Met de levering van de eerste 79.200 doses van het Leidse Janssen-vaccin komt er weer een middel bij dat ons uit deze crisis moet helpen. Maar wat staat er eigenlijk op de planning? En wanneer krijg jij de prik? Een overzicht.

AstraZeneca

Het meest besproken vaccin blijft AstraZeneca. Na meerdere meldingen over het ontstaan van ernstige trombose in combinatie met bloedingen na toediening van het middel besloot ons land afgelopen week het niet langer in te zetten voor 60-minners.

60-minners die al met het middel gevaccineerd zijn, wordt evengoed aangeraden om de tweede prik te nemen. Volgens de Gezondheidsraad zijn er enkel meldingen bekend van die bijwerkingen na de eerste prik. Daarna zal het vaccin dus bij 60-plussers worden ingezet. Het betekent dat 60-minners enkel het vaccin van Pfizer, Moderna of Janssen ontvangen.

Janssen

Hoewel er ook bij Janssen wereldwijd inmiddels vier meldingen van ernstige trombose in combinatie met bloedingen na vaccinatie bekend zijn, met een overlijden, valt dat aantal volgens de Europese geneesmiddelenautoriteit EMA binnen de verwachtingen. Of de klachten daadwerkelijk door het vaccin worden veroorzaakt, is nog niet vastgesteld, maar wordt onderzocht. Ons land ontvangt tot de zomer zo'n drie miljoen Janssen-doses.

Wie is dan wanneer aan de beurt en wie krijgt welk vaccin? Laten we beginnen met de thuiswonende mensen die mobiel zijn, geen medische risico’s hebben en niet in de zorg werken. De aftrap van die groep vond plaats op 25 januari, met de eerste 90-plussers. In de maanden erna kwamen de leeftijdsgroepen daaronder aan bod en sinds 6 april ontvangen mensen tussen de 70 en 74 hun eerste prik bij de GGD. Daarbij staan alle beschikbare vaccins (Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen) op de planning.

Veertigers half juni

Volgens het vaccinatieschema op Rijksoverheid.nl komen 65- tot 69-jarigen eind april aan de beurt en kunnen zij eveneens al die vaccins ontvangen. Mensen tussen de 50 en 59 jaar staan vanaf half mei ingepland. Zij zullen AstraZeneca sowieso niet krijgen, net als de jongere groepen. Veertigers zijn vanaf half juni aan de beurt, terwijl dertigers en jongeren van 18 tot 29 vanaf eind juni mogen.

Ook 18-minners komen in aanmerking voor een vaccin, besloot het kabinet na een advies van de Gezondheidsraad vrijdag. Het gaat dan om kinderen van 16 en 17 jaar in medische hoog-risicogroepen met bijvoorbeeld het syndroom van Down, bloedkanker of morbide obesitas. Zij kunnen vanaf nu een afspraak inplannen en zullen het vaccin van Pfizer ontvangen, het enige middel dat voor mensen onder de 18 jaar is goedgekeurd.

Jonger dan 18

Tot afgelopen week hanteerde ons land nog het uitgangspunt dat jongeren onder de 18 jaar geen uitzicht hadden op een vaccin, vanwege onvoldoende onderzoek. De overige 18-minners staan vooralsnog dan ook niet ingepland.

De groep mobiele thuiswonenden tussen de 60 en 64 is een bijzonder geval: een deel van hen heeft alvast AstraZeneca ontvangen, omdat in februari, toen de vaccinatie daarmee van start ging, nog niet zeker was of het vaccin effectief werkte onder ouderen. Met die leeftijdsgroep kon ‘de meeste gezondheidswinst’ worden geboekt.

De huisartsen dienen dat vaccin bij hen toe, net als bij de mensen met het syndroom van Down en morbide obesitas. 60-minners uit die laatste groep die nog geen eerste prik hebben gehad, zullen een ander middel ontvangen, onduidelijk is nog welk.

Huisartsen bezorgd

Het proces verloopt niet zonder slag of stoot. Zo waarschuwden huisartsen in De Telegraaf dat de bereidheid voor AstraZeneca afneemt en ze daarom vaccins overhouden. Om verspilling te voorkomen, trommelen ze dezelfde dag nog anderen op, soms ook personen onder de 60 jaar.

Andere medische hoog-risicogroepen zijn eveneens aan de beurt. Zo ontvangen mensen met aandoeningen als ernstig nierfalen en een ernstige aangeboren immuundeficiëntie sinds eind maart een vaccin, net als mensen met een neurologische aandoening waardoor de ademhaling is aangetast. Vooralsnog staan Moderna en Pfizer bij hen ingepland.

Medisch risico

Voor mensen met een ander medisch risico geldt echter dat ze veelal tot half mei zullen moeten wachten. Het is nog onduidelijk welk vaccin zij ontvangen.

Om het nog ingewikkelder te maken: het vaccineren van mensen die thuis wonen maar niet in staat zijn om naar de priklocatie te komen, is pas begin april begonnen. Dat komt omdat huisartsen dat vaccin thuis moeten toedienen, wat logistiek een extra uitdaging vormt. De niet-mobiele 60-plussers ontvangen AstraZeneca, bij niet-mobiele 60-minners is dat nog onbekend.

Verpleeghuizen

Bewoners van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen en mensen met een verstandelijke beperking in een instelling zijn wel al sinds januari aan de beurt. Zij hebben het middel van Moderna en Pfizer ontvangen. GGZ-cliënten krijgen sinds februari de prik, van AstraZeneca of Moderna.

Ook bij zorgmedewerkers is het vaccinatieproces al een tijdje bezig. De ziekenhuismedewerkers binnen de directe acute coronazorg ontvingen begin januari hun eerste Pfizer-prik. Van die groep worden inmiddels ook meer mensen gevaccineerd met AstraZeneca. Omdat een aanzienlijk deel van de medewerkers onder de 60 is, ontvangen ziekenhuizen nu ook direct 35.000 Janssen-doses om het gat op te vullen.

Het inenten van medewerkers van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen is eveneens aan de gang, net als van huisartsen en hun zorgverlenende medewerkers, zorgmedewerkers klinische medische specialistische revalidatie, personeel binnen de gehandicaptenzorg, de GGZ, wmo-ondersteuning en pgb-zorgverleners. Wie onder de 60 is en geen eerste AstraZeneca-prik heeft ontvangen, krijgt ook hier een ander vaccin. Overige zorgmedewerkers moeten nog op hun prik wachten en komen tegelijk aan de beurt met niet-zorgmedewerkers, afhankelijk van hun leeftijd en risicogroep.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Coronavirus