Vandaag een jaar geleden overleed André van Duins grote liefde Martin Elferink aan kanker. Dat was een grote klap voor onze populairste komiek, die op dat moment nog niet kon vermoeden dat hij zelf ook met die ziekte te maken zou krijgen. De afgelopen maanden onderging hij chemokuren en vorige week werd hij geopereerd. Op Martins eerste sterfdag doet hij zijn verhaal in De Telegraaf.

Vijf maanden lang leefde André van Duin (73) met een geheim. Vorige week werd hij opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) in Amsterdam, waar hij na eerder al enkele chemokuren te hebben ondergaan, werd geopereerd aan darmkanker. Die operatie is goed gegaan en André is inmiddels weer thuis. Maar de hele toestand heeft er bij hem flink ingehakt. Temeer daar het een jaar geleden is dat het met zijn echtgenoot Martin Elferink (55) een stuk minder goed afliep.

Alarmbelletje

„Het begon tegen het einde van de zomer”, vertelt André in de nieuwe editie van Weekblad Privé die woensdag verschijnt. „Op het gevaar af dat dit riooljournalistiek wordt: ik stond op van de wc en je kijkt dan wel eens achterom. Daar zag ik een pluimpje bloed en daardoor ging bij mij een alarmbelletje rinkelen. En vervolgens bij mijn huisarts ook. Het kan een poliep zijn, of iets anders onschuldigs, maar hij stuurde me toch door voor verder onderzoek en daarbij werd in de scan een tumor in de dikke darm gezien. En zo kwam ik weer terug in het AVL, waar ik met Martin zoveel voetstappen heb liggen. Ik kende er de weg nog, om het zo maar te zeggen. Nu was ik het zelf, die daar de medische molen in ging. Maar anders dan met hem toen, zag het er wel meteen goed uit. De tumor op zich bleek goed operabel te zijn, maar hij moest eerst wel kleiner worden voordat ze hem durfden weg te halen. Daarom kreeg ik vier chemokuren waar ik wonderwel doorheen gesjeesd ben. Weinig bijwerkingen, weinig ellende. Een beetje tintelende vingers, maar daar bleef het gelukkig bij.’

Natuurlijk waren het voor André emotionele bezoeken aan dat in kanker gespecialiseerde ziekenhuis, waar hij met Martin de zwartste periode van zijn leven doormaakte en de twee samen steeds klap op klap incasseerden.

Tuinkussen

„Maar het was meteen zo anders dan bij hem”, zegt hij, „bij die lieverd was steeds elke uitslag slécht, slécht, slecht en nog erger. Toen ze hem voor het eerst van top tot teen doorlichtten konden ze de bron van zijn ziekte niet eens meer ontdekken, het zat echt overal in zijn botten. Dat bleek toen hij, nadat we bezoek hadden gehad, een tuinkussen terug gooide in een stoel en zomaar uit het niets een sleutelbeen brak. Het begin van alle ellende. Bij mij waren de bloedwaardes nu wel steeds goed en in december bleek uit de scan dat de tumor al flink was geslonken. Eigenlijk hadden ze toen al kunnen opereren, maar dan had ik met de feestdagen in het ziekenhuis gelegen en dat wilde ook niemand.’

Intussen ging voor André het werk zo goed en zo kwaad als dat ging door, zonder dat hij het nieuws van zijn ziekte en de chemo’s die hij op dat moment onderging met de buitenwereld wilde delen.

loading

„Ik vind dat altijd heel moeilijk”, zegt de komiek, „ik heb graag dat mensen om me moeten lachen. En niet dat ze, wanneer ze me zien, meteen denken: ’Ach goss, zijn man dood, zijn vriendin Corrie van Gorp en nu zelf ook nog kanker’. Dan word je zo’n zielige, ouwe komiek. Dus dat hou ik dan liever geheim hè? En dat is net als met Martin, toen ook bijna niemand wist hoe ernstig het was en hoe somber het er uitzag, gelukkig goed gegaan. Een paar keer moest er geschoven worden met de opnames van Heel Holland Bakt, dat nu te zien is, maar de medewerking was optimaal. De paar mensen die het moesten regelen wisten wel waarom er wel eens een dag gewisseld werd – ja, Jannie ook - maar de meesten niet. Die dachten hooguit: weer alles omgooien? En als je de programma’s nu kijkt… als je het niet weet, dan zie je het ook niet, toch?’

