Op het bedrijventerrein Leeksterveld in Leek komt een coöperatieve fabriek voor de verwerking van voedselproducten. De zogeheten Food Factory moet het middelpunt worden van een regionale, duurzame voedselproductieketen waar de Gebiedscoöperatie Westerkwartier aan werkt.

Die coöperatie is opgericht om de economie, de leefbaarheid en het welzijn in de regio duurzaam te versterken.

De fabriek moet boeren en tuinders een stabiele afzet van hun producten opleveren door hen – om te beginnen - te koppelen aan grootschalige inkopers van complete maaltijden in de omgeving, zoals verzorgings- en ziekenhuizen. Later moeten daar ook restaurants en supermarkten afnemers worden.

Met de verwerking, de distributie en recycling van het afval moet een nieuwe duurzame pijler ontstaan voor de regionale economie en werkgelegenheid. Voor de diversiteit van de producten zoekt de Food Factory leveranciers in het hele Noorden. De nieuwe gebiedscoöperatie Zuid- en Oost-Groningen gaat daarbij ook een rol spelen.

Investering van tientallen miljoenen

Pensioenfondsen en investeringsmaatschappijen zijn volgens directeur Hans Bergsma van de gebiedscoöperatie bereid de tientallen miljoenen euro’s te investeren die het centrum kost. Om te beginnen komen er in de factory een slachterij, een ‘maaltijdfabriek’ (inclusief was-, schil- en snijmachines voor groenten) en een afvalverwerkingsinstallatie die energie en koolstof (grondstof voor diverse toepassingen) produceert.

De bedoeling is dat mkb’ers (boeren, tuinders en later ook vissers) uit het Noorden in coöperatief verband vlees, groente, granen, fruit, vis, zuivel en gewassen voor bewerking aanleveren. De producten moeten hun weg vinden naar grote afnemers in een straal van maximaal 50 kilometer rond de stad Groningen.

Natuurvlees

De eerste coöperatie bestaat uit boeren die natuurvlees willen leveren van runderen die in de natuur grazen

Voor de afzet ligt de focus op de stad Groningen. De Food Factory moet uiteindelijk onder meer een bakkerij, bierbrouwerij, een conservenafdeling en een restaurant omvatten en werk bieden aan 150 medewerkers. Voor fabriek is zeven hectare bedrijfsterrein gereserveerd,

Volgens Bergsma worden op dit moment op grote schaal intentieverklaringen getekend door producenten en afnemers. Hij verwacht dat de bouw van de Food Factory over anderhalf jaar kan beginnen en over 2,5 jaar is afgerond.

Bekendmaking bouw

De bouw van de Food Factory in Leek wordt vrijdagmiddag bekendgemaakt tijdens een ‘feest’ van de Gebiedscoöperatie Westerkwartier in Zevenhuizen. De bijeenkomst moet volgens Bergsma duidelijk maken dat de organisatie na veel overleg en onderzoek nu een eerste aansprekend resultaat heeft geboekt.

De gedachte achter de Gebiedscoöperatie Westerkwartier is de verwerking van hoogwaardige producten, die in de eigen regio worden geconsumeerd. Hiermee wil de organisatie een keerpunt bewerkstelligen in de trends in de voedselketen: schaalvergroting, bulkproductie voor export en verwerking door een kleine hoeveelheid grote concerns. (Tekst gaat verder onder de foto)

Presentatie

De Food Factory in Leek moet dit idee handen en voeten geven. De presentatie van het plan voor de fabriek volgt op onderzoek van het lectoraat Duurzaam Coöperatief Ondernemen (DCO) van de Hanzehogeschool Groningen, dat onder leiding van lector Willem Foorthuis een veelheid aan onderzoeken verricht voor de gebiedscoöperatie.

Een forse terugname van het aantal agrarische bedrijven en banen in de afgelopen 20 jaar laten zien dat de sector er niet florissant voorstaat. Foorthuis: ,,Wij hebben een analyse gemaakt van de stand van de landbouw in het Westerkwartier. De cijfers maken duidelijk dat de boeren het niet zo makkelijk hebben. Ze hebben geen opvolgers, kunnen geen krediet krijgen, grond is duur en de milieueisen worden steeds strenger.”

Afzetmarkten

De potentiële afzetmarkten zijn echter dichtbij huis. Onderzoek heeft geleerd dat de twaalf ziekenhuizen in Noord-Nederland alleen al ruim 17.000 maaltijden (ontbijt, lunch en diner) per dag nodig hebben.

