FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Wandeltocht: In Sneek loop je altijd tegen water aan

FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Kun je aan de hand van een wandeling iets laten zien van de geschiedenis van de scheepvaart in Friesland? Dina Eringa denkt van wel, wandelt vanuit het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek naar IJlst en brengt als uitsmijter van de tocht een bezoek aan de Waterpoort.

Bevreemdend. Juist als we terug zijn van de wandeling komt het bericht dat instellingen en bijeenkomsten moeten sluiten om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Dina Eringa, de jas nog aan, pakt in de ontvangstruimte bij de balie net een kop thee als Meindert Seffinga, directeur van het Fries Scheepvaartmuseum, de brede trap komt aflopen om het nieuws te vertellen. De pas is langzaam, het moet nog indalen. ,,Tja, dan moeten wij dus ook dicht. Het is niet anders.”

loading  

De rondgang door het museum moet dan nog. Eringa (1952), stadsgids en bestuurslid van het museum, heeft dat zo gepland: eerst wandelen, daarna het museum bekijken, kan nog net voor sluitingstijd. Eringa, hebben we inmiddels ondervonden, is iemand snel praat, denkt en handelt. Even is er de aarzeling, een hapering, of dat nog wel zin heeft voor dit verhaal, als wandelaars toch niet binnen kunnen. Om daar meteen overheen te stappen, ,,het museum gaat heus wel weer een keer open toch?”. Dus gaat ze voor, de trappen op en af, door de zalen met de geschiedenis van de Friese scheepvaart, de stijlkamers meer gericht op de geschiedenis van Sneek, helder, groot met zilverwerk van de rijke boerenvrouwen achter het glas. ,,Heb je dat fluitschip ook laten zien?”, vraagt Seffinga haar, als hij in de echo van de gangen opvangt dat Eringa vertelt over de scheepsbouw en het benodigde hout dat uit Scandinavië werd geïmporteerd. Hij neemt de verslaggever zelf mee naar het betreffende scheepsmodel, een pronkstuk uit de collectie. ,,Zie je die luiken aan de achterkant? De boomstammen werden daar doorheen het ruim in geschoven.”

loading  

Hout zou prima als thema voor dit verhaal kunnen worden gebruikt. Om zo te vertellen over de scheepswerven, het vervoer over water. Waarmee we meteen een sprongetje kunnen maken naar de geschiedenis van Sneek, hoe het stadje uitgroeide tot een handelscentrum op een knooppunt van vaarwegen. Om het vervolgens over boter te hebben, die Sneek welvaart bracht. Hout vormt ook een mooi ‘bruggetje’ naar de wandeling, die IJlst als keerpunt heeft. Houtstad IJlst timmert er hard aan de weg met zijn museum en werkplaats om over hetzelfde verleden te vertellen, met houtzaagmolen De Rat als uithangbord. En ook al zijn daar de deuren de komende weken gesloten, erlangs lopen kan uiteraard gewoon nog.

,,De omgeving heeft weinig wandelpaden en binnendoorweggetjes. Waar je ook heen wilt, je loopt altijd tegen het water aan.” Eerder op de middag, het waait hard op de Hemdijk tussen Sneek en IJlst, stormt misschien wel. Voor elke stap moeten we werken, eerst het lijf voorover, vervolgens de stap, bergop lopen zonder te stijgen. De weg kronkelt als een rivier voor ons, een-op-een met de dijk rond de polder aan de rechterhand, in de lage, volle sloten aan weerszijden schittert de zon in wasbordjes. Hoewel stadsgids, heeft Eringa ook hier, midden tussen de weilanden, genoeg te vertellen. Telkens als ze iets wil zeggen houdt ze in, maakt ze een halve draai, om een windstil plekje voor zichzelf te creëren. Ditmaal is het een leuk detail, de dakpannen van een boerderij: chique, geglazuurde op het voorhuis, goedkope op de schuur, koopzicht.

loading

Tja, het water. Misschien had deze aflevering van Mijn Streek geen wandeling moeten zijn, maar hadden we moeten varen, roeien, zeilen of desnoods zwemmen als Maarten van der Weijden, alles om de infrastructuur van het water te onderstrepen. We zijn inmiddels bijna in IJlst. Voor we het kleine Elfstedenstadje induiken, loopt Eringa nog even naar de sluis in Nijesyl, een uitzicht over breed water en rietkragen. Uit haar jaszak vist ze een briefje met aantekeningen. ,,Dit heb ik even opgezocht. In 1529 bouwde Bolsward op deze plek een schutsluis, om aansluiting te krijgen op de Geau. Daarvoor was hier een overtoom, werden schepen over de dijk getakeld.” In IJlst zelf stevent Eringa meteen af op de overtuinen, de kleine stukken grond – vaak een gazon met een zitje tegen een heg om een luw plekje te creëren – door de weg gescheiden van de woning.

