Herman Tjeenk Willink. Foto: ANP/Bart Maat

'Onderkoning van Nederland', Tjeenk Willink over aardbevingen: 'Verbaas me erover dat veel Groningers nog gevoel voor nuance hebben'

Herman Tjeenk Willink. Foto: ANP/Bart Maat

Hij werd wel de onderkoning van Nederland genoemd: Herman Tjeenk Willink. Woensdag spreekt hij in Groningen over de betonrot die de democratische rechtsorde aantast èn wat wij ertegen kunnen ondernemen.

Herman Tjeenk Willink (77) maakt zich zorgen. Grote zorgen. Over professionals in de zorg, in het onderwijs en bij de politie en de rechtspraak die hun werk niet meer kunnen doen omdat ze omkomen in vijfminutenregistraties, formulieren, onwerkbare regels en gebrek aan geld. Over de groeiende tweedeling in de samenleving.

Over de impopulariteit van Europese samenwerking. Het zijn volgens hem voorbeelden van de betonrot. Hij schreef er een boek over: Groter denken, kleiner doen . Over hoe een visie op de toekomst de burger kan leiden bij actief handelen. Want als we ontevreden zijn en weten wat eraan schort, dan kunnen en moeten we zelf in actie komen. Als tegenmacht.

Tjeenk Willinks grootste zorg is, zo vertelt hij in de publieksruimte van de Raad van State in Den Haag, dat het de overheid zelf is die de democratische rechtsorde dwarsboomt. „Dat is wat anders dan een of andere onverlaat die in de weg zit.”

 Die rechtsorde, dat zijn onze spelregels over hoe de overheid met burgers en hoe burgers met elkaar omgaan. Die overheid, zegt Tjeenk Willink, wordt als een BV beschouwd, met dwingende targets voor professionals, met klanten die zich slecht ‘bediend’ voelen en met burger die door de overheid met argwaan bejegend worden.

Zeg hem niet dat de democratische rechtsorde een wat abstract of saai begrip is. „Die draait om mensenrechten, tolerantie, gematigdheid, weten dat je het met elkaar moet rooien. Het gaat altijd om waarden en dat is ook de reden dat de overheid nooit, nooit, een bedrijf kan zijn. De in de grondwet vastgelegde waarden worden bewaakt door in de grondwet vastgelegde instituties: het parlement, de ministers met hun ambtenaren en adviescolleges en de rechtspraak."

,,En die instituties zijn iets anders dan organisaties die maar efficiënter moeten werken en meer output moeten leveren. Ze vertegenwoordigen waarden die in de loop van eeuwen zijn gevormd. Maar een van de problemen is dat die instituties tegenwoordig zelf onvoldoende duidelijk maken of zelf onvoldoende voor ogen hebben wat hun functie nu is. Dat moet veranderen, want de geschiedenis leert ons dat de democratische rechtsorde niet vanzelfsprekend is. Democratie is niet vanzelfsprekend, onafhankelijke rechtspraak is niet vanzelfsprekend, een inclusieve samenleving waarin iedereen telt is niet vanzelfsprekend.”

Visie

Toen Nederland nog verzuild was, verdeeld in duidelijke levensbeschouwelijke groepen, kende ons land verbindingen: binnen de zuilen van hoog tot laag en tussen de zuilen onderling. Dat gaf legitimatie aan compromissen die door de top van de zuilen gesloten werden.

 Met de ontzuiling vielen die verbindingen weg en zijn we, zo stelt Tjeenk Willink, vergeten na te denken wat er voor in de plaats moest komen. „We hadden toen de functie van de politiek moeten heroverwegen en we deden het niet. Die functie is het afwegen van het algemeen belang en daar heb je een visie voor waar het heen moet met de maatschappij nodig. En die visie was nogal bleek.” Het begin van de betonrot.

Het in de zuilen verenigde particulier initiatief, al die verenigingen, bonden en organisaties op basis van geloof en overtuiging, vormde een tegenmacht tegen de overheid. Toen die wegviel, nam de markt het over.

