Diederik Gommers van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care is blij met de hulp uit het Noorden.

Dit is het gezicht van de strijd tegen het coronavirus

Diederik Gommers van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care is blij met de hulp uit het Noorden. Foto: BSR Agency

Diederik Gommers is één van de gezichten van de coronacrisis. Als voorzitter van de Nederlandse ic-vereniging maakt hij zich op voor de spannendste fase. ,,Je wilt helpen, hoe dan ook."

Hij pakt een krentenbol uit een papieren zak en neemt snel een paar happen. ,,Sorry, het moet maar even zo”, zegt Diederik Gommers op het Plein in Den Haag, bij de ingang van de Tweede Kamer woensdagmiddag. Daar heeft hij net de parlementariërs bijgepraat over de situatie in de Nederlandse ziekenhuizen. Er liggen dan al bijna 1200 patiënten op de ic. De weinig geruststellende sleutelwoorden deze dagen zijn: naderende crisisfase, ‘Italiaanse toestanden’, krapte op alle fronten.

En dus moet Gommers, intensivist bij het Erasmus MC in Rotterdam en voorzitter van de landelijke ic-vereniging, snel weer door. ,,Maar ik vind het ook belangrijk dat het publiek weet wat er gebeurt en de juiste informatie krijgt.”

Daarom maakt hij tijd voor een kort vraaggesprek. Over de voorbereidingen op een crisis als deze, over het schimmenspel rond de ic-capaciteit en zijn persoonlijke ervaringen. ,,Ik ben een halve BN’er geworden”, zegt de in Udenhout opgegroeide arts. Dat blijkt wel als een stel Hagenaars passeert en een van hen roept: ,,Hé Gommers! Bedankt voor alles!’’

Hoe staat het ervoor in de ziekenhuizen?

,,Aan het eind van de week moeten we naar 2400 ic-plekken, en dat is de kritische grens. Dan is er misschien nog een beetje rek, maar het houdt ergens op. Ik zie het in mijn eigen ziekenhuis, het Erasmus. Daar zijn we uitgebreid naar 105 en kunnen we naar 150. Maar je moet ook genoeg personeel hebben. Dat is een probleem: ic-verpleegkundigen zijn gespecialiseerd, opleiden kost tijd. We kijken nu of we mensen uit de opleiding eerder kunnen laten beginnen.”

Die moeten dan hun eerste ervaring opdoen in een van de grootste crises ooit?

,,Ja, dat is heftig. Als je beademingsapparaten hebt, is dat toch wat je doet: je wil mensen helpen, hoe dan ook.”

Wat valt op aan de patiënten op de intensive care? Ze zijn zwaarder, zei u eerder.

,,Ja, met een bmi van rond de 30, zwaarlijvig bijna. Dat is misschien ook niet zo heel gek: zij hebben normaal al meer moeite met ademhalen na een inspanning, dus met een infectie wordt dat lastiger. Maar het is voor henzelf wel confronterend. En iets anders dat we nu zien is patiënten met acute stollingsproblemen, een bloedvat dat plots stolt, dan kan je bloed niet verder en kan je overlijden. Maar veel moet nog onderzocht worden, we leren elke dag.”

loading  

Wat een buitenstaander verbaast: er is nog geen centraal register voor ic-capaciteit. Dat wordt deze week opgetuigd. Dan ontbreekt het nu toch aan actueel overzicht wie waar nog plek heeft?

,,Dat beeld heb ik ook niet volledig. Zou het me rust geven als ik beter inzicht heb? Misschien, maar ik zou er ook ongeruster van kunnen worden als ik zie dat ziekenhuizen het niet halen.”

Maar nu kunnen ziekenhuizen hun kaarten nog voor de borst houden, misschien. Je wil toch één centraal register?

,,Ja, maar zo hebben we ons zorgsysteem niet ingericht. Onze zorg is individueel, we concurreren. En we moeten eerlijk zijn: er is ook geen geld voor vrijgemaakt. Daar hebben we nu dus last van, ja.”

Ligt u wakker van de coronacrisis?

,,Vorige week wel ja.”

Toen was de hausse aan nieuwe ic-patiënten fors. Op dagen steeg het aantal opnames op de afdelingen voor meest intensieve zorg soms met meer dan honderd. ‘Dit gaat veel te hard’, waarschuwde Gommers toen. Een week daarvoor had hij namens de landelijke vereniging alle ziekenhuizen al opgeroepen om uit te breiden.

En dat gebeurde, tot inmiddels 1900 ic-plekken. Eind van deze week moeten de ziekenhuizen samen dus 2400 bedden hebben, waarvan 1900 voor mensen met het coronavirus. Als de toestroom dan nog stijgt, vreest Gommers voor de kritische grens, het moment dat de crisisfase formeel ingaat en niet iedereen meer behandeld kan worden.

Het zijn bijzondere tijden, minister Bruno Bruins viel letterlijk om. Hoe blijft u heel?

,,Nou, in een maand tijd ben ik een halve BN’er geworden, maar als ik in het weekeind even naar buiten ga, het bos in, dan probeer ik alles een plekje te geven. Ik zeg ook tegen mezelf: ik ben misschien de voorzitter van de ic-vereniging, maar tot waar reikt mijn verantwoordelijkheid? Ik ben ook maar één van de intensivisten.”

Als u dingen al een plek geeft: wat is iets dat nu het meeste indruk maakt?

,,Hoe snel we kunnen handelen, in de zorg, in het land. We doen dingen in één week waar we normaal maanden over doen. Onze it-systemen in het Erasmus worden razendsnel aangepast. Ander voorbeeld: de nieuwe beademingsapparaten van Philips komen uit Amerika, en die hebben een andere koppeling voor de zuurstofslang, een beetje zoals stekkers op verschillende continenten afwijken. Nou, de technische dienst regelt vandaag dat het gefikst wordt. Dat is bijzonder.”

Maar al die improvisatie is ook nodig omdat we niet bepaald voorbereid waren.

,,Ik zeg weleens: dat is de overlevingsdrang van de mens. We keken naar China, naar Italië en ook in eigen land naar Brabant en bleven maar positief. Er zit blijkbaar iets in ons dat denkt: het zal wel meevallen. Als iemand dit voorzien had, was er heus een slimme ondernemer geweest die in februari miljoenen mondkapjes en duizenden beademingsapparaten had ingekocht…”

Voor de tweede keer kucht Gommers tijdens het gesprek. Netjes, in de elleboog. En op veilige afstand.

Bent u zelf al getest op corona?

,,Nee. In februari ben ik even ziek geweest, los van een hoestje dat ik al weken heb, heb ik geen symptomen.”

Of speelt bij u hetzelfde psychologische fenomeen: het zal wel meevallen?

,,Nee hoor, als er echt klachten zijn, zou ik me zeker laten testen.”

Maar Gommers moet door. Duizend-en-een dingen moeten nog geregeld worden voor een storm die hopelijk nooit komt, voorbij dat kritische punt van 2400 ic-plekken. ,,Die situatie kennen we eigenlijk niet.”

Bij wijze van afscheidsgroet tikt hij met zijn schoen tegen de schoen van de verslaggever en vertrekt.

menu