Hij werd al even genoemd, houtzaagmolen De Rat. Als wij erlangs lopen, zien we in de donkere ruimte tegen het licht van de openstaande deuren aan de achterzijde van het bouwwerk de bladen van de zaag op en neer gaan. In het water liggen een paar boomstammen te wachten op verwerking. Twee jaartallen staan onder de kap van de molen: 1711 en 1829. In het eerste, weet Eringa, werd de molen gebouwd in de Zaanstreek, in het tweede kreeg de molen een tweede leven op zijn huidige plek. Je zou hem bijna even willen vragen waar hij het meer naar de zin heeft, tussen de Hollanders of tussen de Friezen. We lopen verder, een schelpenpad langs de Geau, richting Sneek, de wind nu als steun in de rug.

Bij het verlaten van het museum had Eringa het al gemeld; ze heeft de sleutel van de Waterpoort meegenomen. Een bezoek aan het icoon van de stad wordt de uitsmijter van de tocht. Bij het naderen wijst Eringa op de klok. ,,Die loopt vijf minuten voor, dan hadden de schippers van de beurtveren en bezoekers van de stad, nog net tijd om binnen te komen voordat de poortwachter de toegang sloot.” Ze opent de deur van een van de torens van het monument, een nauw, rond stenen trappetje volgt, met een nog nauwere doorgang naar de loggia, het hart van de Waterpoort, de plek waar, zo vertelt Eringa, de poortwachter woonde. Eringa glundert. ,,Mooi hè?”

Dan zijn we weer terug bij het museum. Heel jammer dat dat de komende weken gesloten is. Maar om met Seffinga te spreken, het is niet anders. Wandelen kan gewoon, uitwaaien is misschien wel meer nodig dan anders.

loading  

Stadsgids

De route gaat in Sneek langs een pand in de Wijde Burgstraat, het is net gerestaureerd en sinds 1940 het onderkomen van C&A. Er tegenover staat een beeld van een ‘lapkepoep’, een textielverkoper, en een Friese boerin. Dina Eringa: ,,De lapkepoepen kwamen uit Duitsland, Westfalen. Eerst kwamen uit die contreien seizoensarbeiders voor de landbouw, de hannekemaaiers, deze namen later textiel mee om hier te verkopen. De familie Brenninkmeijer kwam zo in de 19de eeuw in Sneek terecht. Ze begonnen hier een winkel, de kiem van de latere winkelketen C&A.” De stadsgidsen leiden, wanneer de coronacrisis weer geluwd is, graag rond door Sneek om meer bijzonderheden over de stad te vertellen. Uiteraard hebben ze ook de sleutel van de Waterpoort bij zich.

Een stadswandeling boeken kan bij het Fries Scheepvaartmuseum. Kosten 4 euro per persoon. Tel 0515-414057 of via boekingen@friesscheepvaartmuseum.nl

Fries Scheepvaartmuseum

Vanwege de coronacrisis is het Fries Scheepvaartmuseum momenteel gesloten. Openingstijden gewoonlijk: ma t/m za 10-17 uur. Zo 12-17 uur. Entree: 7,50 euro, met gratis kopje thee of koffie. Kinderen 6 t/m 18 jaar 3 euro. Museumkaart gratis.

Routebeschrijving

Lengte wandeling: 12 km.
Bij vertrek uit het Scheepvaartmuseum linksaf
Bij kruispunt rechtsaf naar zebrapad
Oversteken naar Wijde Burgstraat (met rechts C&A)
Eerste straat links naar Schaapmarktplein
Op het plein rechtsaf door het smalle straatje (Peperstraat) rechtdoor naar stadhuis
Bij het Bestjoerhus linksaf en rechts om de Martinikerk
Rechtsaf over de brug richting station
Voor station linksaf via Kanaalstraat en Zuidwesthoekweg naar knooppunt 42
Bij de spoorwegovergang linksaf over Stadsrondweg via Alde Himdyk en Skerdyk naar knooppunt 85 Oosthem
Van knooppunt 85 naar knooppunt 84 Nijesyl
Voor de brug links de woonwijk in. Via Ylostinslaan, Harinxmaweg, Hoomanstraat en Zevenpelsen naar knooppunt 91 Westergoleane
Langs molen de Rat via Sneekerpad naar knooppunt 71
Rechtsaf knooppunt 73 en via knooppunt 40 naar de Waterpoort (41)
Via Grootzand of Singel terug naar het Fries Scheepvaartmuseum.

menu