 De Nederlandse overheid raakte eind vorige eeuw in het voetspoor van de VS en Groot-Brittannië in de ban van het neoliberale managementdenken: de BV Nederland werd geboren. Het overheidsapparaat raakte ermee doordrenkt: in de rechtspraak ging het aantal vonnissen per dag tellen, in de zorg het aantal patiënten dat per uur kan worden afgewerkt, in het onderwijs de aantallen, cijfers en scores. Voor bezinning, aandacht en echte zorg kwam steeds minder tijd.

„Wat ik nu zeg, zeg ik al sinds de jaren tachtig, maar respons in Den Haag bleef uit. Het paste niet in het bedrijfsmatige denken en de bijbehorende managementtaal. Vanaf het begin kreeg ik wel respons van professionals op de werkvloer en van lokale bestuurders. Ze vonden het heel herkenbaar. ”

Tjeenk Willink heeft zijn hoop gevestigd op deze professionals en bestuurders. Ze zijn in staat voor de ontbrekende tegenmacht te zorgen tegenover de overheid en de markt. „Het moet van beneden naar boven. Maar de tegenmacht van professionals heeft het moeilijk: ze zijn vaak rechtspositioneel de zwakste partij. Als ze individueel opereren, wat ik sowieso niemand aanraad, zijn ze extra kwetsbaar."

,,En ze denken vaak nog te hiërarchisch, de verandering wordt van bovenaf verwacht Als ze de straat opgaan om te demonstreren maken ze zich daarmee eigenlijk afhankelijk van de politici. En die politici zijn onderdeel van het stelsel dat veranderd moet worden, dus dat gaat ze niet lukken. Die politici hebben een tegenwicht nodig dat hen dwingt hun eigen functie te hervinden. Weglopende kiezers blijken daarvoor onvoldoende te zijn.”

„De politiek heeft te lang te weinig naar de praktijk beneden gekeken. De belangstelling van politici voor uitvoerbaarheid en de uitvoering van beleid is buitengewoon gering. Het zijn geen idioten die idiote maatregelen nemen, was dat maar zo. Bijna elke overheidsmaatregel is op zich in principe rationeel, alleen is het totaal vaak onwerkbaar en irrationeel."

,,En het zijn dan de huisarts, de onderwijzer, de rechter en de politieagent die dat totaal in de praktijk ervaren. Alleen als zij zeggen: ‘Het spijt me, maar zo kan ik mijn werk niet meer doen’ is er een kans dat die regelzucht stopt. De werkvloer moet de politiek niet vervangen, maar zij moet de politiek dwingen beter te functioneren. Tegenwicht is een voorwaarde. Ons stelsel is gebaseerd op macht en tegenmacht, op geven en nemen, op de koopman en de dominee, op het midden en gematigdheid.”

De burger heeft, zo meent Tjeenk Willink, ook recht op een fatsoenlijk publiek debat over belangrijke besluiten. „Als burgers de context weten, dan weten ze ook wat hun eigen kleine bijdrage kan zijn. Dat geldt ook voor het klimaat. Het is duidelijk dat iedereen een bijdrage moet leveren."

,,Maar als er geen debat gevoerd is over wat de feitelijke situatie is, wat de problemen zijn en in welke richting de oplossing kan worden gevonden, als je dat debat steeds weer uitstelt, waardoor de maatregelen nog forser uitpakken dan wanneer je eerder was begonnen, dan zeggen die burgers: had je me niet kunnen waarschuwen? Dat is wat er nu gebeurt."

,,En die burgers hebben gelijk ook. Niet in het ontkennen van het probleem, maar wel in het feit dat ze zeggen: was het niet jullie taak het debat te voeren zodat wij ons een mening kunnen vormen? Niet alleen over de maatregelen, maar ook over het probleem zelf. De meeste burgers zijn, als je het goed uitlegt, heel redelijk. De boosheid van de burger wordt vreselijk overdreven.”

U noemt zich ondanks al uw zorgen een optimist?

„Dat zijn we allereerst gewoon verplicht aan de democratische rechtsorde. Die is nu eenmaal een optimistisch systeem, dat ervan uitgaat dat de burgers in principe te vertrouwen zijn. Als je dat uitgangspunt niet meer deelt en als het feit dat een percentage van de burgers niet te vertrouwen is ertoe leidt dat je geen enkele van de burgers meer vertrouwt, ja, dan slaat de somberheid toe.”

