Hoogspanningsstation van Enexis en Tennet.

Onder hoogspanning: de knelpunten, vraagtekens en uitdagingen in het elektriciteitsnetwerk

Hoogspanningsstation van Enexis en Tennet. Foto: Dolph Cantrijn

Het Klimaatakkoord neemt bezit van onze horizon, met een explosie aan wind- en zonneparken en een Eemshaven die groeit als duurzaam knooppunt. Tennet en Enexis Netbeheer investeren dik 2 miljard euro in het Noorden om alles snel, slim en betaalbaar aan te sluiten. Een verhaal over knelpunten, vraagtekens en uitdagingen.

Hij snapt de zorgen van burgers en natuurorganisaties. Zoals over het kabeltracé van het nieuwe windpark boven de wadden naar Eemshaven, Burgum of Vierverlaten. Een route door kwetsbare natuur. Werelderfgoed. Maar Ben Voorhorst, operationeel directeur van Tennet, zegt dat kiezen voor de milieuvriendelijkste optie niet zomaar kan. Want dat is vaak de duurste. ,,Het moet wel betaald worden. Door ons samen. Daarom worden alle aspecten gewogen door de minister. Als we overal de kostbaarste oplossing kiezen wordt het energiesysteem onbetaalbaar.’’

Jeroen Sanders, chief transition officer van Enexis: ,,De buurman links zegt: ga rechtsom. De buurman rechts zegt: waarom niet linksom? In Nederland krijg je nooit iedereen honderd procent tevreden. Wat niet wil zeggen dat we geen rekening houden met natuur en omgeving. Onze verbindingen liggen allemaal al ondergronds. We betrekken de omgeving in een vroeg stadium bij projecten. Soms kan een kabel door een oude dijk. Heeft niemand last van. Daar staan wij voor open.’’

Voorhorst: ,,Ook onze 110 en 150 kV-verbindingen gaan al ondergronds. Alleen als we een bestaande lijn verzwaren of vervangen, zoals tussen Eemshaven en Hoogkerk gaat dat nog bovengronds. We hebben afgesproken dat er niet méér kilometers bovengronds worden aangelegd.’’

Natuur is één van de aspecten waar netbeheerders rekening mee hebben te houden. Tennet en Enexis investeren de komende tien jaar ruim twee miljard euro in het elektriciteitsnetwerk in Groningen en Drenthe. De bestaande infrastructuur moet worden aangepast en uitgebreid om aan de snel toenemende vraag – en vooral het aanbod – te voldoen. Andere factoren die voor hoofdbrekens zorgen zijn ruimte, tijd en geld, want het moet slim, snel en zo betaalbaar mogelijk.

Explosie van wind- en zonneparken in het Noorden

De forse investering in het netwerk is een gevolg van het vorig jaar afgesloten Klimaatakkoord. In 2030 moet er een reductie zijn van 49 procent van de CO2-emissie ten opzichte van 1990, wat volgens het Klimaatakkoord resulteert in ruim 60 procent duurzaam opgewekte elektriciteit in Nederland. In 2050 moet dat, als ook de industrie van fossiele brandstof afschakelt, 95 procent zijn. Daar is subsidie voor beschikbaar, wat leidt tot een ‘explosie’ van wind- en zonneparken in het Noorden. De Eemshaven groeit als knooppunt voor duurzame energie sneller dan de gewassen op het omringende land. De netbeheerders hebben de plicht om alles op elkaar aan te sluiten.

Sanders: ,,We staan in de stand dat we dat ook waarmaken, maar het is nogal een operatie. Alleen al de factor ‘tijd’ zorgt voor hoofdbrekens. De infrastructuur voor elektriciteit is in het noorden minder goed dan elders. Een relatief dunbevolkt gebied. Boerderij, lantaarnpaal, dan had je het vroeger op veel plekken wel. Stroom komt van een paar centrales. Wat je nu ziet is dat juist door die ruimte Groningen en Drenthe aantrekkelijk zijn voor ontwikkelaars van duurzame energie. De grond is hier goedkoop. Een zonnepark kan er vlot liggen, binnen een jaar. Het aanleggen van infrastructuur, afhankelijk van het netniveau, laag-, midden- of hoogspanning, duurt echter tussen de vijf en tien jaar.’’

Het toverwoord is dus planning. Tennet en Enexis schuiven daarom in een vroeg stadium aan om ontwikkeling en uitvoering zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Daar is, op zijn zachtst, nog een wereld in te winnen.

