Ondanks het wapenembargo komt het regime in Myanmar makkelijk aan wapens. Ook via Europese en Amerikaanse bedrijven.

De militaire leiders van Myanmar maken kwistig gebruik van een rijkgevuld arsenaal om de massale vreedzame protesten te onderdrukken die volgden op hun staatsgreep van 1 februari. Deze week kwam de teller voor het totale aantal doodgeschoten burgers, onder wie jonge kinderen, ver boven de 500. Bijna al het materieel dat leger en politie inzetten komt uit het buitenland, van pantserwagens en troepentransportvliegtuigen tot drones en technologie om mobiele telefoons van in hun ogen verdachte burgers leeg te halen.

Hoewel de Verenigde Staten en de Europese Unie al vele jaren een wapenembargo kennen op wapens voor Myanmar, zijn legerleider Min Aung Hlaing en zijn generaals er langs allerlei kanalen wonderwel in geslaagd de bewapening van de strijdkrachten en de politie op peil te houden. „Als de leiders van Myanmar iets willen, kunnen ze in China bijna alles kopen wat ze maar wensen”, zegt Siemon Wezeman, wapenhandelexpert van het gerespecteerde Sipri-instituut in Stockholm. „En anders kunnen ze wel terecht in Rusland.”

De Russen onderstreepten dat afgelopen vrijdag bij monde van hun onderminister van Defensie, Aleksander Fomin. Hij was naar de hoofdstad Naypyidaw gereisd voor de jaarlijkse Dag van de Strijdkrachten. Alsof er geen bloedbad onder burgers werd aangericht, hielden de militairen daar een feestelijke parade. Fomin, een van de weinige buitenlandse gasten, omschreef Myanmar als een betrouwbare bondgenoot en zei op verdere goede samenwerking tussen beide landen te rekenen. Graag zouden de Russen wat afsnoepen van het aandeel van China op deze markt, vanouds hofleverancier van de Myanmarese generaals.

loading

Russische pantserwagens

Op de dag van de coup, kwamen er beelden naar buiten van Russische pantserwagens van een recent model die werden ingezet bij het parlement. Ook twee gepantserde voertuigen van de Israëlische firma Gaia, met een schutter op het dak werden die dag gesignaleerd. De Russen zullen daar niet wakker van liggen, maar in Israël zorgde het voor enige commotie.

Extra pijnlijk was dat de Gaia-voertuigen volgens Wezeman en andere experts van een model zijn dat pas na 2018 volop in productie is genomen, dat wil zeggen nadat Israël formeel een wapenembargo had afgekondigd wegens de snel toenemende repressie van de islamitische Rohingya-minderheid in Myanmar. Het is bovendien niet het enige Israëlische materieel dat in Myanmar is opgedoken. Na een bezoek van Min Aung Hlaing zelf aan Israël in 2015 leverde de firma Elbit onder meer drones.

Myanmar wist verder de hand te leggen op technologie van het bedrijf Cellebrite en zijn Amerikaanse dochter BlackBag, waarmee informatie uit telefoons kan worden gehaald. Hiervan werden onder meer twee lokale journalisten van het persbureau Reuters de dupe, die verslag hadden gedaan van een bloedbad aangericht door het leger onder de Rohingya.

Ook Europese landen, waaronder Oostenrijk, Zweden, België en Nederland, hebben technologie aan Myanmar geleverd die in handen van de militairen bleek te zijn gevallen. Zo leverde het Oostenrijkse bedrijf Schiebel drones, die waren bestemd voor een mijnbouwbedrijf. Dit zei de drones nodig te hebben bij de aanleg van een weg. Na enige tijd werden ze echter aangetroffen op een schip van de Myanmarese marine. En het leger is volgens het journalistencollectief OCCRP ook nog bezig twee Airbus-troepentransportvliegtuigen over te nemen van de Jordaanse luchtmacht, nadat het eerder via omwegen al een Fins toestel had overgenomen.

Europese regels

Bedrijven moeten volgens de Europese regels zelf vooraf onderzoeken of hun producten door de militairen gebruikt zouden kunnen worden. Zo ja, dan mogen ze die niet exporteren. „Het probleem is alleen dat de regels niet zo helder zijn geformuleerd”, zegt Wezeman. „Daardoor glippen er weleens dingen doorheen.” De militairen in Myanmar gebruiken civiele bedrijven vaak als dekmantel.

Door het gebrek aan transparantie in Myanmar en soms ook onder exporteurs is het moeilijk harde conclusies te trekken omtrent de totale omvang van de wapenaankopen. Het Sipri becijferde de totale import tussen 2010 en 2019 op 2,4 miljard dollar. China was goed voor 1,3 miljard, Rusland voor 807 miljoen en India voor 145 miljoen. Vooral het zicht op kleinere wapenaankopen is echter beperkt.

Critici dringen aan op een mondiaal embargo. „Welke wapenleverantie dan ook aan de militairen van Myanmar betekent medeplichtigheid aan hun gruwelijke misdaden”, mailt de actiegroep Justice for Myanmar in antwoord op vragen van NRC.

Maar het is onwaarschijnlijk dat dat er snel komt. Zo’n embargo zou via de VN-Veiligheidsraad moeten lopen en zowel China als Rusland is vastbesloten elke stap in die richting te blokkeren, zo nodig met hun vetorecht.

NRC Media

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra