De naasten van Nobelprijswinnaar Ben Feringa: Een hechte familie in het veen (+video)

In het Drentse boek B’ART , dat dinsdag verschijnt, het verhaal over de ‘roots’ van Nobelprijswinnaar Ben Feringa, opgetekend uit de mond van zijn negen broers en zussen. Over zijn familie, zijn voorouders en het opgroeien in het Zuidoost-Drentse dorp Barger-Compascuum.

Vlak voor de zomer komt het dankzij de bemiddeling van Ben Feringa tot een ontmoeting met zeven van zijn broers en zussen. In de woonkamer van Bens jongste zus Leanne in Musselkanaal wordt op deze zondagmiddag haar 53ste verjaardag gevierd. ,,Meestal zien we elkaar alleen op bijzondere verjaardagen. Het is anders niet bij te houden met zo’n groot gezelschap”, zegt Leanne.

loading  

Maar hoe druk en hectisch de werkende levens van de Feringa’s ook zijn, ze blijven hecht en betrokken bij elkaar. Soms slechts via een simpel berichtje in de familieapp.

Deze middag missen er drie Feringa’s: broer Jo is op vakantie, zus Greetje woont in Botswana en broer Ben? ,,Die is zo ongelofelijk druk. Hij zit nu in München en daarna in Melbourne, maar stuurde vanochtend nog een sms’je om ons veel plezier te wensen’’, aldus Leanne.

De fotoboeken liggen op tafel en de ene na de andere anekdote over vroeger komt voorbij.

Over de tocht die hun opa Hermann als peuter met zijn ouders en een paar ooms maakte vanuit het Duitse Hebelermeer, Emsland. De mannen vluchtten in 1865 om aan de dienstplicht in het Pruisische leger te ontkomen. De Feringa’s nestelden zich aan de Nederlandse kant van de grens om boekweit te verbouwen en hielpen mee om het dorp Barger-Compascuum in Zuidoost-Drenthe op te bouwen. Er kwamen in die periode, zo vlak voor de vervening in 1900, meer Duitse families over de grens voor een betere toekomst. Zo ook de familie Hake, van moederskant.

,,We moesten goed presteren en hard ons best doen’’, zeggen de broers en zussen Feringa over hun jeugd. Dat motto werd hen in het katholieke boerengezin met tien kinderen met de paplepel ingegoten door hun ouders Geert Feringa (1918-1993) en Lies Feringa-Hake (1924-2013).

Tussen de oudste Herman (1950) en de jongste Leanne (1964), zit veertien jaar leeftijdsverschil. Herman, Ben, Angela, Greetje, Annemieke, Leida, Ruud, Jo, Lies en Leanne, allemaal kwamen ze ter wereld aan de Limietweg 33, aan de grens met Duitsland. Om de anderhalf jaar was hun moeder zwanger; tussen Jo en Lies zat nog een miskraam.

loading

Elke dag, voor schooltijd, moesten de Feringakinderen verplicht naar de kerk, net als op zondagochtend. ,,Als we zondags uit de kerk kwamen werd er gegeten en af en toe flink gediscussieerd over het geloof en over politiek’’, herinneren ze zich. Soms zo fel dat er wel eens iemand in tranen de kamer uitstormde. ,,Maar het werd altijd uitgepraat. Het heeft ons verrijkt, omdat we zo leerden om zelfstandig te denken.’’

Ze speelden op zomeravonden tussen de schuren met de kinderen uit de buurt. Ze leerden van hun vader zwemmen in het kanaal; eerst met een band om, dan met een touw om het middel en als ze al zwemmend een turf naar de overkant konden brengen, waren ze ‘geslaagd’ en mochten ze zonder toezicht het water in. Een heerlijke jeugd!

Beroemde broer

En natuurlijk praten de broers en zussen ook graag over hun beroemde broer. Over de trots die ze voelen én dat ze het eigenlijk altijd wel verwacht hadden dat hij zoiets groots zou bereiken. Oudste broer Herman voorspelde het tien jaar geleden al eens hardop tegenover een zwager: ,,Ooit krijgt Ben de Nobelprijs, ik durf er een liter jenever om te verwedden.’’

 

Ben was een fanatiek jongetje, zeggen zijn broers en zussen. Vroeger thuis al op de boerderij, waar hij als tweede in het gezin werd geboren. ,,Een echte ‘deurzetter’. Als Ben een klusje in de schuur deed, moest en zou dat af’’, vertelt broer Ruud, die nog op de ouderlijke stee woont. ,,Ik vond het op een gegeven moment wel genoeg geweest, hij niet. Ben ging er helemaal voor, altijd weer.’’

De zussen herinneren zich nog goed de hobbykamer van hun twee oudste broers Herman en Ben op de grote zolder. De schietbaan die Herman daar had, met een katrol waarmee hij via een zelf gefabriceerd luik de schietschijven over de deel trok. Ben had in die ruimte een soort laboratorium met pipetschaaltjes en reageerbuisjes.

Wat op de broers en zussen veel indruk maakte is de discipline van Ben. ,,We hadden een vastentrommeltje waar we ons snoep in bewaarden. Ben had daar met Pasen nog sinterklaassnoep in. Ongelofelijk.’’

Funny Castle

Superintelligent, dat wel, maar nooit zullen ze hem bestempelen als nerd. ,,Je zag hem altijd wel denken. Hij luisterde naar je, maar ondertussen zag je hem al analyseren en zo was hij ons telkens een paar stappen voor. Ben wist altijd een prima balans te houden tussen vrije tijd en studeren. Hij ging even goed ook met ons op stap in Amsterdam of naar discotheek Funny Castle in Emmen.’’

Ze complimenteren Ben met zijn attente telefoontjes, zijn vriendelijke sms’jes of zijn studiehulp aan een neefje of nichtje in nood. Maar ze benoemen ook ‘de andere Ben’. Die van verstrooide professor. ,,Zo komt hij altijd te laat of op het allerlaatste moment. Of is hij even kwijt wanneer we ook al weer hadden afgesproken. Elk jaar hebben we als familie in december een vaste schaatsdag met een kop snert. Belt Ben op: ‘Hey waar zijn jullie?’ Blijkt hij twee dagen te vroeg op de ijsbaan te staan. Dat is ook Ben.’’

Toen op woensdag 5 oktober 2016 bekend werd dat Ben de Nobelprijs had gewonnen, stond de wereld van de familie even op zijn kop. Beretrots op ‘os Ben’ besloten ze die avond– zonder enig overleg – naar Ruud in Barger-Compascuum te rijden om daar in de ouderlijke boerderij het liveoptreden van Ben in Nieuwsuur te bekijken.

Op weg naar de tv-studio belde de kersverse prijswinnaar met broer Ruud en hoorde dat zijn familie daar bij elkaar was. Via de speaker hoorden ze Ben uit de grond van zijn hart zeggen: ,,Ik wol dat ik eem’n bie joe was.’’

menu