„En ten tweede als je goed kijkt, dan zie je dat er een verbazingwekkend aantal initiatieven is: van huisartsen, van rechters, van onderwijzers en ook in politieland beweegt er het een en ander. Je hebt de vergroening, je hebt mensen die energiecorporaties oprichten of al vele jaren geleden de buurtzorg hebben opgericht. Het barst van de burgerinitiatieven."

,,Ook in Groningen zijn er tal van initiatieven om de dorpen leefbaar te houden. Ik zou wensen dat de aandacht daarvoor nog groter was, dat is ook een taak voor de regionale media. Je moet dat niet idealiseren, maar het zijn wel signalen dat mensen niet bij de pakken neerzitten. Je zou graag willen dat die mensen het gevoel hebben dat ze gezien worden en gewaardeerd worden en dat er door de overheid geen belemmeringen worden opgeworpen. Volgens mij is dat niet zo verschrikkelijk moeilijk, juist omdat het vaak kleinschalige dingen zijn."

,,Kijk, het is onzin om te denken dat we met één gebaar een heel stelsel kunnen wijzigen. Een systeem dat decennia lang in één richting is gegaan heb je niet in een paar jaar weer de andere richting op. Dat gaat stapsgewijs. Het gaat erom: zijn we het over de richting eens. Dan kunnen we die stappen gaan zetten. Dat is ook groter denken, kleiner doen. Het belangrijkste is dat de democratische rechtsorde een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. En dan kun je niet zeggen: ja daar moet de ander maar voor zorgen.”

Kunt u zich voorstellen dat veel Groningers het geloof in het bestaan van een democratische rechtsorde verloren hebben?

„Ik verbaas me er eerder over dat veel van die mensen nog een gevoel van nuance hebben. Onder alle voorbehoud, ik lees de kranten maar heb me zelf met de aardbevingsproblematiek nooit bezig gehouden, maar het heeft me wel verbaasd dat de plaatselijke en regionale overheden nauwelijks bij de oplossing van de problematiek betrokken zijn. Ze worden wel geïnformeerd, maar ze hebben geen duidelijke taak."

,,Daardoor zet je mensen buitenspel, terwijl je juist zou willen dat zij, of hun vertegenwoordigers in plaats en regio, collectief een visie ontwikkelen over hoe dit op te lossen. Zoals we dat op een gegeven moment bij de stadsvernieuwing hebben gedaan. Misschien een naïeve gedachte. We hebben na de ontzuiling zoveel verbindingen in de samenleving doorgesneden: door gemeenten op te heffen, door politiebureaus in de wijk te sluiten, doordat niet meer elke dag op hetzelfde tijdstip dezelfde postbode door de straat komt, al die zaken die een houvast boden."

,,En nu hebben we bij een probleem een bestaande democratische structuur, de lokale en regionale overheid, en die stellen we dan buitenspel. Wonderlijk. Natuurlijk is er de angst, zoals altijd in Nederland, dat er mooie plannen worden ontwikkeld en de rekening bij het Rijk wordt ingediend. Dat is een probleem, maar als we er nou eens van uitgaan dat dat beheersbaar is? Dat de burgers hun collectieve verantwoordelijkheid voelen om dat probleem op te lossen, om er weer een mooi geheel van te maken. Dat er daardoor ook weer een positieve verbinding kan ontstaan, in plaats van alleen de negatieve dat iedereen boos is.”

Er is nog een kwestie waarbij de lokale overheden buitenspel staan, de windenergie. Ook daar zeggen de omwonenden: de rechtsorde, welke rechtsorde?

„Ja, uw rechtsorde is de mijne niet, dat was in de jaren zeventig de uitdrukking. Dat snap ik. Ook hier praat ik onder voorbehoud. Maar ook hier speelt allereerst het ontbreken van een publiek debat een rol. In de zin van: hoe ernstig is het klimaatprobleem? Wat zijn de mogelijkheden om het op te lossen, en als ze nodig zijn, waar plaatsen we die dingen?"

,,Ik woon zelf in Scheveningen, ik vind de zee ongeveer nog het enige onbedorven uitzicht en erger me dus vreselijk dat die molens dicht bij de kust komen. Ten tweede is er natuurlijk de rol van het geld. Boeren krijgen geld wanneer zo’n molen op hun land komt, dat vervuilt de discussie, dat splijt gemeenschappen.”

