Als je vader of moeder overlijdt, verandert alles

Je ouder verliezen is altijd zwaar. Het is vaak extra ingewikkeld wanneer je het meemaakt tijdens het proces van volwassen worden.

Jongeren boven de 18 jaar die een ouder of beide ouders verliezen, telt het CBS niet. ,,Om hoeveel het gaat weten we dus niet maar wel is bekend dat 18+ een lastige leeftijd is voor zo’n verlies’’, zegt klinisch psycholoog en rouwspecialist Manu Keirse (71).

,,Als een ouder overlijdt tijdens het proces van volwassen worden, is dat heel pittig’’, beaamt rouwdeskundige Daan Westerink (48). ,,Je wordt met de dood geconfronteerd en meteen op eigen benen geworpen. Het kan de ontwikkeling vertragen of versnellen. Sommigen jongeren worden in één klap volwassenen. Zij die dit hebben meegemaakt, weten waar het leven om draait.’’

Vriendschappen veranderen. ,,Soms raken ze vrienden kwijt omdat ze met hun verdriet niet bij hen terecht kunnen’’, vertelt Keirse. ,,Vrienden hebben het in hun ogen over oppervlakkige dingen. Ze hebben geen aansluiting meer.’’

Jeugdige leeftijd

De gevolgen van het verliezen van een ouder op jeugdige leeftijd zijn heel verschillend, zegt Keirse. ,,Het hangt natuurlijk af van het karakter van de jongere. Maar ook van de wijze waarop de overgebleven ouder en de gehele familie omgaat met rouw en verdriet. Als iedereen daarmee op een adequate manier omgaat, kunnen jongeren dat redelijk goed overleven. Ik zie veel jongeren die dit hebben meegemaakt en uitgroeien tot normale mensen, maar het blijven mensen met een gemis in hun leven.’’

Als een ouder overlijdt, verandert alles. Vriendschappen, relaties, het gezin. ,,Je moet niet onderschatten wat er gebeurt’’, benadrukt Keirse. ,,Je verliest soms ook de andere ouder, aan de emotionele ontreddering. Diegene moet de kinderen veiligheid, vertrouwen en toekomst bieden, maar moet dat nu alleen doen. Broers en zussen kunnen ook veranderen door het verdriet. De pijn is zwaar om te dragen. Bovenop je eigen pijn voel je de pijn van je familieleden.’’

Bovenop je eigen pijn voel je de pijn van je familieleden

,,Jongeren hebben stabiliteit nodig. Door taken over te nemen en er voor diegene te zijn kun je helpen. Af en toe 10 minuten luisteren is al goed.’’ Na de dood van een ouder is het voor jongeren vaak lastig om te studeren. Concentratieproblemen en het verwaarlozen van de studie komen geregeld voor. Dat is een normale reactie bij het ervaren van pijn. ,,Die boosheid van jongeren heeft vaak te maken met verdriet. Het wordt verkeerd geïnterpreteerd en daardoor krijgen ze op school sancties in plaats van begrip.’’

'Moeilijk om over rouw en verdriet te praten'

,,Mensen vinden het moeilijk om over rouw en verdriet te praten omdat ze er bang voor zijn. Dat komt doordat ze er niets over geleerd hebben. De samenleving moet leren met verlies om te gaan. Het staat om de hoek in ieders leven en doet zich permanent voor. Rouw wordt vaak ten onrechte geclassificeerd als een depressie, omdat mensen niet kunnen omgaan met het verdriet.’’

Je ouder je leven lang blijven missen is normaal, zegt Keirse. Op belangrijke momenten, zoals de uitvaart van een moeder of vader van een vriend, bij het afstuderen als alle leerlingen er met een trotse vader en moeder staan, bij een bruiloft als er een stoel leeg blijft of als je zelf vader of moeder wordt en denkt aan de ouder of ouders die je mist, kan het verdriet terugkeren. ,,Dat zijn normale reacties van evenwichtige mensen. Verdriet is normaal. Verdriet is liefde.’’

Het kan iedereen overkomen

loading

Lyanne Levy (23) woont in Groningen, werkt als journalist en studeert sociologie. Ze is 21 wanneer haar vader Sam op 59-jarige leeftijd overlijdt aan kanker. Ze heeft twee zussen (19 en 26).

