Gebarentolk Irma Sluis tijdens een persconferentie over de coronacrisis.

Het 'Irma-effect': opleiding tot gebarentolk verwacht veel meer aanmeldingen

Gebarentolk Irma Sluis tijdens een persconferentie over de coronacrisis. Foto: ANP

De opleiding tot tolk Nederlandse gebarentaal in Utrecht verwacht dit jaar substantieel meer aanmeldingen. Dat heeft alles te maken met het ‘Irma-effect’. Het recente optreden van tolk Irma Sluis naast premier Rutte tijdens diens persconferenties heeft de opleiding in de schijnwerpers gezet.

Haar optredens naast Mark Rutte tijdens diens persconferenties over de aanpak van de coronacrisis hebben van Irma Sluis in één keer een bekende Nederlander gemaakt. Nu al kan het haast niet anders of het woord van het jaar 2020 zal een gebáár van het jaar blijken te zijn. De manier waarop Irma Sluis verbeeldde dat we niet moeten hamsteren, staat nog helder op ieders netvlies en ging binnen de kortste keren viral op sociale media.

,,En dat is prima, hoor’’, zegt directeur Henny van der Neut van de enige, vierjarige hbo-opleiding tot tolk gebarentaal die Nederland rijk is, onderdeel van de Hogeschool Utrecht. ,,Een beetje humor kan natuurlijk geen kwaad in deze moeilijke tijden. Maar wij zullen niet álles liken wat er over Irma voorbijkomt. Want gebarentaal is voor ons een serieuze zaak. Niets om te lachen. Zeker in tijden van crisis moet informatie voor iedereen toegankelijk zijn. Dat recht heeft ook de dovengemeenschap. We zijn er trots op dat Irma nu naast Rutte staat, maar dat zou eigenlijk al veel langer gewoon moeten zijn.’’

Tramaanslag

Een jaar geleden, toen op 18 maart in Utrecht bij het 24 Oktoberplein de dodelijke aanslag op de sneltram werd gepleegd, was dat nog allesbehalve het geval. Toen iedereen in grote onrust snakte naar informatie, hadden doven en (zeer) slechthorenden helemaal niets aan de ijlings belegde persconferenties; aan Irma Sluis dacht toen nog niemand.

Gesprek per videoverbinding over de opleiding tolk gebarentaal in Utrecht. Met de klok mee, vanaf linksboven: Martine Wattel (docent), Noortje Neeter (student), Henny van der Neut (directeur) en Sandra Markies (tolk). Rechtsonder verslaggever Maarten Venderbosch.

Een bezoekje aan het instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies op het Science Park in Utrecht zit er niet in. Het schoolgebouw is gesloten vanwege de strenge coronamaatregelen. De lessen worden ook hier zo goed en zo kwaad als dat kan per videoverbinding gegeven. En zo wordt ook dit gesprek met directeur Van der Neut gevoerd: op afstand, online. Docent Dovenstudies Martine Wattel en studente gebarentaal Noortje Neeter haken erbij aan. In beeld verschijnt bovendien een tolk; Martine is doof, zij spreekt in gebarentaal.

Veel mailtjes

Over één ding zijn ze het allen eens: de coronacrisis is vreselijk, maar die heeft op de school toch ook een positieve uitwerking. Er lijkt namelijk voorzichtig sprake te zijn van een ‘Irma-effect’: er zijn substantieel meer studenten die interesse tonen. Noortje: ,,Er komen ineens veel meer mailtjes binnen dan anders met vragen over de opleiding en wat je er later mee kunt worden. Velen zijn op het idee gebracht door de inzet van de tolk gebarentaal op televisie.’’

De opleiding in Utrecht kent geen lange geschiedenis. Hij ging pas in 1997 van start. Irma Sluis was een van de eersten die er met een diploma van af kwam. Henny van der Neut: ,,De oprichting van de school was feitelijk een reactie op de sterk groeiende vraag naar kwalitatief goede tolken. De emancipatie van doven en slechthorenden was in de jaren negentig volop aan de gang. Zij wilden mee kunnen praten in de samenleving. Daarvoor waren simpelweg goeie tolken nodig om de brug te kunnen slaan.’’

Voor docente Martine Wattel was dat laatste meteen de reden waarom zijzelf naar Utrecht kwam en zich aan de opleiding verbond. ,,Ik wilde helpen om de kloof te versmallen tussen de gemeenschap van de doven en die van de horenden. Ik ben opgegroeid in een gezin met horende ouders en een dove zus. De voertaal bij ons thuis was gebarentaal. Ik heb misschien wel geluk gehad dat mijn zus ook doof is. Wij konden daardoor met elkaar kletsen in gebaren. Maar ben je in een gezin de enige die niet kan horen, of leef je in een omgeving volstrekt zonder andere doven en slechthorenden die je begrijpen, dan kun je heel erg eenzaam zijn. Met taal leg je contacten. Dat is waaraan ik mijn drijfveer ontleen.’’

loading

Mimiek

Elk jaar beginnen zo’n vijftig studenten in Utrecht aan hun opleiding tot tolk gebarentaal. Soms kennen ze zelf iemand in hun directe omgeving die doof is geboren of het later is geworden. Meestal ook ‘hebben ze iets met taal’. Studenten moeten niet al te bleu zijn. Ze moeten voor een groep durven staan, alle ogen op zich gericht weten, en hun gebaren en mimiek dan voluit laten spreken. Noortje: ,,Het is een visuele taal, dus het kan niet anders. Dat vond ik zelf in het begin best een dingetje.’’

Henny van der Neut: ,,Wij helpen studenten wat dat betreft snel over de drempel heen. Je moet inderdaad even durven. Tegelijk leren we hen: het gaat niet om jou, maar het is wel een heel belangrijke rol die je vervult.’’

Die opvatting verklaart vermoedelijk waarom Irma Sluis zo nuchter en bescheiden omgaat met haar plotseling verworven roem als tolk Nederlandse gebarentaal. Zij weet zich slechts het medium, zij wil niet meer zijn dan de intermediair. Martine Wattel: ,,Irma heeft voor een groot publiek gebarentaal zichtbaar gemaakt. Dat is mooi. Maar dat grote publiek moet zich nu ook realiseren dat er achter Irma een gemeenschap van tienduizenden doven en slechthorenden bestaat die allemaal gezien en gehoord willen worden.’’

Schuttingtaal

Gebarentaal, zegt Van der Neut, is een volwaardige taal. Het is dus ook een levende taal. Er komen voortdurend nieuwe gebaren bij. ‘Corona’ bijvoorbeeld. Een gebaar voor ‘virus’ was er al wel. Andere gebaren raken na enige tijd ook weer uit de mode. Er bestaan bovendien gebarendialecten en er wordt ook straattaal gebezigd. Net als in elke taal kun je ook in gebarentaal de meest grove schuttingtaal uitslaan.

Martine Wattel: ,,Dat het maatschappelijk belang van gebarentaal wordt onderkend, dat noem ik onderhand een feit. Toch is de Nederlandse gebarentaal nog steeds niet door de regering erkend als officiële taal. Dat blijft toch een heel groot gemis. Uit oogpunt van gelijkwaardigheid zou die erkenning een belangrijk signaal zijn. En vervolgens is het natuurlijk ook zo dat wettelijke erkenning het eenvoudiger maakt om vaker een tolk in te zetten. Gewoon omdat je er recht op hebt. In het onderwijs, bij de dokter, als je naar een congres gaat, of een andere bijeenkomst; ga zo maar door. Overal in onze samenleving, totdat het voor niemand nog bijzonder is. Daar hopen wij op.’’

menu