De brief van Jan Hoek (94) uit Rotterdam werd door de koning aangehaald in diens Troonrede.

Jan Hoek (94) werd genoemd door de koning in de Troonrede: 'Het liefste zou ik nu een potje janken'

De brief van Jan Hoek (94) uit Rotterdam werd door de koning aangehaald in diens Troonrede. Foto: Frank de Roo

Dat zijn brief, die de 94-jarige veteraan Jan Hoek begin vorige maand naar de redactie van deze krant stuurde, geplaatst werd, vond hij al een wonder. Maar dat zijn schrijven door koning Willem-Alexander aangehaald zou in diens troonrede, nee, dat gaat er bij Rotterdammer Hoek eigenlijk niet in.

Sterker nog, het ontging de krasse negentiger in eerste instantie ook. De televisie-uitzending rond Prinsjesdag staat luid aan in de kamer van het echtpaar Hoek in zorgcentrum Meerweide, dat wordt door de telefoon snel duidelijk. Maar een journalist moet Hoek vertellen dat de vorst aan zijn brief refereerde in de belangrijkste koninklijke toespraak van het jaar.

,,Gunst, hoe kan ik dat nou gemist hebben?,’’ reageert Hoek. ,,Ik zit echt te kijken en te luisteren, maar ik had niet door dat het even over mij ging. Maar hij heeft me dus niet met naam en toenaam genoemd, de koning? Nu ja, misschien is dat ook niet eens zo erg.’’

Hoek krijgt tot op de dag van vandaag reacties op zijn brief, waarin hij met name aan de jongeren uitlegt dat hij in zijn jeugd zijn vrijheid kwijtraakte door de oorlog. ,,Afgelopen week kreeg ik nog een lief kaartje bij de post van iemand, helaas kon ik zijn adres niet lezen.’’

Huilen

Als de passage uit de troonrede over die brief en de reacties daarop aan hem wordt voorgelezen, bibbert Hoeks stem duidelijk hoorbaar. ,,Het ontroert me werkelijk. Dit had ik nooit kunnen denken, dat de koning op Prinsjesdag stil zou staan bij mijn brief. Weet u wat ik het liefste zou willen, nu? Een stevig potje janken. Maar dat ik nu met u aan de telefoon zit, weerhoudt me daarvan. Ach meneer, ik jank wat af. Vooral als ik terugdenk aan de oorlogsjaren die ik in Indië heb meegemaakt. De rottigheid, de gemeenheid van alles dat ik daar gezien heb, ik kan daar nog altijd nauwelijks over praten. Maar wel om huilen, in m’n eentje.’’

Vanwege het gevaar van het coronavirus zijn Hoek en diens echtgenote Gré (‘ze is pas 91, nog echt een jonkie’) sinds 20 maart niet meer buiten geweest, komende zondag dus exact een half jaar. En de laatste tijd verlaten ze de kamer in hun Rotterdamse zorgcentrum ook niet meer. loading

,,Mijn vrouw heeft veel last van duizeligheid, vanwege een verwaarloosde middenoorontsteking van jaren geleden. Zij zegt telkens: joh, ga lekker bij de andere bewoners eten in de gezamenlijke huiskamer. Maar dat doe ik echt niet. Stel dat zij ondertussen in elkaar klapt, dat ik haar hier moet vinden. Nee, ik laat haar echt niet alleen.’’

In al die schier oneindige reeks dagen op hun kamer, is zo‘n televisie-uitzending rond Prinsjesdag een welkome afwisseling.

Voorpagina

Hoek: ,,Ik ging er echt even voor zitten, daarom vind ik het zo stom dat ik dat stukje over mijn brief niet gehoord heb. Dat had ik toch niet kunnen bedenken toen ik ‘m schreef, dat het de koning ook op zou vallen. Jullie hebben daarna ook nog een groot verhaal met me gemaakt, dat stond zelfs op de voorpagina. En daar zag ik vanochtend Bill Gates staan. Dus eigenlijk stellen jullie me op eenzelfde hoogte als meneer Gates uit Amerika.’’

menu