Foorthuis: ,,Waarom krijgen de patiënten een aardappel uit Tunesië en een visje uit Vietnam op hun bord? En waarom brengen we onze varkens naar Italië om er daar worst van te laten maken, die we hier vervolgens weer opeten? Mensen zullen waarschijnlijk zeggen: voedsel uit eigen regio is duurder. Dat hebben we onderzocht en het is niet zo. Wat inkopers belangrijk vinden, is de garantie dat ze geleverd krijgen en dat de producten van goede kwaliteit zijn. Daar moeten we zorgen.”

Aanvoer

Om alle producten te kunnen leveren, moet de ‘factory’ vanuit het hele Noorden aanvoer krijgen. Bergsma: ,,In het Westerkwartier hebben we veel veehouders. Voor granen en aardappelen moeten we aanvoer uit Oost-Groningen hebben.” Om de afzetmarkt op maat te bedienen, zullen volgens hem sommige boeren hun bedrijfsvoering moeten aanpassen, bijvoorbeeld door een gewijzigd bouwplan of als aanvulling naast melk- ook vleeskoeien te houden.

Waarom een aardappel uit Tunesië en een visje uit Vietnam op het bord?

Alle acties die nodig zijn om de regionale voedselketen te vormen, moeten worden bekeken in samenhang met al die andere waarden waar de gebiedscoöperatie zich voor inzet. Die wil behalve de biobased economie de zorg, het welzijn, het waterbeheer, de natuur en de duurzame energieproductie naar een hoger plan te brengen.

Foorthuis: ,,Een voorbeeld: momenteel worden in de regio 700 koeien geslacht, terwijl voor het vlees dat wordt geconsumeerd in de stedelijke regio rond Groningen (het gebied binnen een straal van 40 kilometer – red.) 40.000 koeien nodig zijn. Die hebben drie jaar nodig voor ze volgroeid zijn. Dit betekent dus dat je voor 120.000 als koeien een plek moet vinden en een mestprobleem hebt op te lossen. We hebben in het Noorden 130.000 hectare natuurgebied. Je zou dus kunnen overwegen op elke 1000 vierkante meter een koe te laten grazen.”

Schoolvoorbeeld

Na een aanloop van enkele jaren werd de gebiedscoöperatie en de link met het lectoraat in 2015 geformaliseerd. Foorthuis vindt het een schoolvoorbeeld van hoe het (hoger) onderwijs met zijn studenten en onderzoekers de regio kan bijstaan. De lector: ,,Je hebt aan de ene kant een gebied waar het mkb moeite heeft te innoveren. En je hebt aan de andere kant de universiteit en de Hanzehogeschool met hun studenten en onderzoekers die hen kunnen helpen daar verandering in te brengen.”

Het motto van de gebiedscoöperatie is: voor en door de regio. Overheid, onderwijs, ondernemers, maatschappelijke organisaties en burgers bespreken tijdens bijeenkomsten, avondjes noemt Foorthuis ze, hoe ze het gebied kunnen verbeteren.

Het waren er vorig jaar 550, vertelt Foorthuis. Bij vragen die tijdens de sessies ontstaan, worden – mits als zinvol beoordeeld – door studenten en onderzoekers antwoorden gezocht. Zo zijn al 1700 onderzoeken afgerond, van kleine opdrachten tot afstudeerscripties. Voor dat werk heeft de gebiedscoöperatie in Noordhorn een innovatiewerkplaats waar studenten kunnen werken.

Leeromgeving

Foorthuis: ,,Als we daarvoor mensen hadden moeten inhuren voor 70 euro per uur, waren we vorig jaar anderhalf miljoen euro kwijt geweest. Nu kost het niets. En de studenten hebben een prachtige leeromgeving. De onderzoeken verschillen heel erg. Soms gaat om het kleine opdrachten. Er was bijvoorbeeld een veehouder die bang was dat in geval van nood de ambulance ’s avonds zijn bedrijf niet konden vinden. Daarvoor hebben we langs een deel van de route lichtgevende plaatjes geplaatst. Het kan ook gaan om de vraag hoe een veehouder zijn bedrijf kan verduurzamen of om een businessplan. Er zijn in Groningen 30.000 studenten op de universiteit, 30.000 op de Hanzehogeschool en ook nog eens 40.000 in het mbo. Dat is zo’n enorme bundeling van kennis. Elke vraag is te beantwoorden.”

De Gebiedscoöperatie Westerkwartier houdt vrijdagmiddag van 13.00 tot 19.00 uur een bijeenkomst waar ze zich presenteert aan het publiek. Daarbij wordt ook informatie verstrekt over de Food Factory. De bijeenkomst vindt plaats bij Loonwerkbedrijf Stuut aan de Jonkersvaart 85 in Zevenhuizen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie