Komt de snor ooit nog los van zijn porno-imago? Al jaren wordt de comeback van de behaarde bovenlip voorspeld. Maar ondanks trendsignalen, zoals snorren in reclames, Hollywoodfilms en de muziek, wil echt doorstoten maar niet lukken. „Een snor, daarvoor moet je stevig in je schoenen staan.”

Dat waren nog eens tijden! Lang voordat de baard – pak ’m beet – tien jaar geleden de mannelijke gezichtsbeharing nieuw leven inblies. De tijd dat echte mannen echte snorren droegen. En dan bedoelen we niet zo’n zielig kruitspoor op de bovenlip. Of een tot stoppels gereduceerde schaduw onder de neus, die nauwelijks voor snor kan doorgaan. Nee, dan hebben we het over de era waarin de man voorzien was van een stevige borstel onder zijn kokkerd. Een echte knevel dus.

Zoals oud-bondscoach en voetbaltrainer Guus Hiddink die had bijvoorbeeld. Of de snor in space van Nederlands eerste astronaut Wubbo Ockels, met zijn fiere schnautz met afhangende punten. Of misdaadverslaggever Peter R. de Vries … ja, ook die droeg er destijds een. Net zoals weerman Peter Timofeeff met een fier behaarde bovenlip het weer voorspelde. En laat ons ‘de walrus’ van presentator en dj Chiel Montagne niet vergeten, noch de puntsnor van voormalig tv-presentator Ted de Braak.

Het waren de jaren 80, toen de stevig beboste bovenlip hoogtij vierde en de snor er altijd en overal was

Het waren de jaren 80 van de vorige eeuw. Toen de stevig beboste bovenlip nog hoogtij vierde en de snor er altijd en overal was. Op tv, op school en op straat – waar geen enkele zichzelf respecterende politieagent zich zonder durfde te vertonen. Zelfs in de altijd wat gereserveerde nationale politiek waren snorren bon ton. VVD-defensieminister Joris Voorhoeve had er een, net als Ad Melkert en onderwijsminister Jo Ritzen.

Ook internationaal kende de snor bekende vaandeldragers, zoals Tom Selleck als privédetective in de razend populaire televisieserie Magnum. Of bekende acteurs zoals Burt Reynolds of Omar Sharif voor wie hun snor zo’n beetje hun handelsmerk was. En Freddie Mercury van Queen natuurlijk, die in 1985 tijdens Live Aid samen met zijn snor het Wembleystadion op de knieën kreeg.

De behaarde bovenlip werd weggevaagd in de grote desnorrificatie van de jaren 90

Waar ze gebleven zijn, al die kloeke knevels? Weggevaagd tijdens de grote desnorrificatie van de jaren 90. Zelfs een volhouder als Hiddink ging uiteindelijk voor de bijl, toen hij in 1998 in Tokio de wereldbeker veroverde met Real Madrid en vanwege een weddenschap met Spaanse journalisten zijn snor liet afscheren.

Glad, kort en kaal werd de trend, of lekker grungy ongeschoren. Een snor: daarmee wilde je nog niet dood gevonden worden! Een enkeling daargelaten natuurlijk. Neem Johan Derksen, die de snor van formaat tot op de dag van vandaag een warm hart toedraagt. Dat prominente snordragers als Tom Selleck en Peter R. de Vries er sinds de ontsnorring uitzien alsof er ‘iets’ ontbreekt, maar je weet niet wat, zegt wel iets over de impact die een stevige moustache op je gezicht kan hebben. Dat is waarschijnlijk ook precies wat een comeback van de behaarde bovenlip in de weg zit.

De comeback wordt al jaren voorspeld maar snorren zijn ver te zoeken. Hoe kan dat toch?

Al ettelijke jaren voorspellen trendwatchers en modebloggers de grote revival van de snor. En dan dus niet ondersteund door de inmiddels wél herboren baard, een sikje of andere harige gezichtsopsmuk. Maar helemaal solo, alleen, in zijn uppie: als snor dus. Opnieuw zal de behaarde bovenlip het modebeeld gaan bepalen, zo luidt de profetie.

Al die prognoses ten spijt: tot op heden moet je de snor met een lampje zoeken. Wielrenner Dylan van Baarle heeft er een, net als fietscollega Peter Sagan uit Slowakije een tijdje een hangexemplaar droeg. Er zitten snorren in de tv-reclames van bijvoorbeeld Energie Direct en Telfort. Presentator Valerio Zeno droeg er een en de populaire dj Bram Krikke behoort tot ‘de nieuwe snordragers’. Maar dat zijn enkelingen. Echt doorstoten, zoals de baard pakweg tien jaar geleden, lijkt de snor maar niet te lukken.

Een baard gaat vanzelf, een snor is een statement waarvoor je lef moet hebben

Hoe dat komt? „Omdat de snor zo’n excentriek en beeldbepalend ding is”, klinkt het uit de mond van barbier en B4men -blogger Jan Willem Huffmeier. „Een snor is veel meer een statement dan een baard.” Een baard krijg je als man namelijk vanzelf als je je een paar dagen niet scheert. Niemand die daar wakker van ligt. Maar een snor, dat is een heel ander verhaal. „Dan ga je bewust een stuk baard wegscheren. Een snor is veel meer een bewuste keuze”, weet Huffmeier.

