Foto:

De dilemma's van de noodopvang voor kwetsbare kinderen in Drenthe en Groningen

Foto: ANP / Piroschka van de Wouw

Scholen, sociale teams, gemeenten en kinderopvang werken samen aan noodopvang voor kwetsbare kinderen. Dat is hard nodig, vindt iedereen. Maar ook ingewikkeld. Wie mag wel en wie niet, hoe hou je het veilig, kunnen de leraren het aan? En zijn alle kinderen wel in beeld?

„Meteen in de eerste week dat de scholen dichtgingen was het duidelijk”, zegt Albert Velthuis, voorzitter van de Christelijke Kindercentra (CKC) in Drenthe. „We moesten zorgen dat kinderen die speciale aandacht nodig hebben niet in de knel komen.”

Volgens Velthuis zijn bij CKC Drenthe alle kinderen in beeld. Dat is niet vanzelfsprekend. Uit een enquête van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) blijkt dat ruim 20 procent van de scholen van sommige leerlingen niet weten waar ze zijn. Dat is zorgelijk, net als de toename van huiselijk geweld. Sociale teams, scholen, kinderopvangcentra en jeugdzorg zijn overal aan de slag om de meest kwetsbare kinderen te beschermen en noodopvang te regelen - de overheid stelt het verplicht.

Al vier weken thuis: het gaat knellen

„Kinderen zitten al vier weken thuis”, zegt Maria Kooi, schoolmaatschappelijk werker in Emmen. „Als het nog langer duurt, gaat het steeds meer knellen.” Het gaat vooral om kinderen in een onveilige thuissituatie. Waar relatieproblemen spelen, schulden, werkloosheid, psychiatrische problemen of huiselijk geweld. Of als thuiswerken en zorg voor kinderen niet samen gaat. Gedrags- of ontwikkelingsstoornissen van kinderen verergeren vaak bij het wegvallen van vaste structuur.

Een aantal scholen heeft gelijk de deuren voor kinderen in een onveilige thuissituatie opengezet, zegt Kooi. „Andere waren later, maar er zijn ook scholen waar leraren bang zijn voor besmetting.” Sinds de overheid de zorgen ook ziet, bemoeien gemeentes zich nadrukkelijker met de noodopvang. „Uitstekend”, zegt Velthuis. „Als ze maar niet met allerlei administratieve rompslomp komen.”

In Groningen zo’n 110 kinderen in de noodopvang

In de gemeente Groningen ligt de beslissing over welk kind in aanmerking komt voor de noodopvang bij de sociale teams (de WIJ-teams) en de scholen samen. „Het is elke keer een lastige afweging”, zegt Mirjam Feddema van WIJ Groningen. „Noodopvang is er alleen voor gezinnen waarvan we denken: als het nog langer duurt trekken ze het echt niet.” In Groningen zijn ongeveer 110 kinderen geplaatst in de noodopvang, meestal in hun eigen school, of op kinderopvanglocaties.

Om de keuze te kunnen maken, moeten wel alle kinderen in beeld zijn. De meeste noordelijke schoolbesturen stellen dat dat zo is. „Slechts een handvol niet”, zegt Theo Douma van de Openbaar Onderwijsgroep Groningen. „We hebben met iedereen contact, waar nodig komen we aan de deur”, zegt Wilma Drenth van Stichting Quadraten in het Westerkwartier. Zweers Wijnholds, bestuurder van openbare scholen in Hoogeveen, vraagt zich wel af of het contact tijdens lessen genoeg is. „Je weet niet wat daaromheen gebeurt. Juist dat baart ons zorgen.”

‘Personeelsleden zetten hun eigen gezondheid op het spel’

Noodopvang kan dan helpen. Maar ook dat leidt tot dilemma’s. Voor het speciaal onderwijs, waar eigenlijk alle kinderen kwetsbaar zijn, is het nauwelijks te doen, stelt directeur Ronald Kamerman van De Mackayschool in Meppel. „Opvang is een schier onmogelijke keuze en opdracht. Toch gebeurt het en zetten personeelsleden hun eigen gezondheid op het spel. De anderhalve meter is lang niet altijd hanteerbaar, bijvoorbeeld bij het verschonen van leerlingen, bij het helpen van het in- en uitstappen van de taxi of bij een gedragsexplosie.”

menu