Vertrouwen

Aldus leefde André zo rustig mogelijk toe naar de grote dag van de operatie, die dus na de feestdagen maar wel in de eerste week van januari gepland stond. „Toch was het allemaal heel erg emotioneel”, vertelt hij ineens duidelijk aangedaan. „Je gaat je huis uit, op weg naar het ziekenhuis, en dat doe je in de hoop dat het allemaal weer goed komt en dat je het huis weer terug zal zien. Dat komt natuurlijk helemaal na de ervaringen met Martin. Zelfs die laatste immuuntherapie, die heel zwaar was, het haalde niets uit. Daardoor was mijn eerste reactie in september ook: oh jee, kanker, niets meer aan te doen. Maar zo hoeft het lang niet altijd te gaan, natuurlijk, integendeel! En dat blijkt ook, want ik kan het volgens de chirurg die me behandeld heeft allemaal met vertrouwen tegemoet zien. Ik moest zelfs om hem lachen, toen hij later een praatje kwam maken en zei: „Ik heb er verder ook nog even rondgekeken, maar het ziet er allemaal prima uit hoor!”

Enorm gemis

Op André’s nachtkastje, in zijn eenpersoonskamer in het AVL, stond een foto van Martin. „Hij hield de boel een beetje in de gaten, en dat heeft hij goed gedaan”, vertelt André. „Het is toch bizar dat op de dag dat hij vorig jaar overleed, ik weer thuis ben en nu zelf kan melden wat er met mij aan de hand is!?”

loading

Het gemis blijft enorm. André zegt: „De dertiende is al een ongeluksdag en op de dertiende januari, een jaar geleden, stierf hij. Zo oneerlijk. Iemand die door iedereen werd geliefd, zo’n stuk jonger dan ik, en dan wordt hij eruit gepikt terwijl zoveel klerelijers blijven leven. Ik mis hem elke dag, ik huil om hem elke dag. De kleine dingen, even bij die en die langs, even een terrasje pikken… naar het theater. Goed, dat mist iedereen nu, maar die kleine gezellige dingen die straks wel weer kunnen. Net nadat hij stierf, ging het mis met corona. Als hij vandaag terug zou komen, zou hij dat doen in een andere wereld. Met een leeg Leidseplein, elke avond. Dat is nadat hij dood ging vlak voor de pandemie en de eerste lockdown, toen ineens zo snel gegaan. Hij zou het nu al allemaal niet meer herkennen…”

Varen

Plannen maken doet André voorzichtig ook weer. „Ik moet het nu zeker nog een maand, eigenlijk twee, heel rustig aan doen. Het heeft er ook wel ingehakt hoor, dat voel ik ook. Maar ik ga voor Omroep MAX weer varen met Jannie, in plaats van vier of zes afleveringen doen we er zelfs acht. Het is heerlijk: kopje koffie drinken, een gevulde koek, wat rondkijken in eigen land en anderhalf miljoen mensen kijken er met plezier naar. Verder moet ik nog wat voice-overs doen, maar dat kan gewoon thuis en de plannen voor het album met liedjes van Charles Aznavour zijn door dit alles blijven liggen. Ik zal Eric van Tijn meteen bellen, die vraagt zich ook af waar ik blijf. Nee, die weet het wel hoor. Maar ook bij het afscheid van Corrie, wat heel mooi was, heb ik het niemand verteld. Nee, die meewarige blikken, daar kan ik slecht tegen. Maar die zijn nu niet meer nodig. Vandaag is een slechte dag, vanwege Martin. Maar er is gelukkig ook goed nieuws. Om met Dik Voormekaar te spreken: ’ja hoor, daar zijn we weer!’”

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Aanrader van de redactie