Wie er als man bij het scheren voor de lol wel eens mee geëxperimenteerd heeft, weet precies wat de barbier bedoelt. Zo heeft ondergetekende bij het kortwieken van de kinnebak wel eens een Frank Zappa-achtige hangsnor gefabriceerd, een keurige Magnum en voor de gein zelfs eens een Hitlersnorretje. Die creaties zijn overigens nooit de dorpel van de badkamerdeur gepasseerd. Véél te heftig.

„Voor een snor moet je echt lef hebben”, beaamt Huffmeier. Hij kan het weten. Als barbier varieert Huffmeier geregeld wat gezichtsbeharing betreft. Korte baard, lange baard of een sikje ( goatee ). Allemaal geen probleem. „Maar zes, zeven jaar geleden heb ik ook een tijd alleen een snor gedragen.” Een redelijk markant exemplaar, dat wel, met twee lichte, voelsprietachtige punten. „Tot ergernis van mijn vrouw en dochters.” De halve wereld bleek tot zijn verbazing opeens iets van zijn bovenlipbeharing te vinden. Klanten, kennissen en vaak ook wildvreemden op straat bemonsterden en recenseerden openlijk zijn snor. „Met een snor krijg je echt bakken aan reacties en ook kritiek. Daarvoor moet je stevig in je schoenen staan.”

Vaak breekt de hel los op sociale media en valt het woord pornosnor snel en veelvuldig

Voorbeelden van wat een snor kan losmaken, zijn er inmiddels genoeg. Toen de in de VS woonachtige tv-producent Reinhout Oerlemans vorig jaar een selfie postte waarop hij een kloeke Mexicaanse snor showde, brak op sociale media de hel los. Ook oud-kasteelheer en presentator Martien Meiland deed vorig jaar in Chateau Meiland een experiment met bovenlipbeharing, maar kapte dat heel snel af, al dan niet vanwege de reacties op ‘de socials’.

Het woord pornosnor valt in zo’n geval al snel en veelvuldig, refererend aan (Duitse?) pornofilms uit de jaren 60 en 70, waarin beharing gemeengoed was en de liefde bedreven werd door mannen met snorren. Die term alleen al geeft aan dat het met de snor nog steeds niet echt lekker zit. Je snor laten staan, lijkt voorlopig vooral een gimmick. Leuk om even mee op te vallen, om hem vervolgens snel te laten verdwijnen.

Films als New Kids waarin matjes en stevige snorren overvloedig aanwezig zijn, of de zwaar besnorde Kazachstaan Borat, het alter ego van de Britse komiek Sacha Baron Cohen, bekrachtigen dat discutabele imago. „Er kleeft nog altijd iets fouts aan”, beaamt Huffmeier. Zelfs bij zo’n gestileerd snorretje als dat van Valerio Zeno of Bram Krikke. „Dat wordt dan als fout Italiaans maffiasnorretje betiteld.”

Baarden slaan de klok in de barbershop, slechts enkele klanten komen voor hun snor

Gevolg is dat de herrijzenis van de snor nog steeds op zich laat wachten. „Terwijl je aan de hand van normale trendsignalen, zoals de snorren in reclames, in de muziek en andere entertainmenttakken toch zou zeggen: hij komt eraan”, stelt Huffmeier. Maar in barbershops – de kraamkamer van de trendy gezichtsbeharing – loopt het geen storm. In zijn eigen zaak zijn de snordragers op een hand te tellen. „Wat oudere mannen die van oudsher een snor hebben. Ik denk twee of drie jongeren met een snorretje. En dan nog een paar gay klanten die een snor dragen.” Dat is volgens Huffmeier trouwens ook nog wel ‘een dingetje’: aan de snor kleeft nog altijd een gay imago. „Dat helpt ook niet mee voor wat de algemene acceptatie betreft.”

Ook barbershopeigenaar Cay Kleeven, die in het hele land workshops en cursussen voor collega’s verzorgt, ziet de snor nog nergens echt stevige stappen maken. „Hij blijft een beetje hangen”, constateert Kleeven. „Maar waaraan dat nou precies ligt?” In zijn eigen zaak zijn het nog steeds baarden wat de klok slaat. „Van de echte longbeards tot de Zuid-Europese strakke lijntjesbaard. Snorren heb ik eigenlijk niet.”

Volgens Huffmeier zullen we qua snor onze hoop waarschijnlijk moeten richten op de jeugd. „Die foute associaties die snorren bij oudere generaties oproepen, die heeft de jeugd niet of in elk geval minder.” En aangezien elke nieuwe generatie zich traditioneel graag afzet tegen de gangbare mode en verworvenheden van de generaties daarvoor, zou de snor zomaar eens het alternatief voor de inmiddels gerehabiliteerde baard kunnen worden. „Glad, baard, snor – je ziet het door de geschiedenis voortdurend verschuiven.”

Er is dus zeker nog hoop voor de snor. „Maar hij schuurt”, erkent Huffmeier. „Het blijft een lastig ding voor het grote publiek.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra