Het feminisme wint

Femiwinkels floreren, H&M-sweaters laten aan duidelijkheid niets te wensen over en wie maakt er tegenwoordig géén statement tijdens awarduitreikingen? Amerika-correspondent Karlijn van Houwelingen over feminisme 4.0.

We dansen op het graf van het patriarchaat en drinken de bittere tranen van middelmatige mannen.

Ja, dat is me nogal een statement. Niet van een groep radicale vrouwen op oorlogspad, maar gewoon op een koffiebeker in een zalmroze geschilderd winkeltje in de New Yorkse wijk Brooklyn. Het heet Bulletin Broads, te vertalen als ‘Bulletin Wijven’, naar het magazine waarmee de oprichters ooit begonnen, en het staat vol met feministische prullaria. Wie haar ochtendcafeïne drinkt uit een beker met zo’n opschrift, begint de dag goed.

Er is ook een jurk te koop met die tekst, misschien geinig voor een borrel op je werk. Of kom je liever binnen met een Viva La Vulva-petje op je hoofd? Of in een spijkerjasje met Pussy Power op de rug, met op je kraag een button van een eierstok die haar middelvinger opsteekt? Er zijn tassen, T-shirts en telefoonhoesjes. En veel, heel veel borsten. De tata-oorbellen bijvoorbeeld: gevormd uit een gouden draad, met een tepel van rood granaatsteen. Veel The Future is Female, de toekomst is vrouwelijk, en veel Nasty Woman, naar wijf – Donald Trumps benaming voor Hillary Clinton, die tot geuzennaam werd verheven.

Feminisme is hot. Zo hot, dat je de symbolen en leuzen tegenwoordig niet alleen kunt kopen in de hipste wijken van New York, maar ook gewoon bij de H&M in een willekeurige Hollandse winkelstraat.

Lange tijd was het een besmet woord. Feminist? Ik? Hoezo? Ik geloofde misschien wel in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, maar mezelf een feminist noemen, ging echt te ver. Laat staan dat ik dat op mijn T-shirt zou dragen.

Opmerkelijk

In 2017 werd feminisme zomaar het Woord van het Jaar. Volgens de woordenboekenmakers van Merriam-Webster werd geen ander woord vaker opgezocht in het online woordenboek van de Amerikaanse uitgever.

Die interesse is opmerkelijk, want een jaar geleden leek het feminisme genadeloos verslagen. Hillary Clinton, de vrouw die zich nadrukkelijk profileerde als de eerste vrouwelijke leider van de westerse wereld, werd van het politieke speelbord geveegd door een machoman die graag ongevraagd aan vrouwenlijven zegt te zitten.

Juist de verkiezing van Donald Trump maakte een golf aan feministische boosheid en belangstelling los. Merriam-Webster kon het precies bijhouden: de eerste piek kwam rond de Women’s March, het protest tegen Trumps vrouwonvriendelijke en anderszins omstreden gedrag, op de dag na zijn inauguratie. Het werd de grootste demonstratie in de Amerikaanse geschiedenis, en de hele wereld deed mee. Daarop volgde een spontane onlinecampagne tegen seksueel misbruik. Ik ben ervan overtuigd dat de verkiezing van een wereldleider die door zeventien vrouwen wordt beschuldigd van seksueel wangedrag de MeToo-beweging een zetje heeft gegeven.

Frustratie

In de VS werd zelfs het nogal radicale Nationaal Vrouwenbevrijdingsfront populair. Het front laat alleen mannen toe bij vergaderingen als ze hun mond houden, en de dames discussiëren niet over ‘emancipatie’ en ‘rechten’, maar hebben het ronduit over ‘onderdrukking’. Persoonlijk kreeg ik er de kriebels van. Zeker, ik zie de ongelijkheid op de arbeidsmarkt en ik haat seksisme, maar voel ik me onderdrukt? Nou nee.

De frustratie over de bescheiden rol van vrouwen in de politiek is in de VS inmiddels zo groot dat meisjes van 8 jaar oud naar een klasje voor politici in de dop worden gestuurd. Ook in Nederland werd het een kwestie: hoe kan het dat vrouwen nog steeds structureel in de minderheid zijn in de Tweede Kamer? Het initiatief Stem Op Een Vrouw werd een hitje bij de laatste verkiezingen en hielp Lilianne Ploumen (PvdA) en Isabelle Diks (GroenLinks) met voorkeursstemmen aan een zetel. Maar het aantal vrouwen in de Kamer daalde toch, tot 35 procent. Slechts 53 van de 150 Kamerleden zijn vrouw.

En dat is eigenlijk nog netjes. Weet u hoeveel vrouwelijke CEO’s van beursgenoteerde bedrijven Nederland kent? Twee. Hoofdredacteuren van landelijke kranten? Ooit hadden we er één. Onder hoogleraren gaat het iets beter, met een schamele 19 procent.

Die scheve verhoudingen zitten diep. Van Nederlandse vrouwen wordt anno 2018 nog altijd verwacht dat ze vooral moederen, van mannen dat ze de kost verdienen. In geen enkel ander land werken zoveel vrouwen parttime (maar liefst 75 procent) terwijl mannen overwegend fulltime werken. De ‘papadag’ waarop vader zich bij de gratie Gods óók eens een dag om de kinderen bekommert, is een oer-Hollands fenomeen.

Het idee dat vrouwen geschikter zijn om babybillen te wassen en bedden op te maken, is hardnekkig in Nederland. Maar met X- en Y-chromosomen heeft die rolverdeling niets te maken; die hebben ze in de rest van de wereld ook. Dat het de ‘natuur’ is, is sowieso een slecht excuus. Als we onze samenleving zouden willen inrichten naar het voorbeeld van de oermens, hadden we monogamie bijvoorbeeld ook al lang doodverklaard.