Het was mijn lievelingsverhaal. Over hoe mijn vader op zijn 24ste Manchester verliet om drie maanden in Groningen te werken, mijn moeder ontmoette en nooit meer terugkeerde. Ik vertel het niet meer, omdat het antwoord op de vraag die daarna komt moeilijk is. Nee, mijn ouders zijn niet meer samen. Mijn vader is dood.

Papa wist dat het leven kort was en leefde daarnaar

Papa wist dat het leven kort was en leefde daarnaar. Hij was 11 toen zijn vader overleed en 33 toen zijn moeder stierf. Hij zei elke dag dat hij van ons hield. Dat was niet klef of overdreven. Hij meende het en wilde zeker weten dat we daarover nooit zouden twijfelen.

We deden veel leuke dingen. Op pad met zijn oldtimer, dagjes weg, naar concerten. Papa en ik konden het goed met elkaar vinden. We hebben dezelfde humor. In mijn puberteit botste het. Misschien wel omdat we te veel op elkaar leken. Toen ik ging studeren was het weer als vanouds.

Ik woonde net op kamers toen mijn vader ziek werd. Hij was moe, moest vaak hoesten en sliep slecht. De huisarts dacht aan een burn-out. Het bleek een longontsteking . Als hij weer een hoestbui had zei hij: I’m dying . We lachten erom, het was zijn humor. De gedachte daaraan is pijnlijk omdat hij toen al terminaal ziek was. Dat wisten we alleen nog niet.

Vreemd bericht

Op vrijdag 20 maart 2015 was ik op mijn kamer in Zwolle toen mijn moeder appte. Ik moest meteen naar huis komen. Een vreemd bericht. Ik pakte mijn spullen en fietste naar het station. In de trein belde mijn zusje. Helemaal in paniek. Papa was die ochtend na een afspraak in het ziekenhuis niet thuisgekomen. Ik wist meteen dat het mis was en stuurde een bericht naar een vriendin. Verder weet ik niet meer hoe ik de anderhalf uur durende reis naar het huis van mijn ouders heb overleefd.

Papa stond in de hal. De radioloog had op de scan van zijn longen plekken op de botten gezien. Waarschijnlijk kanker. Ik kon alleen huilen en gillen. Het bleek een zeldzame vorm van niercelkanker, met uitzaaiingen naar de botten. Meteen terminaal.

In acht maanden kreeg hij drie keer immunotherapie, werd hij twee keer geopereerd en meerdere keren bestraald. Hij werd er alleen maar zieker van. Tijdens de eerste operatie verwijderden ze een van zijn nieren, met een tumor van 4 kilo. Hij zag er zo ziek uit, met slangetjes door zijn neus, keel en handen. Breekbaar en kwetsbaar, terwijl hij altijd groot en sterk was geweest.

Ik was verdrietig, maar ook kwaad. Boos op de longarts die niet verder dan haar eigen vakgebied keek. Op de huisarts die suggereerde dat het een burn-out was. In het boek Wat is kanker? las ik dat het een verkeerde celdeling was. Het was pech. Totale willekeur. Accepteren bleef moeilijk, maar dat gaf wel rust. De woede werd minder.

Vanaf oktober ging hij snel achteruit. Ik plakte een morfinepleister op zijn rug als de pijn te erg werd. Op mijn verjaardag in november hoorde ik hem huilen bij het traplopen. Het lukte niet meer. Hij bleef hele dagen in bed. Ik ging vaak bij hem liggen. We kletsten of keken televisie en waren vooral samen. Op het laatst huilde hij bijna elke dag.

Hij kreeg veel morfine, was stil en zag dingen die er niet waren. Een lijdensweg voor iedereen. De huisarts regelde palliatieve sedatie. Mama, mijn zussen, mijn vaders zus en ik zaten naast zijn bed. Ik dacht altijd dat het eng zou zijn om iemand te zien sterven. Dat was het niet.

Ik dacht altijd dat het eng zou zijn om iemand te zien sterven. Dat was het niet

Het afscheid was mooi, maar zwaar. De mensen bleven komen. Ik dacht dat ik het niet zou volhouden, door mijn knieën zou zakken. Mijn eigen verdriet was al niet te doen, nu kwam dat van vierhonderd anderen erbij. Na de dienst gingen we naar het crematorium. Ze reden papa op een kar naar binnen. Mijn moeder, zussen en ik hielden elkaar vast. Daar ging papa. Het was te bizar en onwerkelijk om er veel bij te voelen.

