Belgische boeren roepen op twee keer per week patat te eten

Vlaamse frieten worden gebakken van vers gesneden aardappel, en in ossewit, een dierlijk vet dat in Nederland is verdrongen door plantaardige vetten. Belgische mayonaise is wat zuurder, Nederlandse mayo zoeter van smaak. Foto: Peter De Brie

Twee keer per week patat. Dat is een vooruitzicht waarmee je een lach op het gezicht van menig kind – en misschien evenzoveel volwassenen – kan toveren. Maar ook de aardappelindustrie bewijs je er een grote dienst mee.

Romain Cools, hoofd van de Belgische aardappeltelersvakbond Belgapom, roept de Belgen op om hun steentje bij te dragen aan het wegwerken van het aardappeloverschot dat het land nu heeft. Hoe? ,,Laten we allen twee keer per week friet eten, in plaats van één keer,” aldus Cools.

Stengelknollen

De aardappelboeren in België, wereldwijd een van de grootste exporteurs van de van origine Zuid-Amerikaanse stengelknollen, zitten met enorme surplussen vanwege de coronapandemie en de maatregelen. Pakweg 750.000 ton piepers ligt te verpieteren in warenhuizen in het land nu alle restaurants gesloten zijn.

Belgapom werkt ook al aan andere manieren om dit overschot weg te werken. Wekelijks wordt 25 ton aardappelen gedistribueerd aan de voedselbanken in het land. Een ander deel van de aardappelen wordt gebruikt als voedsel voor de veeteelt en voor het opwekken van energie.

Nederlandse boeren

De Nederlandse aardappel­boeren kampen natuurlijk met hetzelfde probleem. Daarom deed Brancheorganisatie Akkerbouw deze maand een vergelijkbare oproep met de campagne #Benefriet.

menu