Meer regie kan geen kwaad

De ongebreidelde aanleg van zonneparken leidt, onder meer volgens energiedeskundige Rob Jacobs kortgeleden in Dagblad van het Noorden, tot miljoenen aan onnodige investeringen en ook vertraging. Minder dan een derde van de elektriciteit van de zonneparken wordt immers in het gebied gebruikt en het transport naar andere regio’s vergt forse investeringen die worden doorberekend aan de consument. Een beetje meer regie kan dus geen kwaad, liefst van de overheid.

Sanders: ,,Klopt. Met gemeenten en provincies, die de Regionale Energie Strategie vaststellen, bedrijven en ontwikkelaars kijken we daarom hoe het slim en snel kan. Het is inderdaad zaak het energiesysteem zo klein mogelijk te houden. Heel simpel. Als een park ver weg ligt van de afnemers heb je meer kabels nodig. Wat we ook het liefst zien is zon en wind, met een verschillend opwekprofiel, zo veel mogelijk op één aansluiting.’’

Voorhorst trekt de vergelijking met vijftien jaar geleden. Toen lag er een structuurnota energievoorziening. In Nederland werden, in overleg met netbeheerders en producenten, grote gebieden aangewezen voor gas- en kolencentrales. Logische plekken. Er was in een vroeg stadium sturing en regie en een ieder kon zich voorbereiden. Hij vindt dat de overheid op die wijze de regie weer moet pakken. loading

Provincie en gemeenten zijn lerende

Hoe tijdrovend aanleg van infrastructuur is toont de vervanging van de 220 kV hoogspanningsverbinding tussen Eemshaven en Hoogkerk door een 380 kV-lijn. Het plan dateert uit 2007. Er was behoefte aan extra transportcapaciteit voor de geplande gas- en kolencentrales. De definitieve vergunning is echter pas dit jaar verleend en de eerste masten werden enkele weken geleden geplaatst. Intussen is de wereld veranderd. De helft van de centrales is gecanceld, biomassa is uit en elektriciteitskabels uit Noorwegen en Denemarken komen aan land in de Eemshaven.

Voorhorst: ,,Je ziet dat provincie en gemeenten zich, nu de horizon in hoog tempo verandert, bewust worden van de vraagstukken achter de energietransitie. Ze zijn dus nog lerende. Het is geen onwil, zo werkt het blijkbaar. Het is niet ongebruikelijk om ingewikkelde besluiten vooruit te schuiven. We zien steeds meer wat wind- en zonneparken voor de omgeving betekenen. Dus moet daar beleid voor zijn, een zoeken naar evenwicht met andere noden, zoals wegen, bebouwing, recreatie en het ontzien van de natuur. Het moet allemaal tegen elkaar worden afgewogen, dat is geen simpele zaak.’’

Sanders: ,,Wat het nog een stukje ingewikkelder maakt is dat de afweging niet alleen vanuit lokaal oogpunt moet worden gemaakt, ook in breder verband. Want de kosten van de infrastructuur worden gelijkelijk verdeeld over alle gebruikers in Nederland.’’

Schreeuw om technisch personeel

De plannen van de netbeheerders voor het noorden voor de komende tien jaar liggen er. Tennet heeft voor 1,4 miljard euro aan projecten in deze regio uitstaan. Enexis geeft zo’n 680 miljoen euro uit. Het betreft uitbreiding, aanpassing of versterking van tientallen hoog-, midden- en laagspanningsstations, alsmede nieuwe verbindingen en/of vervanging van oudere stroomlijnen. De plannen zijn overigens niet in beton gegoten. Ze worden elke twee jaar tegen het licht gehouden.

Wat overigens nog een probleem met zich meebrengt. De hoeveelheid werk maakt dat Tennet en Enexis schreeuwen om personeel. Het al jaren schrijnend tekort aan technisch gekwalificeerde mensen in ons land laat zich voelen. In het noorden is de komende jaren ruimte voor honderden extra medewerkers. Het werkpakket groeit sneller dan de zogeheten uitvoeringscapaciteit, met als gevolg dat straks op sommige plekken niet meteen aangesloten kan worden.

De uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is qua omvang en in historisch perspectief zelfs te vergelijken met het overschakelen op stroom in de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw en het uitrollen van het gasnet zo’n tien jaar later.

