Dr. Denker Puzzelspecialist: 'Een hele Kerstpuzzel alleen oplossen, dat lukt bijna niemand'

De eerste kerstpuzzel van Dr. Denker in 1980. Het thema was plaatsnamen, net als dit jaar. Foto: Archief DvhN

Hij kent Dr. Denker al sinds 1983. Het testpanel bestond toen nog niet. Sinds dat wel bestaat, zit deze specialist, die net als Dr. Denker veiligheidshalve anoniem wil blijven, erin. ,,Daardoor heb ik nog nooit een Dr. Denkerpuzzel helemaal zelf opgelost.’’

Het gesprek met de Dr. Denkerspecialist is de dag voor de jaarlijkse Kerstpuzzeltest. Dan komt het testpanel samen op een geheime locatie.

,,We hebben ontzettend veel lol. Dat begint al als hij het introductieverhaaltje voorleest. Maar er wordt soms ook stevig gediscussieerd. Dan vinden wij dat een bepaald plaatje echt niet duidelijk is. Maar Dr. Denker geeft niet gemakkelijk toe, we moeten met sterke argumenten komen om hem te overtuigen.’’

De specialist vindt het wel eens jammer, als hij met kerst het spelplezier ziet van zijn familie. ,,Dan zitten ze met z’n allen over de krant gebogen en ik zit er naast. Ik weet natuurlijk alle oplossingen al, dus ik mag niets zeggen. Maar ik ken ook niet dat triomfantelijke gevoel als je het antwoord eindelijk gevonden hebt. Ik heb nog nooit zelf een puzzel helemaal opgelost.’’

Zwart-wit puzzels

Op tafel in zijn gezellige huis in Assen liggen Kerstpuzzels uit het verleden. In het begin waren ze nog zwart-wit. ,,Tegenwoordig moet je ook nadenken over de achtergrondkleur. Die kán een aanwijzing zijn. Dat probleem had je in de zwart-wit tijd niet.’’

Het zwart-wit exemplaar dat voor hem ligt, had als thema ‘verkeer’. ,,Dat was wel een heel gemakkelijke. Hier, twee keer het woord ‘dek’ boven elkaar. Dat is natuurlijk ‘dubbeldekker’. En daar, die zebra. Die is gewoon wat hij is. En dit is een praatpaal. Een paal die blabla zegt, dat is té makkelijk.’’

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Maar van heel veel puzzels weet hij de oplossingen niet meer. ,,Een tomaat met een pleister. Die weet ik nog: Au-tomaat.’’ Hij zoekt verder, maar geeft het al snel op. ,,Nee, hier moet ik echt over gaan nadenken.’’ Hij hoeft zich niet te schamen voor zijn ‘geheugenverlies’. ,,We hebben wel eens een oude Kerstpuzzel aan Dr. Denker zelf voorgelegd. Nou, hij wist de helft van de oplossingen niet meer!’’

Een lijst met synoniemen

Een echte strategie is er volgens de specialist niet. ,,Je moet goed zijn in synoniemen. In het introductieverhaaltje worden al allerlei aanwijzingen gegeven over het thema. Als je dat gelezen hebt, kun je vast een lijst met woorden maken die met dat onderwerp te maken hebben. Dan kun je ook vanaf de andere kant redeneren. Dus kijken of een woord bij een plaatje past.’’

,,En je moet goed op de details letten. De positie van een letter, de kleuren, iets groots of iets kleins. Een symbool heeft niet altijd dezelfde betekenis. Soms betekent een pijl naar links dat je het woord om moet draaien, soms wijst de pijl naar een detail. Dat is per puzzel verschillend. De ene keer betekent het dit, volgend jaar betekent het dat. Een N kan gewoon een N zijn, maar ook het woord ‘en’.’’

De jaarlijkse schaars geklede dame

Dr. Denker heeft ook zijn vaste grapjes. Zo bevat de puzzel elk jaar een plaatje met een schaars geklede dame. Die staat voor ‘snol’, ‘slet’,’hoer’ of ‘sloerie’. En dat moet je dan omdraaien, ergens aan toevoegen of ergens vóór zetten. ,,We hebben elk jaar weer de grootste lol over wat hij nu weer bedacht heeft om die vrouw in de puzzel te kunnen zetten.’’

Een echt stappenplan heeft de specialist dus niet, ondanks zijn jarenlange ervaring. ,,Eén ding weet ik wel: een hele Kerstpuzzel alleen oplossen, dat lukt bijna niemand. Je hebt echt anderen nodig om je op andere gedachten te brengen of dingen te zien, die je zelf over het hoofd zag. Dat maakt de Kerstpuzzel zo sterk.’’

menu