Christiaan Triebert op de fiets in New York.

Column Christiaan Triebert: Uithoudingsvermogen

Christiaan Triebert op de fiets in New York. Foto: Hanna Hrabarska.

Mijn appartement in New York is mijn eerste eigen appartement ooit. Veel materiële zaken heb ik niet. Wel heb ik ontzettend veel planten. In de concrete jungle is het namelijk ontzettend fijn om een klein beetje te kunnen bosbaden in je eigen woonkamer.

Zo staat er een ananasplant waaruit een heuse ananas op een stokje groeit. Het kleine ananasje is een siervrucht in dit geval, maar dat wist ik nog niet toen ik het samen met een vriendin opat.

Op tafel staat een pannenkoekenplant die zo snel groeit dat je elke week wel een plantje aan iemand anders kan geven. Vandaar dat ie ook wel de vriendschapsplant wordt genoemd. Zelf spreekt de naam ufo-plant me ook wel aan, vanwege de ronde bladeren die alle kanten opschieten.

Een hangplant bovenop de kast fungeert als een natuurlijk gordijn voor de boeken die mee de oceaan overkwamen. Daarnaast de welbekende Ikea-palmlelie, die kan natuurlijk niet ontbreken. Ook staan er her en der verschillende cacti en andere plantjes waarvan ik de naam niet weet.

Gezien mijn vader een Javaanse jongen is, is het pronkstuk toch wel de Schefflera actinophylla ofwel de octopus- of parapluboom die op het Indonesische eiland te vinden is. En ja, dat leest u goed: ik heb een heuse boom in mijn Brooklynse woonkamer.

Inmiddels zit ik al bijna drie maanden vast in Nederland. En in die tijd is er niemand geweest die mijn planten water kon geven, want ik had aan niemand de sleutels gegeven. Wist ik veel dat een weekje weg er twaalf zouden worden, and counting . De onderburen waren net verhuisd, en op de meerdere mailtjes naar de makelaar kreeg ik geen antwoord.

Ik las in een bericht dat New Yorkse ratten ‘agressief’ op zoek zijn naar voedsel. Je gaat je dan toch afvragen: heb ik de prullenbak wel geleegd? Zijn de ramen dicht? Zouden die ratten nu door mijn open ramen samen met de kakkerlakken en wasberen genieten van de melk en de muesli die ik, denk ik, in de haast op het aanrecht heb laten staan? Verwaarloosbare zorgen natuurlijk voor een plant dad . Want die planten, dat zijn de echte zorg. Na 84 dagen zonder water zullen die ongetwijfeld afgestorven zijn.


Dat zag ik halverwege maart natuurlijk wel aankomen, dus fietste ik naar de sleutelspecialist in De Sint Jacobstraat in Leeuwarden. „Nou”, zei de vriendelijke jongeman achter de toonbank, „dit kan nog wel eens lastig worden.” Wat blijkt: Amerikanen gebruiken een ander soort metaal voor sleutels dan wat gangbaar is in Nederland en omstreken. Zul je net zien. „Maar”, zo zei hij, „als we een kopie maken dan zijn de groeven hetzelfde. Een slotenmaker in New York kan daar dan weer een kopie van maken.”

Zodoende. Sleutels aangetekend verzonden naar de big apple op 19 maart. Een maand later lagen de sleutels nog steeds in Nederland, zo liet Track&Trace me weten. Weer een maand later arriveerden ze dan eindelijk in de nieuwe wereld. Nu nog hopen dat ze niet gejat werden, want in de Verenigde Staten gooien ze, net als in de films, de pakketjes gewoon voor je deur. Gelegenheid maakt de dief, ondervond ik ook zelf toen ik een cadeautje kreeg opgestuurd via Amazon . Tussen de tijd dat ik het mailtje kreeg dat het was afgeleverd en dat ik bij mijn voordeur stond, was het pakje weg.


Niet dit keer. Deze week, tien weken na het verzenden van de sleutels, kreeg de vriendin naar wie ik ze had verstuurd de sleutels in handen.

Met enige spanning videobelt ze wanneer ze voor mijn deur staat van het gebouw waarin ik woon. „Misschien reageert de makelaar wel niet omdat hij je appartement aan iemand anders verhuurt.” Ze steekt de door de Leeuwarder sleutelspecialist gemaakte sleutel in de buitendeur, drukt aan... en de deur gaat open. Een zee van post. Blijkbaar zijn er geen nieuwe buren komen wonen.

Twee trappen verder staat ze voor mijn deur. Ze probeert de tweede sleutel. Na wat wrikken gaat ook de deur naar mijn appartement open. Het moment van de waarheid. Oogverblindend licht schijnt in de camera. Ik zie niets. „Wat zie je, wat zie je”, vraag ik opgewonden. „Kijk zelf maar”, zegt ze, terwijl de camera zich aanpast aan het licht. Op het aanrecht ligt eigenlijk alleen nog knoflook. Blijkbaar toch alles opgeruimd. Ze kijkt in de prullenbak. Godzijdank, alleen papier. De ramen zijn dicht. Alles staat er netjes bij.

De eens zo uitbundige goudpalm lijkt te zijn opgelost, er liggen enkel nog wat bruine slierten op de grond. De hangplant bovenop de boekenkast en de ufo-plant zien er uit of ze wel wat water lusten, maar zijn verre van afgestorven. De Javaanse parapluboom staat trots in het midden van de kamer, wakend over alle andere, levendige planten. De palmlelie ziet er zelfs beter uit dan ooit. Wat een uithoudingsvermogen. Wat een geluk.

menu