Gasunie, Groningen Seaports, Shell

Gasunie, Groningen Seaports, Shell en de energiereuzen RWE (Duits) en Equinor (Noors) zijn de trekkers van het project NortH2, dat de Eemsdelta het middelpunt moet maken van productie, distributie, opslag en kennis van groene waterstof in Nederland en Noord-West-Europa. De duurzame waterstof moet worden gemaakt met ‘groene’ elektriciteit van gigantische windparken op de Noordzee.

Het advies constateert dat ‘grijze’ waterstof, waarvan de productie met CO2-uitstoot gepaard gaat, al in grote volumes een belangrijke rol speelt in de chemische industrie.

Om een markt te creëren voor de nu nog veel duurdere groene waterstof moet de overheid volgens de RLI investeren in de capaciteit voor productie, transport en opslag. De ontwikkeling van de groene waterstofeconomie staat al op de voorlopige lijst van projecten die in aanmerking komen voor grote investeringen uit het Nationaal Groeifonds.

Gasnetwerk aanpassen

Dat door zon en wind geproduceerde elektriciteit kan worden omgezet in duurzame waterstof en andersom, heeft volgens de raad grote voordelen voor het energiesysteem. Dat maakt het mogelijk elektriciteit op te slaan voor periodes dat er weinig zon en wind is. De transportkosten voor gasvormige energiedragers zijn ook veel lager dan voor elektriciteit, stelt de raad. Bovendien kan een deel van het gasnetwerk van Gasunie worden aangepast voor de distributie van waterstof.

Waterstof zal in de chemie olie, aardgas en kolen vervangen als grondstof voor brandstoffen en allerlei materalen en producten als plastics, staal en kunstmest. Het is bovendien de enige niet-fossiele stof waarmee in de industrie noodzakelijke extreem hoge temperaturen bereikt kunnen worden. Waar andere duurzame bronnen ontbreken, kan het worden gebruikt voor de verwarming van gebouwen als vervanger voor aardgas. Waterstof krijgt mogelijk ook een rol in de mobiliteit, met name voor het zware transport over lagere afstanden.

Op korte termijn actie

De RLI meent dat de overheid ‘op korte termijn’ actie moet ondernemen om de groene waterstofmarkt aan te zwengelen. Dat is nodig om internationaal niet achterop te raken, maar ook omdat het verstandig is dat ons land in ‘de huidige onrustige geopolitieke situatie’ qua voorziening van energie en grondstoffen zo min mogelijk afhankelijk is van andere landen.

Om de waterstof snel te kunnen laten groeien, bepleit de RLI ook de tijdelijke productie van ‘blauwe’ waterstof. Die wordt gemaakt uit fossiele grondstof, maar de CO2 die daarbij vrijkomt wordt afgevangen en opgeslagen in de zeebodem. Bovendien moet de markt aangejaagd worden door een beurs voor waterstof, zoals die ook voor elektriciteit en gas bestaat. De RLI adviseert samenwerking binnen de EU en vooral in te spelen op de snelle ontwikkelingen in buurlanden Duitsland en België.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
menu