„Ik vind het raar, maar dat zullen mijn niet uit te gummen linkse opvattingen wel zijn, dat sommige mensen profiteren en anderen met de lasten zitten, dat met geld dus alles te koop is. Dat heeft niets met de democratische rechtsorde te maken. Wel met iets dat me al jaren lang stoort: de manier waarop we met de ruimtelijke ordening in Nederland zijn omgegaan."

,,We waren fameus om onze ruimtelijke ordening en stedenbouw en we hebben eigenlijk alle instrumenten uit onze vingers laten donderen. Dat is denk ik, met mijn beperkte kennis van zaken, het derde element wat er is misgegaan. Dat we niet hebben gekeken hoe we het landschap enigszins behoorlijk kunnen houden. Dat is zo tegen onze traditie. We gaan daar spijt van krijgen. Burgers gaan ervan uit, en mogen dat ook, dat de overheid zorg draagt voor een behoorlijke ruimtelijke ordening. Dat is overigens ook een grondwettelijke opdracht.”

Er is nog een reden waarom u zich zorgen maakt over het falen van de overheid: het schaadt de Europese zaak. Er is nauwelijks een politicus te vinden die het nog enthousiast voor de Europese Unie wil opnemen.

„Ja, ik denk dat veel van wat aan Europa wordt toegeschreven, eigenlijk meer moet worden toegeschreven aan nationale overheden. Ik geloof dat de mensen die in Engeland voor Brexit stemden vooral het slachtoffer zijn van het beleid dat Margaret Thatcher heeft ingezet. Daarin heeft vervolgens ook Europa wel een rol gespeeld, maar je kunt niet zeggen dat in Europa de oorzaak ligt van de ontmanteling van de ‘welfare state’."

,, Als je wilt zien wat een te lang volgehouden verwaarlozing van de publieke sector ook betekent voor het functioneren van de politiek, dan moet je naar Engeland kijken. Veel mensen in Engeland zullen zelf niet op de gedachte gekomen zijn dat het verdwijnen van publieke voorzieningen aan Europa lag, maar dat gevoel is gemakkelijk te exploiteren. En dat is met succes gedaan. Oorzaak en gevolg worden omgedraaid, dat is buitengewoon gevaarlijk. "

loading  

,,Voor burgers is niet het veronderstelde verlies aan nationale soevereiniteit het probleem, dat maken de politici ervan. Voor burgers is het het gevoel dat ze geen greep meer hebben op hun eigen omgeving, op hun eigen leven, en dat ze onzeker zijn over hun eigen toekomst, over hun baan, over de verhoudingen in de eigen maatschappij...”

En dat is niet de schuld van Europa?

„Nee, de eerste verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de nationale overheid. Ten eerste zijn er nauwelijks grote beslissingen in Europa waarin de nationale overheden niet participeren. Natuurlijk wordt de economische ontwikkeling door Europa beïnvloed, maar de verwaarlozing van je eigen taal, je eigen geschiedenis, je eigen cultuur of je eigen voorzieningen, dat ligt toch echt in eerste instantie aan je nationale overheid."

,,Het is aan politici om duidelijk te maken dat we wat betreft de waarden die we zeggen te koesteren heel veel met Europa gemeen hebben en dat we de eigen democratische rechtsorde niet meer op eigen kracht overeind kunnen houden. Al was het maar omdat het geld zich van nationale grenzen niks aantrekt, de misdaad evenmin, omdat je bedrijven gemakkelijk van het ene land naar het andere verplaatst en omdat de productie steeds meer in ketens gaat die over de grenzen heen gaan."

,,Die verknoping is gewoon een feit. Nog los van geopolitieke redenen: waar blijf je als Nederland tegenover China, Rusland en de Verenigde Staten? Nederland als nationale staat, met alles waar we zo aan hechten, kan niet zonder Europese samenwerking. Kijk, als je zelf geen deel meer uitmaakt van die samenwerking betekent dat niet dat je weer zelf beslist. Het betekent dat anderen, die machtiger zijn, voor je beslissen zonder dat je er invloed op hebt.”

menu