Donkere tunnel

Ik was vooral bij mijn moeder en zusje. Kon niet goed alleen zijn. Slapen op mijn kamer ging niet zonder mijn vriend. Als ik alleen in bed lag was er niemand die mijn gevoelens en gedachten kon stoppen. Het leek een donkere tunnel waaraan geen einde kwam. Het verdriet deed pijn. Soms huilde ik tot ik geen adem meer kreeg. Ik was doodop van angst, emoties, leven tussen hoop en vrees en slaapgebrek.

In februari moest ik weer naar school. Een nieuw semester wachtte. Een andere wereld. Studiegenoten zeurden over onbenullige dingen en hadden stress over opdrachten en tentamens. Net als ik deed voordat mijn vader ziek werd, maar nu kon ik er moeilijk mee omgaan. Ik voelde me alleen en onbegrepen. Het was te veel en te snel.

In de bioscoop ging het mis. Superman stond bij het graf van zijn ouders. Het barstte open en er kwam een of ander monster uit. Ik schrok, begon te zweten en te trillen en was doodsbang. Dit is het, dacht ik. Ik ben echt gek geworden, heb mijn verstand verloren. Ik ging naar huis en deed ’s nachts geen oog dicht. Twee weken later gebeurde het opnieuw. In bed kwam weer die paniek. Ik ging naar de huisarts. Hij zei dat ik kalmeringstabletten kon krijgen, maar dat het beter was om met een therapeut te praten.

Zes keer ben ik naar de therapeut geweest. Ze leerde me wat er met mij gebeurde, legde uit wat rouw inhoudt. Dat er diepe dalen zijn, maar dat het ook weer beter wordt. Dat het niet raar is om heftige gevoelens te hebben en na te denken over leven en dood. Daardoor begreep ik dat ik niet gek aan het worden was, maar dat ik aan het rouwen was. Ze leerde me trucjes om rustig te blijven.

Niet iedereen kon met mijn verdriet omgaan, maar de meeste vrienden bleken goede vrienden. Ik hoefde ze niet uit te nodigen voor het afscheid. Ze waren er. Met bloemen en kaarten volgeschreven met herinneringen aan mijn vader. Ze luisterden, lieten me praten, huilen en soms weer lachen. Precies wat ik nodig had.

Ik dacht dat we na mijn vaders dood allemaal heel verdrietig zouden zijn, veel zouden praten en samen herinneringen zouden ophalen. Dat ging niet zo. Mijn jongste zusje wilde er niet over praten, mijn zus verhuisde binnen vier maanden naar Amsterdam. Met mijn moeder kon ik goed praten, maar ze hield zich sterk voor ons. Iedereen rouwt op een andere manier.

We moeten ons gezin opnieuw uitvinden. Zestien jaar leefden we in een gezin van vijf. We zijn nu 2,5 jaar bezig uit te vogelen hoe we het zonder papa moeten doen. Dat gaat moeizaam en dat vind ik lastig. Het wordt nooit meer zoals vroeger.

Het leven is er niet luchtiger op geworden. Ik werd in één keer volwassen. Ik ben niet meer zorgeloos, ben bang om nog een dierbare te verliezen. Op de middelbare school verloor een klasgenoot zijn vader. Dat vond ik erg en verdrietig, maar ik dacht ook: dat komt niet zo vaak voor, dat gebeurt mij niet. Het was altijd een ander. Zestien mensen krijgen in Nederland per jaar de vorm van kanker die mijn vader had. Daardoor denk ik niet meer: de kans is klein, dat overkomt mij niet.

Alles is relatief na het verliezen van je vader. Ik maak me niet meer zo druk om mijn studie en om of ik wel werk kan vinden als ik straks afgestudeerd ben. Toen ik mijn relatie verbrak was ik heel verdrietig, maar dacht ik ook: dit overleef ik wel. Het maakt je sterker. Ik heb meer compassie voor anderen gekregen. Vroeger oordeelde ik snel en hard. Dat doe ik niet meer.

We moeten ons gezin opnieuw uitvinden

Het is moeilijk dat het gemis levenslang is. Er zit geen einddatum op, het is nooit klaar. In het huis waar ik nu woon, is hij nog nooit geweest. Als ik ga trouwen, kan hij mij niet weggeven. Ik weet niet of de tijd heelt. Het rauwe verdriet wordt minder. Het gemis groter.