Allesoverheersende norm

Eigen keuze? Als dat zo is, is dat uiteraard prima. Maar in hoeverre is het voor vrouwen een keuze om voor de kinderen te zorgen, als het de allesoverheersende norm is? Zelfs de overheid prent ons tot op heden in dat kinderen grootbrengen vrouwenwerk is, door vaders niet meer dan twee dagen vrij te geven na een geboorte: net genoeg om baby’s eerste poepluier van dichtbij te zien. En dan verdienen mannen gemiddeld ook nog eens meer dan vrouwen, waardoor ze meer reden hebben om fulltime te blijven werken. Het is een onuitstaanbare vicieuze cirkel, want de salariskloof wordt nooit gedicht als vrouwen in parttime banen blijven hangen. De top bereik je niet in 24 uur per week.

Je moet ervoor zorgen dat je er goed, maar niet té goed uitziet, want dan denkt iedereen dat je alleen maar succesvol bent vanwege je looks. Je moet exact de juiste dosis mondigheid hanteren en niet ál te doortastend zijn, want voor je het weet sta je bekend als bitch. Uitgesproken ambitieus zijn is ook gevaarlijk, want dan ben je een harde tante. Vrouwen, leerden we van ex-minister Stef Blok in een interview met de Volkskrant , horen ‘zorgzaamheid en vrolijkheid’ te brengen. Hij zei het écht; dat is wat hij waardeert in vrouwen met wie hij de woningmarkt saneert. Jammer van je intelligentie of je politieke talent, het gaat erom dat je lief en leuk bent.

Deeltijdkoninginnen

Ziet u? Daarom is feminisme nodig. Om stereotypen over wat vrouwen en mannen wel en niet horen te doen de wereld uit te helpen en iedereen gelijk te behandelen en beoordelen. En om Nederlandse deeltijdkoninginnen duidelijk te maken dat ze wel wat onverschrokkener mogen zijn: mannen kunnen heus ook stofzuigen en kinderboterhammen smeren. Feminisme moet je doen. Zoals de Oranje Leeuwinnen, die op het voetbalveld meer hebben gedaan om belegen ideeën over de rol van vrouwen te doorbreken dan het Vrouwenbevrijdingsfront.

Het feminisme 4.0, zoals Marianne Verhoeven, de nieuwe hoofdredacteur van Opzij het noemt, is commercieel. Het is een prima instrument voor persoonlijke branding van Hollywoodsterren, en het verkoopt. Tot de grootste successen van het afgelopen jaar behoren een film met een vrouwelijke superheld ( Wonder Woman ) en een serie waarin vrouwen die niet meer zijn dan broedkippen in opstand komen ( The Handmaid’s Tale ).

Lifestyle-feminisme

Het gevaar is dat feminisme gelijk komt te staan aan series kijken en T-shirts aanschaffen. De Amerikaanse schrijver Jessa Crispin noemt het lifestyle-feminisme, betekenisloze marketing waarbij je helemaal niets hoeft te doen tegen structurele ongelijkheid. Crispin vindt dat feministen zich druk moeten maken om zaken als goede kinderopvang voor iedereen en steun aan andere vrouwen. Maar in wat wel de vierde feministische golf wordt genoemd – Crispin noemt hem ‘narcistisch’ – gaat het vooral om jezelf.

Zelfverzekerd twerken in een gouden bikini kan vandaag de dag feministisch zijn, je been- of okselhaar laten groeien óók. Taboes en beknellende schoonheidsidealen rond het vrouwenlichaam doorbreken is belangrijk voor de nieuwe generatie feministen.

Bij de Bulletin Wijven kun je een speldje kopen met twee behaarde benen onder een rokje en de tekst: long hair don’t care, lang haar nou én. Haar op vrouwenhuid is nog gewaagd: een Zweeds model dat met ongeschoren schenen Adidas-gympen aan de man bracht werd bedreigd met verkrachting, het zichtbare okselhaar van Madonna’s dochter Lourdes kwam haar onlangs nog op flinke kritiek te staan, maar in modebarometer New York was zichtbaar beenhaar afgelopen zomer al redelijk geaccepteerd. Toegegeven, ik keek er ook van op. Maar het gaat erom dat elke vrouw lekker moet kunnen doen waar zij zich prettig bij voelt.

Bij Google dook ineens een memo op waarin een medewerker opriep het diversiteitsbeleid af te schaffen. Hij beweerde dat vrouwen zo schaars zijn in het bedrijf omdat ze ‘gewoon neurotischer en minder technisch’ zijn.

Socioloog Abram de Swaan, schrijver van De strijd der geslachten , signaleert dat het mannelijke eergevoel is gekrenkt nu vrouwen en meisjes opstomen in de maatschappij en zij met succes hun rechten opeisen. Mannen vrezen dat deze vrouwelijke inhaalslag ten koste gaat van hun eigen positie.

De Swaan ziet in vrouwenemancipatie een verklaring voor de aantrekkingskracht die conservatieve, vrouwonvriendelijke bewegingen als het jihadisme en het extreemrechtse alt-right hebben op sommige mannen. Hij noemt het ‘de laatste stuiptrekkingen van het gedoemde patriarchaat’.

Oftewel: het feminisme is aan de winnende hand. Nog even en dat patriarchaat, de samenleving waarin mannen dominant zijn, heeft een graf waar je figuurlijk op kunt dansen. Liefst natuurlijk in je Pussy Power-spijkerjas.

menu