Winkeliers in Noord-Nederland hoeven niet te wanhopen. De klant mist hen net zo hard als zij hun klanten. Drie van de vier noorderlingen voelen zich daarnaast verantwoordelijk voor het in de benen houden van de plaatselijke winkel.

Dat komt naar voren in onderzoek dat Enigma Research deed in opdracht van deze krant. Enigma vroeg bijna 1300 Groningers, Drenten en Friezen hoe hun koopgedrag er uitziet tijdens en na de lockdown.

Aankopen uitgesteld

Een grote meerderheid zegt het bezoek aan de fysieke winkel te missen. Waar we in de lockdown meer online zijn gaan winkelen, zegt toch 70 procent van de ondervraagden aankopen te hebben uitgesteld vanwege de sluiting van de winkels.

Op dit moment is meer ruimte voor de winkels gekoppeld aan de drukte in de ziekenhuizen.

Een op de drie blijft online kopen

Dat noorderlingen het afgelopen jaar vaker spullen online zijn gaan kopen is evident. Van de ondervraagden geeft ruim de helft aan vaker dan voorheen via internet spullen te hebben gekocht.

Van de mensen die vaker online zijn gaan shoppen geeft een op de drie aan dat te blijven doen, ook als de winkels weer open zijn. Bijna de helft verwacht dat niet te doen. Regionaal zijn daarin wel verschillen. Zo ligt het percentage Drenten dat online blijft shoppen op 38 procent, Friesland (30 procent) en Groningen (31 procent) ontlopen elkaar nauwelijks.

Online telt lokale winkel minder mee

Sinds de pandemie uitbrak en Nederland voor het eerst in lockdown ging, zijn er verschillende campagnes geweest om mensen te bewegen online lokaal te kopen.

Die hebben geen heel groot effect gehad op de Noorderling, zo blijkt. Bij het online kopen wordt vooral gekeken naar prijs, betrouwbaarheid en snelheid van levering. Of de winkel een straat verderop is gevestigd dan wel in China doet minder ter zake.

In het onderzoek van Enigma vindt namelijk minder dan de helft van de ondervraagden het belangrijke online lokaal te kopen, 24 procent vindt het niet belangrijk en 29 procent maakt het weinig uit.

Fysieke winkel wordt gemist

Het staat in contrast met fysiek winkelen. Bijna 70 procent van de Friezen, Drenten en Groningers zegt een bezoek aan de fysieke winkel te missen. De meesten van hen zeggen, als het weer mogelijk is, direct naar de winkel te gaan voor gerichte aankopen.

Op de stelling ‘Ik voel me medeverantwoordelijk voor het voortbestaan van de winkel in mijn woonplaats en daarom ga ik er winkelen’, zegt 73 procent: eens.

Winkelen zonder horeca? Niks aan

Over het zogenoemde funshoppen wordt genuanceerder gedacht. Er zijn eigen net zoveel mensen die zeggen wel naar de winkelcentra te gaan zonder gericht doel als mensen die zeggen dat niet te doen. Leeftijd speelt daarbij ook een rol. Ouderen zijn voorzichtiger en willen pas weer meer winkelen als het aantal besmettingen laag is.

Een belangrijke rol is uiteindelijk weggelegd voor de horeca. Bijna 70 procent van de Drenten, Friezen en Groningers vindt winkelen pas echt leuk als ze ook de mogelijkheid hebben dat te combineren met horecabezoek.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Coronavirus
Winkels
e-commerce