Voorhorst: ,,Wat we de komende tien jaar doen is overigens nog maar de eerste stap in de energietransitie. Na 2030 gaat de industrie van het gas af. Echte verduurzaming lukt alleen als bedrijven grote stappen maken. Wij zijn daarover al in gesprek met provincie en bijvoorbeeld Groningen Seaports. De infrastructuur moet er liggen, anders kunnen ze niet draaien.’’

De verwachting is dat, hoewel de samenleving energiezuiniger wordt, dankzij bewustwording, nieuwe technieken en slimmere apparaten, het elektriciteitsverbruik na 2030 verdubbelt ten opzichte van nu. Voorhorst: ,,Of het gebeurt en op welk moment, dat weten we nog niet.’’ loading

Netbeheerders gaan niet over waar energie wordt opgewekt

De omschakeling naar duurzame energie brengt nog een ander, niet onbelangrijk aspect mee en dat is dat het land, de omgeving, verandert. Windmolens en hoogspanningsverbinding nemen bezit van de horizon, er liggen panelen op de daken en akkers maken plaats voor zonneparken.

Het beroert de gemoederen. We snappen dat de stroom ergens vandaan komt en van A naar B en C moet, maar niet uit en langs onze achtertuin. De rol van TenneT en Enexis in dát debat is echter beperkt. Netbeheerders hebben een aansluitplicht, maar gaan niet over wáár energie wordt opgewekt.

Sanders: ,,Die keuze is aan provincie en gemeenten. Het is echt iets dat democratisch gelegitimeerd moet zijn. Ik zou het heel spannend vinden als netbeheerders een te stevige invloed in de besluitvorming krijgen. Wel kijken we mee hoe parken zo efficiënt mogelijk kunnen worden ingepast qua infrastructuur. Als je dit daar wilt, waar komen dan kabels en stations? De volgorde is ook niet onbelangrijk. Het is nu: wie het eerst komt wordt het eerst aangesloten. Maar ook dat kan wellicht efficiënter.’’

Of een wind- of zonnepark ‘mooi in het land’ ligt dan wel de horizon of het landschap vervuilt, daar laten de twee bestuurders zich niet over uit. Al merkt Voorhorst op dat ‘wind’ hoe dan ook uit de lucht moet worden gehaald en dat panelen aan de zon blootgesteld dienen te zijn. Een dilemma op weg naar duurzame energie, maar de beslissing ligt ‘ergens anders’.

Sanders: ,,We vinden wél iets van de verhouding wind en zon. In Nederland waait het meer dan dat de zon schijnt. Windturbines leveren daardoor gelijkmatiger energie op dan zonnepanelen. Daarbij heb je voor zon drie keer meer grond en infrastructuur nodig en dat is dus drie keer minder efficiënt. Als netbeheerders geven wij de voorkeur aan een gezonde verhouding tussen wind en zon.’’

Voorhorst: ,,Ook als je kijkt naar de momenten van opwekking en verbruik. Zonnepanelen produceren vooral zomers, het energieverbruik is vooral ‘s winters. De zon schijnt overdag en ’s avonds zetten we de verwarming aan. Ook energieopslag is een vraagstuk dat eraan komt. Vandaag kan de zon nog ingepast worden, maar richting 2030 moet er opslag beschikbaar zijn om de zonne-energie ‘s nachts te kunnen gebruiken. Daarom maken we ook afspraken met andere partijen om samen oplossingen te bedenken. Zo hebben we vorige week een convenant gesloten met Holland Solar, de branchevereniging voor de zonne-energiesector.’’

Omslag naar kernenergie

Terwijl wind en zon de actualiteit domineren, valt voorzichtig weer de term ‘kernenergie’. Sanders: ,,Het is nog ver weg, maar in dat geval ga je terug naar de oude situatie van een paar centrales, met een simpeler infrastructuur. Je zit dan evenmin met opslag tussen dag en nacht, tussen wind en geen wind. Ook dat is een discussie waarin wij niet leidend zijn, maar die we met interesse volgen.’’

Een eventuele omslag naar kernenergie betekent niet dat de huidige investeringen, waarmee het netwerk weer veertig tot zestig jaar vooruit kan, voor niks zijn.

Voorhorst: ,,Stel dat er een keuze wordt gemaakt voor kernenergie , dan komen die centrales aan de kust. In Nederland mogen ze nergens anders staan. Je hebt ook dan een netwerk nodig. De elektrificatie van de industrie, de warmtepompen en het elektrisch vervoer vragen om meer netwerk-capaciteit. Ik ben niet bang voor verkeerde investeringen. En zo ver is het nog niet.’’

menu