Opa

Toen ik hoorde dat mijn vader kanker had, besloot ik dat ik niet meer wilde trouwen en geen kinderen wilde. Dat denk ik niet meer. Het zal pijnlijk zijn als hij er niet bij is, maar dat is geen reden om het niet te willen. Als ik ooit kinderen krijg, laat ik ze foto’s en video’s zien en vertel ik hoe grappig, lief en gek hun opa was. Trouwen wil ik inmiddels ook weer. Ik loop zelf wel naar het altaar of vraag mijn moeder. Dat zien we dan wel weer.

Ik geniet van het leven, doe veel leuke dingen met vrienden en familie, maar het zou nog leuker zijn als papa erbij was. Hij was de gangmaker in huis. Met zijn gekke dansjes en liedjes. Met zijn slechte grappen waar hij zelf het hardst om moest lachen. Ik mis de gesprekken. De humor die ik alleen met hem deelde. Zijn warmte, advies. Thuis kon ik uitrusten, werd er voor me gezorgd. Als ik nu thuiskom, kook ik voor mijn moeder. Niet omdat ze dat vraagt, maar omdat ik weet dat ze elke dag alles alleen moet doen.

Soms vraag ik me af of het leven weer zo leuk wordt als voordat papa ziek werd. Of ik ooit weer zo gelukkig word. Ik weet het niet. Die tijd idealiseer ik ook, denk ik. Ik probeer er niet te veel over na te denken en met de dag te leven.

Voordat mijn vader ziek werd, had ik alles gepland. Ik wist wat ik wilde en wanneer. Maar het heeft geen nut om te plannen. Het loopt toch altijd anders.

Ik zie het wel.

 

Ik zakte door mijn knieën

loading  

Lars Keur (28) woont in Groningen en is kortgeleden afgestudeerd als psycholoog. Hij is 21 wanneer zijn vader Tom op 58-jarige leeftijd door een ongeluk overlijdt. Lars heeft een zus (26).

,,De avond voor het ongeluk zijn we samen uit eten geweest. Ik zei nog dat ik van hem hield. Het bleek de laatste keer dat ik mijn vader heb gezien. De volgende ochtend werd ik wakker gebeld door mijn stiefzusje. Ze zei dat er een ongeluk was gebeurd en dat ik naar het ziekenhuis moest komen. Ik stond op, stapte onder de douche en haalde ontbijt bij de supermarkt. In de rij voor de kassa kwam er weer een telefoontje. Ik moest meteen komen. Ik dacht: het zal ernstiger zijn dan gedacht. Toch had ik geen enkel vermoeden wat er precies aan de hand was. Op mijn dooie gemak fietste ik erheen. Bij het naar binnen lopen kwam er een familielid aan. Hij kon niet praten. Ik kreeg argwaan en raakte in paniek. Mijn moeder had tranen in de ogen en vroeg of ik wel wist wat er aan de hand was. Pas toen hoorde ik dat hij was overleden. Ik stond bij de fontein van het UMCG en zakte door mijn knieën.’’

Met mijn vrienden erover praten bleek moeilijk

,,Ik ben meteen naar de kamer gegaan. Mijn vader was schoongemaakt, maar er lag nog bloed onder het kussen. Hij was dood maar nog warm. Toen ik hem zag liggen kwam het pas echt binnen. In de opvangkamer van de spoedeisende hulp hing een grimmige en duistere sfeer. Iedereen was aan het huilen, staarde vol verbazing voor zich uit. Hij was zo plotseling uit het leven getrokken, niemand besefte echt wat er aan de hand was. Ik heb mijn oom gebeld en hem verteld dat zijn broer was overleden. Dat was het enige dat ik kon en wilde doen.’’

,,Mijn vader was op 6 februari 2012 vroeg in de ochtend met de honden aan het lopen. Hij stond in de berm en had donkere kleren aan. Een pick-up truck raakte hem met de spiegel tegen zijn schouder, waarna hij door zijn knieën zakte en met zijn voorhoofd op de stang van de laadbak van de truck terecht kwam. Hij was onmiddellijk van de wereld, meteen klinisch dood. Een heel ongelukkige stomme fout. De bestuurder heeft hem nooit gezien. In het begin dacht ik: kon je daar geen 5 minuten later zijn, wat heb je met je domme, koppige hoofd in die berm gedaan?’’

