Irma van Steijn.

Column Irma van Steijn: Hij kent me beter dan ik dacht

Irma van Steijn. Foto: Leeuwarder Courant

Samen met mijn lief ga ik al jaren trouw elke zondagochtend spinnen in de sportschool, door Corona kan dat nu al weken niet. En daarom is een reeds lang gekoesterde wens deze week in vervulling gegaan: voor het eerst van mijn leven een echte racefiets gekocht!

We maakten ons klaar voor ons eerste ritje en ik voelde zelfs wat zenuwen: Stel nou dat ik mijn voeten niet van die pedalen los kan krijgen, dat die helm over mijn ogen zakt of dat ik zo hard ga dat ik niet op tijd kan remmen en een ongeval maak. Dan zou ik zomaar een IC-bed bezet houden!

We gleden als messen door het prachtige Friese landschap en natuurlijk gebeurde er niets van al die ellende die ik had bedacht. Ik moest denken aan Carla, een cliënte die ontzettend goed is in het zichzelf van streek maken door allerhande rampen te bedenken over een situatie die nog moet komen.

Om ervoor te zorgen dat die rampen niet gebeuren zegt ze haar activiteiten af. Zo wil ze graag werken, schrijft ze ook sollicitatiebrieven, maar wanneer ze uitgenodigd wordt zegt ze af, want ze zou afgewezen kunnen worden. En voor een deel heeft ze gelijk, want door iets niet te doen, zal de gevreesde ramp ook niet plaatsvinden.

Dat had ik ook kunnen doen, gewoon niet gaan fietsen, heb je ook geen ongeval. Carla creëert een schijnveiligheid waar ze uiteindelijk natuurlijk ongelukkig van wordt, want ze vermijdt alles wat spannend is en dan gebeurt er dus helemaal niets.

Terug naar mijn racefiets-avontuur, want daar gebeurde overigens toch iets dat spanning opriep, alleen had ik dát nou niet verwacht. Een spinningfiets staat natuurlijk vast aan de grond, hoe hard je ook fietst, niemand haalt je echt in. Dus ik leef in de veronderstelling dat ik net zo hard ga als mijn lief. Ook voor hem was het buiten racen nieuw, dus ik maakte me geen enkele zorgen over een niveauverschil.

Juist op het moment dat ik op maximale hartslag aan het sprinten was zei hij doodleuk ‘kom, nu gaan we even sprinten’, en als een kanonskogel schoot hij bij me vandaan. Ik probeerde nog even aan te zetten, maar tegelijkertijd belandde mijn lijf in een soort van hormonale dip waarbij ik acuut geen zin meer had. Super kinderachtig van mij natuurlijk, dat weet ik ook wel.

Aan de kant dronk ik mijn bidonnetje leeg en raad eens wie er langs kwam fietsen? Carla! ,,Heeeeej een psycholoog op een racefiets!’’, riep ze vrolijk. Ze had blijkbaar iets grappigs ontdekt, zag ik er zo gek uit dan? Opnieuw voelde ik me wat belachelijk.

Ondertussen had mijn lief weer rechtsomkeert gemaakt en hij plofte naast me neer. ,,Bepaal jij straks maar het tempo, dan voel je je waarschijnlijk beter.’’ Ik had nog niet eens iets gezegd, hij kent me beter dan ik dacht.

i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl

menu