,,Hij lag thuis opgebaard. Een week lang. Het was fijn om bij hem te zijn, iets te kunnen zeggen, om zijn hand vast te houden. Alle emoties waren extreem, daar zat niks tussenin, behalve chaos en onbegrip. Extreem verdriet of extreem hard lachen. De begrafenis werd geregeld door de vriendin van mijn vader, mijn moeder, maar vooral door mijn zusje en mij. Omdat het onverwacht gebeurde was er niets geregeld. Hoezo een kaart voor je overleden vader? Hij was toch veel meer waard dan een kaart of een stukje tekst of een foto?’’

,,Mijn ouders scheidden toen ik 6 jaar was. Mijn moeder wilde er wel voor ons zijn, maar deelde haar verdriet niet met ons. Mijn zusje ging op oorlogspad, duwde iedereen van zich af. Ze kon er niet mee omgaan. Ik heb me heel erg alleen gevoeld.’’

Ander eiland

,,Een week na de begrafenis ging ik weer naar college. Van alleen thuiszitten werd ik gek. Bij een werkcollege ‘rouw en verlieskunde’ dacht ik na 10 minuten: wat doe ik hier in godsnaam? Ik ben naar de docent gegaan en heb gezegd dat ik het niet aankon. Het ging over projectgroepen, deadlines, verslagen die moeten worden geschreven, over de koffiemachine die de verkeerde koffie gaf. Het voelde alsof ik op een of ander eiland stond en er op aarde van alles gebeurde, maar ik er niet mee in verbinding stond.’’

,,Met mijn vrienden erover praten bleek moeilijk. Dat lag niet alleen aan hen, ook aan mij. Ik begin er zelf nooit over. Mijn huisgenoot zei: als je erover wil praten, kom maar naar mij toe. Maar als je dat zelf niet doet, gebeurt het niet. Vrij snel na de dood van mijn vader vierden we carnaval. Dat leek een goed idee, dan was ik even uit Groningen. Het was het slechtste idee dat ik ooit heb gehad. Alcohol versterkt de emoties. Iemand liep tegen me aan en ik raakte buiten zinnen van woede. Ik wilde hem tegen de grond slaan. Een clubgenoot kwam naar me toe en zei: volgens mij gaat dit over iets heel anders dan deze vent. Toen brak ik.’’

Blowen

,,Heel veel drinken, af en toe blowen en weinig praten. Zo ging ik ermee om. Na een half jaar had ik door dat dat niet werkte. Ik stapte naar een rouwtherapeut en zat anderhalf jaar in therapie. In het begin was het veel huilen en weinig praten. Ga het bos maar in en ga schreeuwen, luidde de opdracht. Daarmee kwamen de emoties los. Ik sprak veel met lotgenoten. Het voelde goed om te praten met mensen die het begrepen en met wie je ervaringen kon delen. Het verminderde het gevoel van eenzaamheid.’’

,,Je wordt er in één keer volwassen van. Je moet over zulke rare dingen nadenken: erfenissen, begraafplaatsen, het besef ineens dat het leven heel erg eindig is. Je gaat nadenken over dat je niet eeuwig leeft. Je bent minder luchtig, minder vrolijk, je hebt bagage. Het besef dat je maar korte tijd op aarde hebt. Ik ben nog niet eens 30 en denk daar al aan. Het is zo’n vreemd en raar proces waarin je terechtkomt. Door mijn studie kon ik het meer duiden en had ik puntjes van herkenning. Daaraan heb ik veel gehad.’’

,,Je kunt je op zoiets niet voorbereiden. Heel lang denk je dat hij terugkomt, dat hij je wel belt. Ik kon er gewoon niet bij. Pas maanden later kwam het besef dat hij echt geen appje meer ging sturen. Ik mis hem ontzettend. Het is moeilijk dat ik hem niet kan vertellen wat er gebeurt in mijn leven, dat mijn zusje twee kinderen heeft gekregen, dat hij niet meer meemaakt dat ik ben afgestudeerd. Dat je op dat soort momenten met je moeder en opa en oma zit in plaats van met je vader en moeder. Dat slaat helemaal nergens op.’’

,,Na twee jaar was ik aan het zeuren over het weer. Het perspectief was terug. Vijf jaar na het overlijden van mijn vader durfde ik pas tegen mijzelf te zeggen dat ik gelukkig was. Daarvan schrok ik wel, dat het zolang heeft geduurd. Ik zie de toekomst rooskleurig in. Het is alleen heel erg dat mijn vader het niet meemaakt.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
menu